Bianca Ranzijn begeleidt mensen met dyslexie en/of AD(H)D in hun zelfontwikkeling. Zelf ontdekte ze pas op volwassen leeftijd wat dyslexie echt met haar deed. Niet alleen met lezen, ook met woorden vinden, beeldend denken, contact maken en jezelf durven laten zien. “Ik weet wat het met je doet als je ontdekt dat het niet aan jou ligt.”
Waarom doe jij wat je doet?
“Ik begeleid mensen met dyslexie en/of AD(H)D in hun zelfontwikkeling,” vertelt Bianca. “Waarom ik dat doe? Omdat ik zelf heb ervaren wat dat voor je kan betekenen.”
Lange tijd wist Bianca niet wat dyslexie precies met haar deed. Ze dacht dat het vooral met langzaam lezen te maken had. Later ontdekte ze dat het ook doorwerkte in haar manier van denken, praten en contact maken. “Ik heb ervaren dat je met aandacht en zelfontwikkeling heel veel kunt doen. Dat je meer rust in jezelf kunt vinden.”
Hoe was jouw jeugd?
“Ik ben opgegroeid in Bergen, in Noord-Holland” vertelt Bianca. Tot haar twaalfde woonde ze daar met haar ouders en haar jongere zusje. Daarna verhuisde ze met haar moeder en zusje naar Alkmaar.
Bergen herinnert ze zich als een fijne en beschermde plek. “Voor ons huis lag een grasveld, dat was een groot speelterrein. Daar speelden we met de andere kinderen uit de straat.” Bianca was een echt buitenkind. “Ik vond het leuk om dingen te ontdekken. Diertjes in het bos, fietsen, fietscrossen, rolschaatsen met andere kinderen.”
Ze groeide op in een tijd waarin computers nog geen grote rol speelden. Dat vindt ze achteraf geen gemis. “Daardoor weet ik hoe het is om lekker buiten te spelen. De ruimte in je hoofd om even stil te zitten, om je heen te kijken, te ervaren of naar binnen te trekken. Hierdoor ben ik nieuwsgierig naar de wereld. Naar mensen. Naar hoe alles in elkaar zit.”
Hoe was jouw schooltijd?
De basisschool verliep goed. “Qua lezen en alle andere dingen kwam ik gewoon mee. Waarschijnlijk omdat ik altijd bruggetjes vond of creatief genoeg was om mijn weg te vinden.” Haar dyslexie viel toen nog niet op.
Na de basisschool ging Bianca naar de mavo op de Bergense Scholengemeenschap. “Het was een van de weinige scholen in Nederland waar je expressievakken als eindexamenvak kon doen. Ik deed examen in textiel en handelswetenschappen. Dat vond ik leuk.”
Tijdens een beroepentest kwam naar voren dat Bianca langzamer las. Toen bleek dat ze dyslexie had, woord- en leesblind heette dat. “Ik dacht: boeiend, ik lees langzamer.” Veel uitleg kreeg ze niet. “Ik had totaal geen idee dat dyslexie met veel meer te maken had. Met woorden zoeken, praten, beeldend denken. Die informatie was er toen nog niet.”
Wist je na school welke kant je op wilde?
“Nee, eigenlijk niet.” Na de mavo ging Bianca daarom naar de havo. Ook daarna wist ze nog niet goed wat ze wilde. Uiteindelijk koos ze voor iets creatiefs. Door haar interesse in textiel, kunstgeschiedenis
en handelswetenschappen kwam ze terecht bij de middelbare textielhandelsschool in Enschede. “Ik ging meteen op kamers wonen. Dat was heel leuk en heel spannend.”
De opleiding zelf vond ze interessant. “Je leerde hoe textiel gemaakt wordt tot aan het kledingstuk. Hoe stoffen worden gekleurd, behandeld en geweven. De hele industrie en handel daarin.”
Toch liep Bianca vast. Bij textielhandel hoorde ook verkopen, contact leggen en jezelf presenteren. “Ik wist toen nog niet hoe ik mij sociaal moest uiten.” Ze voelde zich regelmatig alleen. “Ik dacht dat het aan mezelf lag. Je gaat dingen internaliseren en daar meteen een oordeel bovenop leggen. Ik dacht sociaal contactgestoord te zijn.”
Hoe verliep jouw loopbaan?
Bianca stopte met de opleiding en ging werken en maakte rond het millennium een grote reis door Amerika. Daarna ging ze samenwonen met haar toenmalige man en rolde ze uiteindelijk het debiteurenbeheer. “Ik heb ook acht jaar bij een deurwaarder gewerkt, maar nooit echt goed naar mijn zin gehad. Je moest alles precies volgens de letter van de wet doen. Dat past helemaal niet bij mij.”
Wanneer kwam dyslexie weer op jouw pad?
Inmiddels was Bianca moeder geworden van twee kinderen. Na de basisschool keek ze uit naar hun ontwikkelingen. Maar ging dat uiteindelijk zelf doen en keek zichzelf aan, ook de dyslexie. “Ik dacht: misschien zit daar toch meer achter.” Ze kwam terecht bij Dynamica, een organisatie in Amsterdam die dyslexietrainingen geeft. Daar leerde ze pas echt wat dyslexie inhoudt en vielen puzzelstukjes op hun plek.
Wat veranderde er door die training? De training gaf Bianca vooral herkenning en opluchting. “Ik had mezelf jarenlang sociaal contactgestoord genoemd. Daardoor beperk je jezelf. Ik maakte mijn wereld klein en liet mezelf niet zien.”
Tijdens de training kreeg ze een eenvoudige oefening die iets in haar losmaakte. “Die oefening liet zien dat je wel intelligent genoeg bent. Toen dacht ik meteen: ik ben helemaal niet contactgestoord. Er is een naam voor. Het ligt niet aan mij.” Dat besef veranderde veel. “Als je weet dat het niet aan jou ligt, kun je er iets mee doen. En ik besefte dat heel veel volwassenen hiermee zitten.” Daarom volgde Bianca een coachtraining en later een NLP-opleiding.
Wat doe je nu?
Nu begeleidt Bianca neurodiverse mensen in hun zelfontwikkeling. Ze helpt hen begrijpen hoe hun brein werkt en hoe ze anders, vanuit mogelijkheden, naar zichzelf kunnen kijken.
Dat betekent niet dat alles vanzelf gaat. “Ik vind bijvoorbeeld voor een groep staan nog steeds spannend. Maar ik doe het wel.”
Haar werk voelt steeds meer als spelen. “Ik ben nieuwsgierig naar de wereld, naar mensen en naar wat er mogelijk is.”
Wie inspireert jou?
“Ik heb van meerdere mensen dingen opgepakt,” zegt Bianca. Ze noemt onder anderen Oprah Winfrey, Joe Dispenza, haar NLP-trainer Henk, Els Fontein, Simone Levie en Ryan Serhant.
Vooral mensen die hun kwaliteiten benutten, inspireren haar. Over Ryan Serhant zegt ze: “Hij staat totaal niet stil bij een label. Dat interesseert hem niet. Hij gebruikt vooral de kwaliteiten waar hij goed in is.”
Welk advies geef je jongeren?
“Ga jezelf ontdekken. Veel mensen leven naar de omstandigheden waarin ze terechtkomen. Terwijl de zoektocht zit in wie je zelf bent. Als je weet dat je invloed hebt op wie je wilt zijn, ga je andere beslissingen nemen.”
Ze vindt het belangrijk dat jongeren weten dat hun achtergrond niet alles bepaalt. “Waar je in opgegroeid bent, hoeft niet te zijn wie jij wil zijn. Ga zelf ontdekken wat je fijn en leuk vindt.”
Voor neurodivergentie gebruikt Bianca graag een beeld. “Ik vergelijk het weleens met een houten been. Als je een houten been hebt, ga je ook ontdekken wat je daarmee wel kunt.” Zo kijkt zij ook naar dyslexie, ADD, ADHD of andere kenmerken. “Je hebt iets wat bij jou hoort. De vraag is: wat kun je daarmee? Wie ben jij ermee? Zonder je te laten beperken. Want dat houten been kan je evengoed olympisch kampioen maken. Op jouw gebied.”
Meer lezen over Bianca en haar bedrijf? Klik hier.
Wim Oudejans loopt op zijn tachtigste de marathon van Rotterdam. In 3 uur, 52 minuten en 50 seconden. En scoort daarmee een Nederlands record in zijn leeftijdscategorie.
Het is het pad ernaartoe maakt het nog mooier. Oudejans begon pas na zijn vijftigste met hardlopen. Geen klassieke sportachtergrond, hij is begonnen, en blijven gaan.
In de jaren daarna groeide hij uit tot een sterke masteratleet. Europese titels, nationale records. Toch bleef de marathon lange tijd liggen. Twintig jaar zelfs. Tot hij besloot het opnieuw te proberen.
De marathon zelf werd geen makkelijke tocht. “Ik ben elf keer doodgegaan,” zei hij na afloop.
Op de Coolsingel kwam hij bijna instortend over de finish. Daarna de bevestiging: het record is binnen. Zijn kleinzoon hing hem de medaille om. Een moment dat rond ging op sociale media. Niet alleen vanwege zijn leeftijd, maar vanwege wat het losmaakt. Het idee dat je niet vastzit aan een moment in je leven waarop je ‘op je best’ zou moeten zijn.
Dat ontwikkeling door kan gaan. Dat doelen kunnen veranderen.
Misschien is dat de echte vraag die zijn verhaal oproept:
Wanneer heb jij voor het laatst iets gedaan waarvan je dacht dat het niet meer voor jou was?
En wat zou er gebeuren als je het toch nog eens probeert?
Meer lezen? Klik hier.
Het verhaal van Nazha Rustom gaat over opgroeien tussen werelden, jezelf aanpassen om mee te kunnen doen en langzaam ontdekken wie je bent en waar je wilt staan. Van vluchtelingenkamp naar Chief Diversity & Inclusion bij De Nederlandsche Bank.
“Mijn ouders moesten het van een uitkering hebben”
Nazha Rustom werd geboren in een Palestijns vluchtelingenkamp in het zuiden van Libanon en kwam drie maanden later met haar ouders naar Nederland. De start was ingewikkeld.
„Mijn ouders moesten het van een uitkering hebben. Je mag ook een heel lange fase niet werken als je in het asielproces zit, als je verblijfsvergunning hebt. Dus dan moet je het met een uitkering doen. En ja, met zeven kinderen, dat is gewoon heel ingewikkeld.”
Toen Nazha twaalf was, kwam de brief van de IND. Zij las altijd de post voor haar ouders.„En ik las het hardop en ik besefte me nog niet zo goed wat ik aan het lezen was. En toen zei mijn moeder: ‘Ja, maar wat betekent het dan?’ En daarna ging ik pas nadenken en zei: ‘Volgens mij mogen we blijven’.”
De reactie thuis was intens.„Dat was ontlading, dat was verdriet, dat was alles bij elkaar.” En tegelijk voelde het als afscheid. „Het is natuurlijk ook een stukje verdriet dat je definitief afscheid neemt van waar je vandaan komt en wat je kent.”
Opgroeien en zoeken
Het opgroeien in Nederland voelde voor Nazha complex. „Ik was altijd op zoek naar: wie mag ik zijn? Wie wil ik zijn? Wie kan ik zijn?”
Thuis, op school en daarbuiten golden verschillende verwachtingen. Haar ouders kenden het Nederlandse schoolsysteem niet, waardoor Nazha veel zelf moest uitzoeken. „Dan ben je vijf, zes en dan zoek je voor jezelf voor het eerst uit hoe dingen moeten.” Dat ging niet altijd goed. „En dan ontstaat er op een gegeven moment ook irritatie bij de andere kinderen of bij de juf. Terwijl je echt zo je best doet.”
School raakte haar interesse kwijt. Met terugwerkende blik mist ze begeleiding. „Je bent een leerkracht, kijk even verder. Wat is er aan de hand?”
Leven zonder perspectief
Na de basisschool ging Nazha naar VMBO Kader en werkte ze bij Zeeman. „Omdat het makkelijk was. Je hoeft er niet heel veel voor te doen en het was niet complex.”
Ze leefde van dag tot dag. "Ik had echt geen toekomstperspectief.”
Het werk begon te knellen. „Op een gegeven moment dacht ik: dit kan ik gewoon niet de rest van mijn leven doen.”
Via het mbo kwam ze in aanraking met het hbo. „Toen heb ik voor het eerst in mijn leven over het HBO gehoord.” Daarna volgden de universiteit, een bachelor en een master aan de Universiteit Utrecht. „Toen ik klaar was op de universiteit, dacht ik wel echt: was dit het dan?”
Werken en jezelf hervinden
Na haar studie begon Nazha bij ABN AMRO. „Dat was zeker een cultuurschok.” Ze nam gedrag over van collega’s. „Je gaat wel op je bek, want je gaat bepaald karakter en gedrag laten zien wat bij iemand anders hoort.”
Assertiviteit voelde niet vanzelfsprekend. „Ik probeerde bijvoorbeeld assertief te zijn en kwam toen ineens als een bitch uit de hoek.” Met de jaren kwam er ruimte om dichter bij zichzelf te blijven. „Ouder worden geeft je gewoon heel veel wijsheid. En dan ontdek je: wacht even, die ander weet eigenlijk ook helemaal niet wat hij aan het doen is.”
Sinds november 2022 werkt Nazha Rustom als Chief Diversity & Inclusion bij De Nederlandsche Bank.
Tips:
- Je hoeft niet te weten wie je bent om te beginnen
- Zoeken mag tijd kosten
- Je mag opnieuw kiezen
- Je ontwikkeling hoeft niet in één lijn te lopen
Sonja Koster-Klomp is oprichter van MindSign, een organisatie die mentale zorg anders organiseert. Samen met haar team helpt ze medewerkers om mentaal fit te blijven of weer op weg te komen, zonder lange wachttijden en zonder ingewikkelde labels. Op een andere manier dan de reguliere zorg. Want al op jonge leeftijd merkte Sonja dat ze anders keek naar mensen en systemen. Ze stelde haar eigen norm. Lees hoe zij hiertoe kwam en welke lessen zij doorgeeft.
“Ik kom uit een gezin met twee lieve ouders en een broer die vijf jaar jonger is.”
Als kind wist Sonja zichzelf goed te vermaken. “Ik was een enorme boekenwurm. Ik las veel en speelde bibliotheekje, nummerde alle boeken en nodigde vriendinnetjes uit om boeken te komen lenen.”
Naast lezen hield ze van gezelligheid en van dingen zelf bedenken. “Ik vond het heel leuk om met mijn moeder of met mijn vriendinnetjes koekjes te bakken. Maar dan wilde ik die koekjes wel verkopen, want dan kon je daarna nog meer koekjes bakken.”
Ondernemerschap zat er dus al vroeg in. “Mijn vader heeft jarenlang zijn eigen financieel adviesbureau gerund. Er zat bij ons thuis wel een stukje eigenwijsheid in. Dingen net even anders doen dan de rest.” Dat ze ooit zelf ondernemer zou worden, besefte ze toen nog niet. We volgen Sonja van jeugd tot ondernemer.
“De overgang naar de middelbare school was ronduit dramatisch”
"De basisschool ging als vanzelf", vertelt Sonja. “Ik vond het hartstikke leuk en helemaal niet moeilijk. Ik fietste er gewoon doorheen.”
De overstap naar de middelbare school was echter groot. “Op Scholengemeenschap De Breul in Zeist voelde ik me ontzettend verloren door alle veranderingen en miste ik houvast, terwijl ik allemaal vriendinnen om me heen had.” Ook haar schoolprestaties veranderden. “Mijn resultaten waren bij sommige vakken ronduit slecht.”
Eén docent maakte het verschil. “Mijn godsdienstleraar zei: ‘Sonja kan dat wel.’ Ondanks dat ze met haar cijfers eigenlijk niet in aanmerking kwam voor de mavo, mocht ze toch door. “Ik vond het met 'de hakken over de sloot' verschrikkelijk, maar ik dacht: als ik maar op school kan blijven.” Daarna ging het beter. “Hoe moeilijker het werd, hoe makkelijker ik het vond.” Ze behaalde haar diploma en ging verder met havo.
Niet passen in het systeem
Sonja blikt met gemengde gevoelens terug op die periode. “Ik dacht vaak: waarom moet ik geschiedenis leren als het al voorbij is? Wat ga ik daar dan mee doen? Ik had mijn eigen ideeën en ontdekte dat ik anders dacht dan de leeftijdgenoten om mij heen."
Wat wel duidelijk was: ze wilde mensen helpen. “Thuis was ik opgegroeid met pleegkinderen. Ik zag toen hoe hulpverleners hun werk deden en vond daar iets van. Ik vond ze te zakelijk. Niet echt in contact met de ander, gewoon afstandelijk. Ik wilde dit anders doen.”
De zoektocht naar de juiste studie
Na havo koos ze voor een sociale opleiding, al bleek dat niet meteen de juiste keuze. Sonja: “Ik ging naar SPH, maar daar lag de focus op groepen. Tijdens mijn stage werkte ik met meervoudig gehandicapte leeftijdgenoten die ik onder de douche moest zetten en eten moest geven. Ik dacht: dit is echt helemaal niks voor mij.”
Opvallend genoeg zag haar omgeving dat anders. “Ik kreeg een 9-plus voor mijn stage en een bijbaan aangeboden. Maar ik vond het niet leuk.” Ze stapte over naar maatschappelijk werk en dienstverlening, omdat ze wist dat ze mensen individueel wilde helpen. Die opleiding rondde ze met succes en plezier af.
“Ik ben oprecht nieuwsgierig naar mensen”
Tijdens haar stage bij de Raad voor de Kinderbescherming viel alles op z’n plek. “Qua werkplek is de Raad voor de Kinderbescherming een eindstation, maar ik voelde me als een vis in het water.” Sonja werkte met gezinnen in pittige situaties, ze heeft daar veel gezien. “Ik geloofde niet dat ouders hun kind opzettelijk pijn doen. Ik zag vooral onmacht.”
Die houding maakte het verschil. “Ik was oprecht nieuwsgierig naar mensen. Daardoor lukte het mij om bij iedereen in contact te komen.” Collega’s zagen dat ook. “Als iemand vastliep, zeiden ze: vraag Sonja. Die krijgt iedereen aan de praat.”
Werk, moederschap en blijven ontwikkelen
Na acht jaar werken bij de Raad voor de Kinderbescherming veranderde haar leven toen ze moeder werd. “Na verschillende politieachtervolgingen en gevaarlijke momenten, dacht ik: ik kies voor dit vak, maar mijn kind niet.” Ze stapte over naar pleegzorg, waar ze ook iets van vond hoe de hulp was ingericht en waar ze een andere visie had op goede begeleiding dan de gebruikelijke maat.
Het moederschap van twee kinderen en haar carrière waren beiden belangrijk voor Sonja. Maar ze was niet in de wieg gelegd als blijvende stay-at-home moeder: “Ik houd niet van shoppen, niet van poetsen en niet van tv kijken.” Dus bleef ze zich ontwikkelen tijdens haar zwangerschaps- en bevallingsverloven en behaalde diploma’s. “Daardoor mag ik mij psycholoog noemen.”
“Ik heb altijd gedacht: ik wil de wereld een beetje mooier maken. Als ik ooit doodga, wil ik dat er iets is verschoven.”
De stap naar ondernemen
Op een gegeven moment besloot Sonja haar eigen weg te gaan volgen en startte haar eigen praktijk. “Ik vond het doodeng. Was gewend aan de veiligheid van een organisatie. En nu moest ik zelf zeggen: ik kan jou helpen.”
Toch deed ze het. Ze begeleidde eerst vooral kinderen en gaf trainingen. Later breidde ze dat uit naar volwassenen. “Als andere professionals er niet uitkwamen, zeiden ze: ga maar naar Sonja.”
Haar grote voorbeeld hierbij was Annemarie van Gaal. “Met name de visie van Annemarie over de eigen verantwoordelijkheid nemen over je leven en haar kritiek op bestaande systemen vormt voor mij een inspiratie. Ze is ook iemand die anders denkt.” Sonja zou Annemarie graag eens ontmoeten. "Dat lijkt mij echt gaaf en inspirerend.”
De keuze voor een eigen aanpak van mentale zorg
Ondanks het succes van haar praktijk ging het bij Sonja wringen. “Ik deed 35 sessies per week en vroeg mijzelf af: ga ik dit doen tot mijn pensioen?”
Ze zag hoe het systeem werkte. “Waarom moet hulp zo lang duren? Waarom zijn er wachttijden?” Dat bracht haar op een nieuw idee. “Hoe tof zou het zijn als je mensen in vijf sessies kunt helpen?”
Zo ontstond in 2020 haar nieuwe bedrijf: MindSign. Binnen no-time dienden de eerste opdrachtgevers zich aan. Het waren grote organisaties die vertrouwen en geloof hadden in haar aanpak. Een andere aanpak dan de reguliere GGZ.
“Wij zien mensen zoals ze zijn. We denken niet in stoornissen, maar in mogelijkheden. Niet in protocollen, maar in verbinding. Mensen krijgen snel hulp, zonder ingewikkelde procedures. We stellen vragen, koppelen iemand aan de juiste psycholoog en gaan meteen aan de slag.”
Wat ze vaak terughoort? “Dit is anders. Dit is écht.”
Missie voor de toekomst
“Ik vind het eerlijk gezegd ronduit schokkend dat onze werkwijze als ‘bijzonder’ wordt gezien. Want voor ons is dit de norm: betrokken, snel, deskundig én menselijk.
Onze maatschappij is gewend geraakt aan medicaliseren: klachten worden vaak direct gelabeld als een stoornis waar je ‘vanaf’ moet. Maar wat als we anders kijken? Ik geloof dat ieder mens goed is zoals hij/zij is, en dat we allemaal unieke wezens zijn. We erkennen daarmee dat ieder mens op zijn eigen manier omgaat met het leven en dat daarin geen goed of fout bestaat.
Met MindSign willen wij, dat geldt voor mij én mijn team psychologen, bijdragen aan die kanteling. Door te normaliseren wat nu nog als alternatief wordt gezien. Door mensen zodanig te helpen dat hij/zij zichzelf zo goed gaat kennen en weet wat nodig om met mentale uitdagingen om te gaan.
Advies aan jongeren
De ervaringen die Sonja in haar leven opdeed, deelt ze graag met anderen. Vooral met jongeren die nog keuzes (gaan) maken.
“Volg altijd je hart en blijf bij jezelf. Toen ik 21 was, wist ik al dat ik dingen anders zag. Ik dacht dat ik de uitzondering was.”
Ze kijkt er nu anders naar. “Als je dat omdraait en zegt: Ik ben de norm, zoals ik het zie en doe. Dan kun je alles creëren wat bij je past.”
Tot slot een wijze les: “Laat je niet van de wijs brengen. Vertrouw op jezelf. Dan kom je verder dan je denkt.”
Wil je meer weten over Sonja en MindSign? Klik hier
Tijdens de recente uitreiking van de Oscars schreef cameravrouw Autumn Durald Arkapaw geschiedenis door als eerste vrouw ooit de Oscar voor Beste Cinematografie te winnen. Haar werk aan de film Sinners markeerde een mijlpaal die symbool staat voor een bredere beweging binnen de filmindustrie.
Tijdens haar speech richtte Arkapaw zich nadrukkelijk tot andere vrouwen in de zaal. Ze vroeg hen om op te staan, als erkenning voor alle makers, samenwerkingen en netwerken die hebben bijgedragen aan dit moment. Daarmee maakte ze duidelijk dat haar prijs voortkomt uit de jaren van inzet van vrouwen die zich een plek hebben bevochten in een wereld die lange tijd werd gedomineerd door mannen.
Grenzen verleggen
Met Sinners, geregisseerd door Ryan Coogler, bracht Arkapaw een visueel verhaal tot leven. De film speelt zich af in het Mississippi van de jaren dertig en bespreekt thema’s als onderdrukking, spiritualiteit en de veerkracht van zwarte cultuur. Haar camerawerk versterkt deze beeldtaal en neemt de kijker volledig mee in de sfeer van het verhaal.
Daarnaast brak ze ook technisch nieuwe grond. Als eerste vrouw werkte ze met grootformaat filmtechnieken zoals IMAX 65mm en Ultra Panavision.
Verschuiving achter de schermen
De betekenis van deze overwinning wordt nog duidelijker wanneer je kijkt naar de geschiedenis van de categorie. Lange tijd werden zwarte makers nauwelijks erkend binnen cinematografie. Pas in 1998 kwam daar verandering in met een nominatie voor Remi Adefarasin, gevolgd door Bradford Young in 2016.
Dat Arkapaw nu wint, laat zien dat zwarte vrouwen niet langer alleen aanwezig in de industrie, ze nemen ook een leidende rol in.
Van uitsluiting naar erkenning
Om de impact van deze ontwikkeling te begrijpen, is een blik op het verleden belangrijk. In 1940 werd actrice Hattie McDaniel de eerste zwarte winnaar van een Oscar, voor haar rol in Gone with the Wind. Tijdens de ceremonie zat ze noodgedwongen aan een aparte tafel achterin de zaal, vanwege de toen geldende segregatie.
Waar McDaniel erkenning kreeg onder beperkende omstandigheden, stond Arkapaw vrij op het podium, omringd door collega’s en vakgenoten. Het contrast tussen deze twee momenten laat zien hoeveel er is veranderd, en hoeveel strijd daaraan voorafging.
Een nieuwe fase voor de filmindustrie
De film Sinners ontving een recordaantal nominaties en prijzen, wat laat zien dat er meer ruimte ontstaat voor verhalen die eerder onderbelicht bleven.
Tegelijkertijd maakt deze mijlpaal duidelijk dat erkenning tijd kost. Decennialang bleven vrouwen en mensen van kleur buiten beeld in technische rollen binnen film.
De avond waarop Autumn Durald Arkapaw haar prijs in ontvangst nam, voelt daarmee als een kantelpunt. Niet alleen voor haarzelf, maar voor een hele generatie makers die hun plek opeisen en het beeld van de toekomst vormgeven.
Meer lezen? Klik hier.
Aankomende zondag, 8 maart, is het Internationale Vrouwendag. Een belangrijke dag voor de geschiedenis van vrouwenemancipatie, voor erkenning van de problemen die nog steeds spelen, en voor de mooie bewegingen van het heden.
Deze hele maand zijn er allerlei festiviteiten rondom deze viering, waaronder ook De Haagse Vrouwendagen. Tijdens deze dagen wordt onder andere de Kartiniprijs uitgereikt. Maar wie was Kartini en waarom is deze prijs naar haar vernoemd?
Het verhaal van Kartini
Raden Adjeng Kartini (1879 - 1904) werd op 21 april 1879 geboren. Als dochter van het hoofd van het district Mayong maakte zij deel uit van de Javaanse aristocratie. Kartini mocht samen met haar zus tot haar 12e naar een Europese lagere school en sprak hierdoor uitstekend Nederlands. Na deze educatie moest ze zich voorbereiden op het huwelijk met een man van dezelfde sociale klasse.
Rond deze periode werd Kartini zich bewust van de verhoudingen die vanuit de maatschappij als ‘normaal’ werden gezien. Haar rechtvaardigheidsgevoel begreep niet waarom er bepaalde normen en wetten waren die haar zouden beperken, en zij wilde niet trouwen. Dit zou namelijk haar vrijheid beperken.

Raden Adjeng Kartini (1879 - 1904)
Foto: Tropenmuseum
Gelukkig vond ze in deze periode ook erkenning en herkenning in tijdschriften en boeken. Ze las stukken van Europese feministen en startte briefverkeer met onder andere de Nederlandse Stella Zeehandelaar. Kartini wilde meer uit het leven halen dan zich toewijden aan een man en kwam met het plan om een vak te gaan volgen in Nederland, wat hopelijk tot economische onafhankelijkheid zou leiden. Toch ervaarde ze weerstand vanwege de realiteit waarin zij zich begaf en besloot zij uit te reiken naar invloedrijke personen.
Parlementslid ir. H.H. van Kol zocht Kartini op en geloofde in haar wilskracht. Via deze weg wist zij educatie voor vrouwen op de politieke agenda te krijgen.
Vrouwenrechten in Nederland
In Nederland brak in deze tijd een baanbrekend jaar aan: 1870. Het jaar dat Aletta Jacobs de moed verzamelde en een brief schreef aan de liberale minister Thorbecke met het verzoek tot toelating aan de universiteit. Op 20 april 1871 was het zover: Aletta Jacobs mocht als een van de eerste vrouwen officieel aan een Nederlandse universiteit studeren. (Anna Maria van Schurman had al eerder colleges gevolgd, maar niet als officieel ingeschreven student.)
Een stap die wij waarschijnlijk niet al te gek vinden, maar die in die tijd voor veel controverse zorgde.

Aletta Henriëtte Jacobs (1854 - 1929)
Foto: Chicago Daily News, Inc.
Haar broers schaamden zich enorm, publicaties in kranten maakten Aletta belachelijk en schreven dat geleerde meisjes ‘manwijven’ zouden worden. De patriarchale rol van de vrouw stond op het spel. Toch bleef Aletta streven naar meer. In 1878 slaagde ze als eerste vrouw in Nederland voor het arts-examen en in 1879 promoveerde ze tot doctor in de geneeskunde. Haar vader was ongelooflijk trots en volgens hem had zijn dochter “de hoogste trap als vrouw bestegen.”
"Ik mag immers toch niets worden omdat ik een meisje ben!" - Aletta Jacobs
Voorafgaand activisme
Hoewel er vaak gesproken wordt over Aletta Jacobs en Kartini wanneer wij les krijgen over vrouwenrechten, waren er ongelooflijk veel voorgangers die zich hierover uitspraken.
Een van hen was Sojourner Truth (geboren als Isabella Baumfree, 1797 - 1883). Sojourner was een enorm daadkrachtige vrouw die onder andere samen met haar jongste dochter Sophia aan slavernij wist te ontsnappen. Tijdens deze ontsnapping liet zij haar man en andere kinderen achter.
Eenmaal vrij kreeg Sojourner te horen dat haar vijfjarige zoon Peter illegaal was verkocht. Ze besloot een rechtszaak aan te spannen. Dit werd de eerste keer dat een zwarte vrouw met succes een witte man vervolgde.

Sojourner Truth (1797 - 1883)
Foto: Library of Congress
Sojourner bekeerde zich en gaf zichzelf de naam Sojourner Truth. Ze verhuisde samen met Sophia en Peter naar New York City en ging aan het werk als huishoudster.
In de jaren ’40 van de 19e eeuw was Sojourner vaak het gezicht bij bijeenkomsten over de afschaffing van slavernij. In 1844 sloot zij zich aan bij de Northampton Association of Education and Industry, een organisatie die zich onder meer inzette voor hervorming van vrouwenrechten en de afschaffing van slavernij. Sojourner werd een welbekende spreekster en sprak zelfs op de eerste zwarte vrouwenrechten conventie in 1851.
Haar hele leven bleef ze analfabeet. Toch publiceerde ze in 1850 een autobiografie genaamd The Narrative of Sojourner Truth: A Northern Slave. Ze werd een van de bekendste gezichten in de strijd tegen slavernij in de Verenigde Staten. Met haar beroemde quote “Ain’t I a woman?” kennen wij haar als een van de eerste vrouwen ter wereld die zich uitsprak voor vrouwenrechten.
De tijd van het vrijuit kunnen spreken
“Ain’t I a woman?” kent nog steeds haar invloed in hedendaagse literatuur en media. Zo noemde de Amerikaanse auteur, dichter, professor en activist bell hooks (1952 - 2021) haar boek Ain't I a Woman? Black Women and Feminism naar deze quote.
bell hooks had een creatieve visie op de wereld. Ze veranderde haar naam van Gloria Jean Watkins naar bell hooks, vernoemd naar haar overgrootmoeder, en schreef deze bewust zonder hoofdletters. Zo wilde zij duidelijk maken dat de boodschap belangrijker is dan de naam van de schrijver.

bell hooks (1952-2021)
Foto: Ercia Lansner/Redux/ANP
bell hooks had een brede achtergrond in onderwijs. Ze behaalde haar Bachelor of Arts, Master of Arts en promoveerde in de literatuur aan de Universiteit van Californië. Tussen deze studies door schreef ze haar eerste boek: And There We Wept: Poems. Later volgde een van haar bekendste werken: Ain’t I a Woman?: Black Women and Feminism.
Ook schreef ze Feminism Is for Everybody: Passionate Politics, waarin ze in duidelijke taal beschrijft wat feminisme inhoudt en waarom iedereen slachtoffer is van het patriarchaat. In haar eigen woorden schrijft ze in de introductie een persoonlijk bericht:
"I needed feminism to give me a foundation of equality and justice to stand on."
bell hooks laat zien dat feminisme en de feministische golven geen beweging zijn die komt en gaat, maar een voortdurend streven waar iedereen in de samenleving belang bij heeft: man, vrouw, die, hun en ieder ander die deel uitmaakt van onze samenleving. Het doel is een wereld zonder seksisme.
"Come closer and you will see: feminism is for everybody." - bell hooks
De kern van feminisme
Vandaag de dag leven wij in een heel andere wereld dan deze vrouwen deden. Alleen al in de afgelopen jaren is er ongelooflijk veel veranderd op het vlak van vrouwenrechten en emancipatie: positief, en helaas ook negatief.
Het voelt soms alsof wetten waar al deze vrouwen zo hard voor hebben gestreden langzaam worden teruggedraaid. Juist daarom is een dag zoals 8 maart zo belangrijk en essentieel voor blijvende verandering. Zoals bell hooks schrijft in Feminism Is for Everybody: Passionate Politics:
"We are not there yet. But this is what we must do to share feminism, to let the movement into everyone's mind and heart. Feminist change has already touched all our lives in a positive way. And yet we lose sight of the positive when all we hear about feminism is negative."
Fijne vrouwendag.
Meer lezen? Klik hier.
Wat doe je als je op je 13e al geschiedenis schrijft?
Loslaten in een wereld van prestatiedruk
Alysa Liu werd in 2019 de jongste Amerikaans kampioen kunstschaatsen bij de vrouwen ooit, won brons op de World Championships in 2022 en werd 6e op de Olympische Spelen in Beijing. In een interview met ELLE USA legt ze uit dat ze het niet naar haar zin had tijdens het schaatsen door de projectie van wat anderen dachten hoe haar leven moest lopen. Zo besloot ze op haar 16e hier een punt achter te zetten.
“Ik was 16 en ging bijna naar de universiteit. Ik wilde nog zoveel doen,” vertelde ze. Ze reisde naar Nepal, maakte roadtrips met vrienden. “Ik leefde echt volop. Het was de mooiste tijd van mijn leven.”
Een terugkeer op eigen manier
Inmiddels is Alysa teruggekeerd op de schaatsbaan. De jaren van afstand hebben haar inzicht gegeven in wie ze is, wat haar smaak, stijl en voorkeuren zijn. Zo legt ze uit dat ze nu duidelijker voor ogen heeft dat ze de creatieve regie wil nemen over haar schaatsperformances, om die als een uiting van haar innerlijke wereld te gebruiken.
De kracht van ‘detached’ zijn
Afgelopen week won ze goud op de Olympische Spelen en overwint ze talloze harten met haar self-aware quotes en interviews. Zo geeft ze duidelijk aan zo detached mogelijk in de wedstrijd te staan, om op deze manier plezier te vinden in de struggles en de reis naar het optreden toe. Dat is bewonderenswaardig in een sport waar controle en perfectie heilig zijn.
Die houding maakt haar ongelofelijk inspirerend.
Meer lezen? Klik hier.
Toen Quin Blokzijl (24) na een stage in het Europees Parlement als vuilnisophaler aan de slag ging, begreep zijn omgeving er weinig van. Toch biedt zijn werk hem niet alleen een goed inkomen, maar ook een nieuwe kijk op de kloof tussen ‘hoog’ en ‘laag’ opgeleid.
Bij zijn sollicitatie bij een Amsterdams afvalverwerkingsbedrijf vertelde hij over zijn tijd in Brussel. De reactie was veelzeggend: ‘Oh, bedoel je het Europa-Park?’ Het moment maakte opnieuw duidelijk hoe ver werelden soms uit elkaar liggen. Juist daar wilde Quin iets mee doen.
Geen kantoorbaan wel iedere dag de zon zien opkomen
Een kantoorbaan zag hij niet zitten. “Van negen tot vijf tussen vier muren, dat past niet bij mij.” Wat hij dan wél wilde, wist hij niet meteen. Na jaren studeren had hij geen behoefte aan nog een opleiding. Als vuilnisophaler kon hij direct beginnen, buiten werken en fysiek bezig zijn. “Ik zie elke dag de zon opkomen en ondergaan. Dat geeft zoveel meer energie.”
Wat hem vooral aanspreekt, is het contact met mensen. Van rijke tot arme buurten, van vroege groeten in badjas tot zwaaiende kinderen op weg naar school. “In dat oranje pak voel je je echt onderdeel van de samenleving.” Ook zijn collega’s maken het werk bijzonder. Op de wagen praat je over alles: kinderen, het leven, politiek. “Het is een heel divers gezelschap. Juist dat maakt de gesprekken verfrissend.”
Ruimte voor meer
Het werk is zwaar en onzeker. Vroege ochtenden, fysiek tillen en elke dag afwachten waar je wordt ingedeeld en met wie. Toch weegt dat voor Quin niet op tegen wat het hem brengt. Zijn baan geeft hem ruimte om te schrijven, lezingen te geven en het gebrek aan waardering voor praktisch opgeleiden zichtbaar te maken. “Ik kan nu spreken vanuit de praktijk. Niet over mensen, maar mét mensen.”
Tip van Quin
"Laat je keuzes niet alleen leiden door status of verwachtingen van anderen. Probeer, ervaar en luister naar wat bij je past. Soms zit betekenis juist op een plek die je nooit had overwogen."
Bron: Intermediair
Ruth Benedict (1887-1948) was een van de eerste vrouwelijke grootheden in de antropologie. Ze groeide op in New York, promoveerde aan Columbia University en wordt nog altijd gezien als de grondlegger van de moderne antropologie. Zoals ze het zelf beschreef: antropologie is de studie van de mens als schepsel van de samenleving. Haar stempel op de (moderne) antropologie is geworteld in een sterke humanistische achtergrond die ze gebruikte om racisme tegen te gaan. Ze was slechthorend vanaf jonge leeftijd, maar juist dat maakte haar opmerkingsvermogen scherper. Ze keek anders, preciezer.
Benedict onderzocht culturen op een manier die destijds vernieuwend was. Ze beschreef samenlevingen alsof het persoonlijkheden waren: ze zag patronen van denken, voelen en handelen die door ervaringen en omstandigheden vorm kregen. Zij vond dat je een cultuur niet kunt begrijpen door losse gedragingen uit te lichten. Je moet kijken naar de onderliggende waarden, motieven en emoties die het geheel dragen.
Haar essay Race: Science and Politics (1940) tegen racisme ging tijdens de Tweede Wereldoorlog rond onder Amerikaanse soldaten. Daarmee liet ze 'voelen' dat verschillen tussen mensen betekenisvol zijn en nooit versimpeld mogen worden. Dat zij als vrouw en wetenschapper zo’n stem kreeg in een door mannen gedomineerde tijd, maakt haar des te opvallender.
Wat Benedict bijzonder maakt, is haar manier van kijken. Ze wist dat niemand de wereld bekijkt met een neutrale blik. Onze gewoonten, instituties en overtuigingen vormen een lens – een lens die we zelf niet kunnen zien.
“We do not see the lens through which we look.”
Daarom vond ze kleine details zo waardevol. Een ritueel, een gebaar, een kledingstuk, een woord: volgens haar konden zulke observaties symbool staan voor het grotere verhaal van een cultuur. Ze noemde dat sleutelsymbolen en wortelmetaforen: kleine aanwijzingen die een complete manier van leven onthullen.
Levenslessen van Ruth Benedict
- Kijk naar verschillen als kansen om te begrijpen, niet als grenzen om te bewaken.
- Vraag je af door welke lens jij zelf kijkt: ben je bereid om die bij te stellen?
- Kleine observaties kunnen grote inzichten opleveren!
- Een beperking kan een kracht worden als je leert vertrouwen op andere vormen van waarnemen.
- Een cultuur is geen vaststaand gegeven, maar een verzameling bewuste en onbewuste keuzes.
Wist je dat?
- Haar boek Patterns of Culture (1934) nog steeds een klassieker is binnen de antropologie.
- Benedict’s teksten over racisme de Amerikaanse overheid tijdens de Tweede Wereldoorlog beïnvloedden
- Ze schreef veel van haar bekendste werk aan de keukentafel in haar appartement in New York, vaak ’s avonds laat.
- Haar slechthorendheid maakte haar zo scherp in het observeren van lichaamstaal dat studenten zeiden dat ze “kon horen met haar ogen”.
Wil je meer inspiratie opdoen? Lees hier meer verhalen.
Sommige jongeren weten precies wat ze willen. Mas is daar een mooi voorbeeld van. Terwijl de meeste zeventienjarigen nog zoeken naar een richting, runt hij al zijn eigen fietswerkplaats in Leiden. Mas Bikes is zijn plek: een werkplaats waar hij elke dag met aandacht, vakmanschap en vooral plezier aan fietsen sleutelt. Mas' ondernemersverhaal is er een waar menigeen van kan leren. Hieronder lees je wat je van Mas kunt leren!
Je hoeft niet in het schoolsysteem te passen om iets te kunnen
Mas wist al vroeg dat school hem weinig bracht. Hij kon zich er niet vinden en voelde zich niet uitgedaagd. Fietsen onderhouden, uit elkaar halen, repareren en weer als nieuw opbouwen gaf hem wel energie. Op zijn twaalfde knapte hij een mountainbike op en verkocht die met winst. Dat kleine moment was voor hem een kantelpunt: hij ontdekte dat doen waar je blij van wordt opeens deuren kan openen.
Begin klein, maar begin
Voor Mas was het geen groot plan, maar gewoon doen. Fietsen opknappen, verkopen, beter worden, leren. Daarna werkte hij bewust een tijd bij een fietsenwinkel omdat hij wilde begrijpen hoe een echte zaak werkt. Daar keek hij mee, stelde vragen, lette op fouten en zag hoe hij het anders en beter zou doen.
Durf om hulp te vragen
Mas deelde zijn ondernemersplan op LinkedIn en vroeg om advies. Het resultaat verraste hem: hij kreeg tientallen reacties, nieuwe contacten, en zelfs een mentor met meer dan dertig jaar ondernemerservaring die hem nu begeleidt.
Voor veel jongeren voelt advies vragen spannend. Maar Mas laat zien dat mensen graag helpen – juist als je jong bent, gemotiveerd bent en een helder verhaal hebt.
Je netwerk kan overal zitten
De werkplaats van Mas kwam niet via een makelaar, maar via een stichting die gemeentelijke panden beheert. Door te zoeken, te vragen en rond te bellen vond hij een plek binnen zijn budget, inclusief starterskorting. Zo zie je maar: wie durft, krijgt kansen.
Mas richt zich nu vooral op stadsfietsen en lokale clubs, maar zijn droom ligt bij sportfietsen. Om daarnaartoe te groeien maakte hij ook in zijn marketing en promotie bewuste keuzes: hij is actief op Instagram, maar (nog) niet op TikTok, omdat zijn doelgroep daar simpelweg niet zit. Hij bouwt stap voor stap aan een merk, zonder te doen wat “moet”, maar door te doen wat werkt.
Ondernemen kan ook vriendelijk
De jonge ondernemer uit Leiden denkt niet alleen vanuit techniek. Mas wil dat zijn werkplaats een plek wordt waar mensen zich welkom voelen. Met planten, koffie, een fijne sfeer. Hij ziet wat andere winkels missen en vult dat gat op.
Daarnaast heeft hij geleerd hoe crowdfunding als springplank werkt. Omdat Mas minderjarig is, kan hij (nog) geen lening aanvragen. Daarom koos hij voor crowdfunding. Binnen korte tijd staat de teller op bijna vijfduizend euro. Niet omdat mensen hem kennen, maar omdat ze geloven in zijn verhaal. Hij noemt het zlef de kracht van de gunfactor: mensen willen je iets geven als ze zien dat je ergens vol voor gaat.
Wat jij van Mas kunt leren
Mas geeft zelf drie belangrijke adviezen aan jongeren die dromen van een eigen bedrijf:
- Maak gebruik van je gunfactor: jong zijn is geen nadeel, maar een voordeel. Het maakt je verhaal krachtig.
- Vraag advies: zoek mentoren, stel vragen, blijf in contact. Mensen die verder zijn, delen graag hun kennis.
- Begin: je hoeft niet te wachten tot ‘later’. Start met wat je nu kunt: een idee, een hobby, een kleine opdracht. Groei ontstaat onderweg.
Je leest het hele artikel door Bart Remmers hier op De Ondernemer.