Als kind was hij altijd gefascineerd door wat mensen doet bewegen, nu helpt Eugène Kuisch professionals, ondernemers en teams als businesscoach om het maximale waar te kunnen maken. Zijn onderneming U-Town staat voor het oplossen van problemen en helpt klanten om met een raket hun missie te halen. Een zetje de goede kant op omdat ze eigenlijk zelf al weten wat ze willen, maar door omstandigheden kunnen worden tegengehouden. Hij raadt jongeren aan vooral zichzelf te zijn en vandaaruit te groeien.
Hoe was je als kind?
“Mijn moeder nam mij, toen ik klein was, op een gegeven moment niet meer mee naar de supermarkt, omdat het dan veel te lang duurde.” Eugène was altijd met iedereen aan het praten. Heel bijpassend bij deze serie, was hij gefascineerd door de vraag; ‘waarom doe je wat je doet?’. “Ik was altijd benieuwd naar mensen, hoe zij in elkaar steken en wat hen beweegt.” Ook was hij altijd op zoek naar hoe dingen anders zouden kunnen, nóg beter of efficiënter. “Bij alles vraag ik mijzelf af waarom iets op een bepaalde manier gedaan wordt en wat de andere opties zijn.”
Eugène groeide op als één-na oudste in een gezin van zes personen. Op twaalfjarige leeftijd woonde hij een tijdje in Brazilië en Suriname. “De onstuimige en wilde manier van leven heeft er altijd in gezeten.” Zijn moeder zat in de verpleging en zijn vader was werkzaam als personeelsfunctionaris. “Mijn ouders hadden ook een open blik en stimuleerden ons om altijd het maximale eruit te halen.” Of het nou met reizen, school of muziekspelen was. Voor Eugène was dat een hele fijne bedding om te groeien.
Wat hij vroeger wilde worden? “Brandweerman, haha, maar eigenlijk zie je dat nog steeds terug; met U-Town helpen we mensen uit de brand en blussen we het vuur.”
Welke keuzes werden er op opleidingsvlak gemaakt?
Na de Havo is Eugène Personeelsmanagement gaan studeren in Zwolle. “Na die opleiding ben ik voor mijzelf aan de slag gegaan.” Zo deed hij interim opdrachten, werving en selectie maar ook organisatieadvies. Van alles wat dus. “Na wat omzwervingen ben ik zelfs nog werkzaam geweest in de financiële sector. Daarna heb ik een overstap gemaakt naar de IT-sector en sinds 2011 ben ik ondernemer.” Een businesscoach met kennis over van alles en nog wat!
De eerste vier jaar was zijn onderneming gevestigd in het World Trade Center in Utrecht. Bij het koffiezetapparaat heeft hij veel gesprekken gehad met zijn ‘buurman’, Michel Croiset, op het kantoor. “Daar is het idee van U-Town geboren, sinds 2015 zijn wij compagnons.”
Waar staat U-Town voor?
“Wij zijn niet van de dikke rapporten en theoretische modellen, maar van het praktisch dingen oplossen mét de klant.” Volgens Eugène is het belangrijk om actief te luisteren, eerlijk en direct te zijn als het nodig is, en écht samen met de persoon naar een oplossing te zoeken. “Je kunt ons het beste vergelijken met The A-team. Ook wij worden ergens ingevlogen als er een probleem of uitdaging is.” Zij houden zich vast aan hun 3M-strategie, wat staat voor mensen, middelen en missie. Op de site van de onderneming wordt het proces en doel metaforisch vergeleken met een raket. “Een raket is sterker dan de zwaartekracht, er komen heel veel G-krachten vrij en er zit heel veel techniek in. Een raket brengt je naar je bestemming toe.”
“Als ik mensen kan helpen om hun doelen te realiseren, dan geeft dat een enorme kick. Dan kan ik wel dansend op de tafel springen.” Soms zijn er wel eens mensen bang, waardoor zij worden tegengehouden in het waarmaken van hun missie. “Ik zie dan altijd een duikplank voor me. De persoon die erop staat weet dat hij eigenlijk moet springen en dat dat eigenlijk wel goed gaat. Maar in zijn hoofd ontstaat dan angst, om bijvoorbeeld met een platte buik op het water te knallen. Als ik iemand kan bewegen om tóch te springen, en diegene daarna euforisch is omdat het een goede sprong is geweest, krijg ik daar écht vleugels van.”
Wat zou je jongeren willen meegeven die voor belangrijke keuzes staan?
“Het allerbelangrijkste is dat wat er ook gebeurt, ongeacht wie er voor je staat, je jezelf bent. Stel, er zijn dingen die je anders wil, dan moet je dat altijd kunnen aangeven. Er zijn zoveel mensen die diep in hun hart weten wat ze willen, maar die door omstandigheden ergens blijven hangen. Ik probeer altijd te kijken waar mensen de twinkeling van in hun ogen krijgen, dat is het allerbelangrijkst.” Die twinkeling zit er bij Eugène zelf dik in. Wat hij nu doet, is het leukste wat hij ooit gedaan heeft.
Foto: Rodney Kersten
Meer tips van ondernemers lezen voor jongeren die hun studie- of baankeuze willen maken? Blog | Esther Communiceert
Regelen en organiseren waren altijd al karaktereigenschappen van Ellen Altena-de Zeeuw. Haar harde werkmentaliteit én het blijven leren hebben ervoor gezorgd dat zij haar kracht vond. In 2007 opende Ellen massagepraktijk ‘Knederij’, in april 2022 werd dit omgezet in een conceptstore op het gebied van gezondheid: ‘Gezonderij’.
Hoe was je als kind?
“Mijn jeugd was echt prima, ik heb altijd hele lieve ouders gehad. Als kind had ik nooit echt een grote mond, maar ik was ook niet stil. Ik had veel vrienden en trok op met mijn jongste broer, waardoor ik áltijd een maatje had.” Met hem scheelt Ellen maar 1,5 jaar, waardoor je sneller naar elkaar toetrekt. Haar andere broer en zus zaten, zeker tijdens haar jeugd, in een hele andere levensfase. “We zijn nog steeds heel close! Het hele gezin woont op dit moment binnen een straal van zeven kilometer. Het is fijn om snel bij elkaar langs te kunnen gaan, ook wanneer je elkaar nodig hebt.”
“Ik woon nu met mijn eigen gezin in hetzelfde huis waarin ik ben opgegroeid. Het is een prachtige plek tegen de bossen en aan de weilanden.” Voor Ellen is het heerlijk om na een werkdag thuis te komen en daar de rust te ervaren.
“Tijdens mijn opvoeding was het niet echt vanzelfsprekend om zomaar te luieren op de bank, mee aanpakken in huis of de tuin en bezig zijn met school waren dat wel!”
Haar ouders zagen graag dat ze, als kind, een muziekinstrument leerde bespelen. De pianowens mondde uit in een orgel, wat beter in huis paste. “Ik heb ook een tijd op ballet gezeten, maar omdat ik niet zo lang was, voelde ik mij daar niet erg op mijn gemak.”
Op school liep het voor Ellen niet helemaal zoals gewenst. “Ik was geen studiebol, ik vond het ontzettend moeilijk om te leren en heb dan ook 5 jaar over de mavo gedaan.” Hoewel het eigenlijk niet kon, deed ze destijds de mavo brugklas over, terwijl een overstap naar de huishoudschool meer voor de hand lag. “Maar mijn ouders zagen dat anders! Hun andere drie kinderen hadden de mavo afgerond, dus Ellen ging dat ook doen.” En het is haar gelukt!
Welke keuzes maakte je na de middelbare school?
“Na de mavo heb ik een receptioniste opleiding en daarna een hostess-opleiding gevolgd. Ik vond in die tijd toerisme interessant. Het organiseren zat er toen al in.” In die tijd, op 17-jarige leeftijd, kende ze haar huidige man Carl al. “Ik wilde heel graag werken zodat we samen een huis konden kopen.” Na verschillende banen als receptioniste, kwam Ellen terecht bij een bedrijf wat zoutjes produceerde. “Daar was ik verantwoordelijk voor het accountmanagement.” Dat zij in de jaren ’90 zo’n functie bekleedde, was nog best bijzonder. “Maar dat vond ik eigenlijk juíst leuk. Ik heb het sowieso altijd fijn gevonden tussen de mannen te werken, het zijn toch wat minder zeurpieten hahaha.”
Tijdens de zwangerschap van hun tweede kindje kozen Carl en Ellen ervoor om het wat anders aan te pakken. “Ik heb mijn baan opgezegd en ben fulltime voor onze (uiteindelijk) drie zoons gaan zorgen. Daar heb ik geen seconde spijt van gehad.”
Hoe ben je gekomen waar je nu bent?
Toen haar jongste zoon naar school ging, wilde Ellen weer aan de bak. “Mijn man begon over een opleiding, en dat vond ik eigenlijk geen slecht idee. Ik koos voor een sportmassage-opleiding. Daarna studeerde ik op hbo-niveau door voor voetreflextherapie.” En waar ze eerst dacht oplossingen voor voetballende zoons aan te leren, ging haar interesse al snel over naar het menselijk lichaam en wat je daarvoor als therapeut zou kunnen betekenen. “Ik moest ook Latijnse benamingen uit mijn hoofd leren, dat lukte, ik kwam erachter dat ik wél kon leren.” Altijd is Ellen ervan overtuigd geweest dat het leren niet voor haar was weggelegd, maar nu weet ze dat het daar niet aan lag. “Het was gewoon de fase in mijn leven! Die benadering gaf mij superveel zelfvertrouwen; iets wat ik ook heb meegekregen tijdens mijn opvoeding, maar wat, als het ging om school, nooit is blijven hangen.”
In december 2007 startte Ellen haar eigen massagepraktijk in Driebergen: Knederij. “Cliënten ondergaan daar voetreflextherapie, wat inhoudt dat energie en organen van het hele lichaam, door het masseren van de voeten en de onderbenen, positief worden beïnvloed.” Op 22 april 2022 opende Ellen, samen met Carl, Gezonderij. “Een conceptstore op het gebied van gezondheid, waar niet alleen de begrippen duurzaam, puur en zuiver centraal staan, maar bovenal aandacht is voor de mens, in gezondheid én welzijn.” Bij Gezonderij kunnen zowel consumenten als therapeuten terecht. De eersten voor massage- en voetreflexbehandelingen en het aanschaffen van producten die bijdragen aan een gezond en comfortabel leven. De therapeuten kunnen bij ons trainingen volgen en producten zoals magnesium en oliën voor hun eigen praktijk kopen.”
Wat geef je mee aan jongeren die zelf voor belangrijke keuzes staan?
“Niemand is zoals jij en dát is jouw kracht! Als je moet kiezen tussen verstand en gevoel, kies dan voor jouw gevoel want jouw verstand zal het later vast wel begrijpen.” En gelukkig ziet Ellen dat besef bij jongeren steeds meer toenemen. “Je hoeft geen politieagent te worden omdat de buitenwereld dat wil, maar omdat jij in je hart voelt dat dat jouw weg is.”
Foto: Etienne Oldeman
Meer tips van ondernemers lezen voor jongeren die hun studie- of baankeuze willen maken? Blog | Esther Communiceert
Mode zat altijd al in het Italiaanse bloed van Angela Messinella-Addis, maar dat ze daar haar werk van kon maken realiseerde zij pas toen een vriendin haar wees op haar oog voor stijl. Nu is zij oprichtster van hét imagebureau van Nederland; Piazza di Moda, Styling & Business. Zij matcht iemands uitstraling op hoe iemand écht van binnen is. “Je uitstraling is alles”. Dat geldt voor iedereen, ook jongeren mogen vooral zichzelf zijn.
Hoe was je als kind?
Allebei de ouders van Angela zijn geboren en getogen in Italië. “Het lukte mijn ouders niet om in Italië geld te verdienen, dus die twee gingen op zoek en kwamen in Nederland terecht met het doel om op den duur weer terug te gaan naar Italië. Ze raakten hier zo geïntegreerd dat dat er uiteindelijk niet van is gekomen!” Haar moeder diende als sterk voorbeeld voor de kleine Angela. “Op een gegeven moment hadden wij communie, wat in Italië altijd gevierd wordt met prachtige kleding. Hier in Nederland was dat niet.” Het Italiaanse bloed kwam in haar moeder omhoog en zij besloot het zelf maar te maken. En niet onopgemerkt. “Op een gegeven moment begon opeens iedereen bij haar aan te kloppen met de vraag of ze ook zo’n mooi pak voor hen zou willen maken.” En dat deed ze. “Op die manier was ze gewoon bezig met een eigen bedrijfje, zonder dat ze dat doorhad…al deed ze het gratis trouwens.” Niet alleen de hele buurt stond te kijken van de mooie kleding die werd gemaakt. Ook Angela was altijd in de buurt wanneer de naaimachine erbij werd gepakt. “Ik stond er altijd bij te kijken, ik vond het enorm fascinerend.”
“Als je iets doet, doe het dan 100%. Alleen dan weet je of je er goed in bent of niet.”
Niet alleen haar moeder was ondernemend, ook haar vader en de rest van haar familie in Italië genoten van het ondernemersleven. “Ik keek altijd met ze mee. Mijn vader werkte in een fabriek, maar had daarnaast een eigen bedrijfje waarmee hij mensen bijvoorbeeld hielp met tegels leggen.” Omdat iedereen thuis zo druk was, was Angela als kind al enorm verantwoordelijk. “Maar eigenlijk is dat wel heel belangrijk geweest, want je moet discipline te hebben om iets op te bouwen.” Van huis uit heeft ze dan ook geleerd dat succes niet komt aanwaaien, je moet er hard voor werken. “Als je iets doet, doe het dan 100%. Alleen dan weet je of je er goed in bent of niet.”
Hoe was jouw schooltijd?
Elke zomer ging Angela met haar familie op bezoek bij haar oom en tante, die aan de Italiaanse kust woonden. “Daar had je altijd mode-events. Het was geweldig, ik kon daar uren blijven zitten.” In de zomer waren de ramen van de Italiaanse kledingwinkels beplakt met posters waarop het heerlijke woord ‘saldi’ te lezen was. Van die koopjes werd goed gebruik gemaakt. “Ik kocht mijn kleding altijd daar. In Italië liepen de modetrends twee jaar voor op Nederland, waardoor ik altijd unieke dingen aanhad die in Nederland nog niet te vinden waren.”
Tijdens haar jeugd heeft Angela veel te maken gehad met vooroordelen vanwege haar afkomst. Ze werd onderschat, waardoor ze naar de mavo moest ookal was ze perfect geschikt voor de havo. “Daardoor heb ik wel met heel veel mensen leren omgaan. Culturen, segmenten, arme of rijke mensen; dat maakt helemaal niks uit. Zet jezelf nooit boven iemand, maar altijd naast de persoon met wie je praat.” Haar werd vaak verteld dat ze ergens geen talent voor had, puur vanwege het land waar haar wortels liggen. “Ik heb dus harder gevochten om er te komen, ook dat heeft mij sterker gemaakt.” Na de mavo volgde de havo om vervolgens naar het Saxion in Enschede te gaan. “Daar ben ik Commerciële Economie Internationaal Management gaan doen, omdat ik wilde leren over het ondernemerschap.” Angela vond het enorm interessant. Na vier jaar, had ze haar diploma op zak.
Sporten was voor Angela een enorme uitlaatklep, nu nog steeds. Ze heeft geturnd, gevolleybald en gezwommen. Met zwemmen stopte ze echter al vrij snel. “Ik was bang dat mijn schouders te breed weren hahaha.”
Het familieleven
Angela woont met haar man en vier kinderen. Eén van Angela’s vier kinderen heeft een mentale beperking. “Helaas is het zo dat hij elk moment kan komen te overlijden, door zijn epilepsie. Maar als ik oversteek en er komt een auto aan, dan ben ik er ook niet meer. Zo kan het leven zijn. Als ik elke ochtend wakker word met de gedachte ‘hij is er morgen niet meer’, dan is hij er echt niet meer want zo kan je gewoon niet leven.” Haar kind is op een gegeven moment opgenomen geweest in het ziekenhuis in Groningen. Daar kreeg Angela meerdere keren te horen dat het kind het niet zou gaan halen, en dat het tijd was om afscheid te nemen. “Zolang hij er nog is, is hij er nog en blijf ik hier staan, heb ik ze verteld.”
Angela heeft het ziekenhuis vaak van binnen en buiten gezien. “Op een gegeven moment raakte ik in een burn-out. Het was altijd ziekenhuis, werken, ziekenhuis, werken.” Toen de ziekte van Pfeiffer haar trof, raakte ook al haar reserves op. “Ik werd angstig en durfde ook niet meer de straat op. Maar het was belangrijk om door te gaan."
Omdat haar zoon wegens de mentale beperking niet kan praten, is het soms lastig voor anderen om te weten hoe hij zich écht voelt. “Toen hij naar het kinderdagverblijf ging vond ik het moeilijk dat ik niet wist of die mensen mijn kind wel begrepen. Toen ben ik gaan spelen met kleur er vorm in zijn kleding.” De ene dag deed ze hem een kleur aan waardoor hij heel bleek en ziek leek, de andere keer kreeg hij een floddertrui aan die hem heel slordig en onverzorgd deed ogen. “Er waren maar drie begeleiders die écht keken naar het kind. Bij hen kreeg ik het juiste antwoord toen ik vroeg hoe hij die dag was geweest, zij prikte erdoorheen.” Om die reden gaat Angela binnenkort beginnen met het geven van cursussen op kinderdagverblijven.
Hoe kwam je aan werk als imageconsultant?
Het is niet zo dat Angela altijd al geweten heeft dat zij zich later imageconsultant mocht gaan noemen, sterker nog; ze wist niet eens dat het bestond. “Iemand zij tegen mij: “Weet jij dat jij altijd advies geeft? Op kleur en stijl. Jij bent gewoon een imageconsultant!” Ik zei toen “huh, wat is dat?” Dus Angela racete naar Google en stuitte op een opleiding. “Ik herkende mezelf direct, ‘dit ben ik ’ dacht ik.” Vijf jaar geleden is Angela de opleiding gaan volgen een heeft zij zich gespecialiseerd.
"Waar je ook gaat en staat, je moet je fijn voelen in de kleding die je hebt; in je verpakking.”
Wat houdt het eigenlijk in?
Neeeeee, een imageconsultant is niet hetzelfde als een styliste zoals wij die kennen van de BN’ers.
“Ik kijk vooral naar je uitstraling, zowel op persoonlijk vlak als op zakelijk vlak. Wat mensen zich soms niet realiseren, is dat je met alles een non-verbale taal spreekt. Het kan natuurlijk ook voorkomen dat mensen iets willen uitstralen wat ze niet zijn. Ook daar kan Angela te hulp schieten. “Als iemand er bijvoorbeeld heel somber of saai uitziet, dan zit daar altijd iets achter.”
Ook doet Angela aan Feng Shui. “Dat houdt in het harmoniseren van je omgeving. Bijvoorbeeld ervoor zorgen dat jij je thuis voelt in je huis, dat het jezelf weerspiegelt. Ik doe dat met kleding.” Zo zorgt zij ervoor dat iemands kledingkast écht die van hen is. Angela vindt het enorm belangrijk dat de kleding in iemand kast diegene weerspiegelt. “Het is het intiemste wat je meeneemt, elke dag. Waar je ook gaat en staat, je moet je fijn voelen in de kleding die je hebt; in je verpakking.”
"Wees jezelf, want dat maakt je uniek"
Wat geef je mee aan jongeren die op het punt staan om belangrijke keuzes te maken?
“Als je een keuze maakt, zorg er dan voor dat je al het andere al hebt gedaan. En als je ergens voor gaat, denk dat niet dat je er al direct bent maar zet door. Je valt echt wel een paar keer, maar geef niet op want dan geeft je je droom op. Door andere wegen te bewandelen, weet je wat je écht wil! Wees jezelf, want dat maakt je uniek."
“Eén ding is zeker; ik zong al-tijd.” Dromen zijn er om nagejaagd te worden. Melanie Reindertsen (23) is het levende bewijs daarvan. Van stralen op de schoolmusical naar zingen met Davina Michelle in de finale van het programma ‘We Want More’. Zij is namelijk hard op weg om het te maken in de country scene, iets wat in Nederland nog een flinke opgave is. Maar het komt steeds dichterbij. Ze mag namelijk haar nieuwe EP opnemen in de country-hemel: Nashville. Voor de serie 'Waarom doe je wat je doet' vragen we Melanie naar haar beweegredenen, haar passie en haar boodschap aan jongeren die 'het willen maken'.
Wat voor kind was je?
“Eén ding is in ieder geval makkelijk; ik zong altijd. Ik heb ook echt een hele fijne jeugd gehad waarin ik écht kind kon zijn.” Melanie, artiestennaam Melanie Ryan, groeide op in het Utrechtse IJsselstein, waar ze tot nu toe nooit meer weg is gegaan. “Ik sprak veel af met vrienden om lekker buiten te spelen, maar aan de andere kant ben ik ook heel veel in de weer geweest.” Als kind stond ze namelijk al in de spotlights van diverse musicals. “Ik hield van optreden dus dat was geweldig voor mij.” En dat viel niet alleen haarzelf op, maar ook haar ouders hadden het al vroeg door. “Toen ik nog heel klein was zat ik op dansen en het jaar werd altijd afgesloten met een grote opvoering in het Fulco Theater.” Allemaal peuters op een rij die de sterren van de hemel dansen en natuurlijk gevolgd door een daverend applaus vanuit de zaal waar opeens de lichten aangingen. “Mijn vader zegt nog altijd dat hij dan zag dat al die andere kindjes geschokt dachten ‘o god, er zitten allemaal mensen in de zaal’, maar dat Melanie dacht ‘Hé, maar dat is leuk’ en vrolijk terugzwaaide.” Een showpaardje vanaf jongs af aan. “Daar is het begonnen. Ik hou er gewoon van om voor mensen op te treden, te zingen, een lach op hun gezicht te toveren.”
"In mijn examenjaar deed ik mee met 'Giels Talentenjacht'"
Hoe was jouw schooltijd?
Na de basisschool ging Melanie naar een middelbare school die iets anders was dan anders. “Samen met mijn ouders keek ik of er scholen waren die extra aandacht gaven aan de kunstdisciplines”. Denk aan drama, kunst, tekenen; alles erop en eraan. “Ik hou en hield altijd al van het überhaupt creatief bezig zijn. Tekenen, zingen, toneelspelen.” Na een zoektocht kwamen ze uit bij ‘Het Oosterlicht’, een school in Nieuwegein. “Zij hadden een speciale expressieklas, waardoor je meer uren creativiteit in de week had.” Niet alleen dat, de school had ook een eigen theater waar leerlingen musicals konden opvoeren en samen liedjes konden opvoeren tijdens de open dagen. “Maar ook buiten school ben ik altijd bezig geweest met muziek. In mijn examenjaar was ik bijvoorbeeld óók bezig met ‘Giels Talentenjacht’, een online programma dat vergelijkbaar is met ‘De Beste Singer-Songwriter van Nederland’.” Het was natuurlijk een enorm extraatje dat ze óók op school zoveel bezig kon zijn met haar passie. “Het was heel vrij. Ik had heel veel verschillende groepen vrienden. Mensen van het VWO, uit de dramaklas of kids waarmee ik optrad. Op die manier had ik altijd heel veel verschillende soorten vrienden waardoor ik het snel met iedereen kon vinden.”
Hoe verliep jouw weg daarna?
Na de middelbare school besloot ze communication and multimedia design te gaan studeren. Niet omdat haar passie voor muziek verzwakte, maar omdat haar passies nog veel verder reiken. “Tekenen was, net als het schrijven van liedjes, altijd ook een uitlaatklep. Als ik bij mijn opa en oma was, tekende ik een stripverhaal van wat ik die dag had meegemaakt.” Ze heeft het dan ook met het ouders over gehad dat het tekenen ook iets zou kunnen zijn waar ze mee verder zou kunnen en willen gaan. “Muziek staat nog steeds op nummer 1, don’t get me wrong, het zou geweldig zijn als ik daar ooit mijn brood mee kan verdienen. Maar die wereld biedt geen garantie dat je er geld mee gaat verdienen, daarom is het heel fijn dat ik een diploma heb waar ik altijd op terug kan vallen.” Tijdens haar opleiding leerde Melanie alle ins and outs van het grafische werk. Ontzettend handig, óók voor haar eigen artiestenbestaan natuurlijk. “Ik kan mijn eigen logo’s, posters of banners maken. Én ik vind het gewoon ontzettend leuk om te doen. Plus Plus”
Eén grote droom wordt verwezenlijkt: een EP opnemen in Nashville.
Wat doe je nu?
Voor nu werkt ze drie dagen in de week als grafisch vormgeven, maar Melanie ’s grootste droom is natuurlijk om volledig te kunnen leven van haar passie en talent voor muziek. Eén grote droom wordt in ieder geval dit jaar al verwezenlijkt; opnemen in Nashville. The place to be voor country artiesten. “Ik ben gaan werken bij Bagels & Beans en via de CEO werd ik in contact gebracht met Femke Weidema. Zij is Nederlands maar woont en werkt in Nashville. Heeft ook haar eigen platenlabel. Toen heb ik een paar keer met haar geschreven en het over een eigen EP gehad en toen ontstond het idee om mijn EP bij haar in Nashville op te nemen.”
"Ik weet het ook nog niet allemaal. Trust the process"
Wat zou je jongeren willen meegeven?
“Ik denk dat het ook niet erg is als je het allemaal nog niet weet, ik weet het ook nog niet allemaal. Als je jong bent hoef je nog niet alles op een rij te hebben, je loopt vanzelf ergens tegenaan waarvan je denkt ‘dít vind ik tof’. Als je een kans hebt om het om te gooien, doe dat alsjeblieft. Ze zeggen wel eens ‘het leven is te kort’, en hoewel dat cliché is, is het wel waar. Trust the process, het zou ook saai zijn als je al weet wat je morgen gaat doen. Ik weet nog niet wat dit jaar in petto heeft, dat maakt het spannend.” Juist dát, dát maakt het leuk.
Kevin is vormgever én runt een foodblog met zijn zus. “Koken is eigenlijk een soort vormgeven en ontwerpen. In een advertentie zijn de tekst en foto’s de ingrediënten.” Op school was hij al dé persoon waar je heen moest voor creativiteit. Nu laat Kevin de Vries (42) zijn creativiteit de vrije loop met een carrière als grafisch vormgever én samen met zijn zus in de keuken. Hij adviseert jongeren om altijd te doen waar je gelukkig van wordt. Dat is écht het allerbelangrijkste. 'Doe wat goed voelt'.
Hoe was jouw jeugd?
“Totaal onbezorgd”, zonder enige twijfels was dat het eerste woord wat hem te binnen schoot, “eigenlijk heb ik nooit echt shit meegemaakt. Ik ben opgegroeid in Uithoorn, waar ik naar school ging, vriendjes had en thuiskwam in eigenlijk een heel normaal gezin.” Met een vader als postbode en een moeder die werkte bij de bank, was het altijd heel gemoedelijk bij het thuisfront. Kevin heeft écht kind kunnen zijn. “Al was ik vroeger op school altijd wel vrij onzeker. Er waren dan kinderen die het leuk vonden om andere mensen te pesten, daar liep ik nog wel eens tegenaan maar ben ik prima doorheen gekomen.”
“Ik was altijd aan het sporten en ik vond het helemaal te gek om te tekenen.” Toen nog geen ontwerpen vanachter een MacBook, maar gewoon leuke poppetjes op een papiertje. “Ik was ook altijd bezig met het tekenen van lettertjes.” Geen graffiti, maar kalligrafie. Dat creatieve heeft er dus altijd ingezeten en Kevin wilde al snel de grafische kant op. “Toen op een gegeven moment de computer om de hoek kwam kijken was ik compleet gefascineerd.” De komst van de, toen nog baksteen-achtige, computers had hem gegrepen. “Toen wilde ik eigenlijk naar het grafisch lyceum, maar die vonden mij te jong.” Zodoende kwam Nimeto op zijn pad. Een MBO in Utrecht waar je niet zomaar binnenkomt. De toelating? “Iedereen kreeg een woord waar je dan iets van moest maken. Mijn woord was spiegelglad.” De combinatie van Kevins creatieve ontwerp en zijn vaders zaag- en hamervaardigheden, zorgde ervoor dat Kevin met zijn spiegelgladde kunstwerp werd toegelaten. “Mijn vader was de postbode en die kwam de brief van Nimeto tegen tussen de enveloppen. Dus was hij snel met die brief naar mijn school gereden en kwam hij het schoolplein oprennen. Hij wilde weten wat erin stond.” Je raadt het al; goed nieuws. “Dat halve schoolplein was mee aan het feestvieren en iedereen vond het ook heel tof dat ik daar was toegelaten.”
Hoe kwam je waar je nu bent?
“Bij B-Ambitious ben ik grafisch vormgever, al zeker 20 jaar. Na het Nimeto wilde ik eigenlijk naar de kunstacademie, maar daar kreeg ik te horen dat ik een hele mooie map had, maar dat het werk al af was. Toen ik ging werken bij een beletteringsbedrijf zat ik vaak stickers te plakken op etalages, en toen dacht ik van ‘ja, ik wil eigenlijk die stickers zelf ontwerpen’. Van mijn eerste salaris schafte ik een iMac aan en ben gaan 'pielen' in die programma’s.”
“Op het moment dat drukwerkwebsites opkwamen waar mensen zelf hun dingetjes konden ontwerpen, zag je wel dat klanten al zelf van alles gingen fröbelen. Dan vroegen ze aan ons hoe ze de eerste stap moesten zetten en gingen vervolgens zelf verder. Dat zit dan wel in de weg, maar daar moet je als bedrijf ook weer creatief in zijn door te laten zien hoe wij het zelf nóg beter zouden doen.”
Het mooiste aan het werk? “Wij geven de ambities van ondernemers vorm.” Het logo, de smaak en herkenning van een bedrijf draait immers om de uitstraling. “Het is ontzettend tof wanneer je een bus langs ziet rijden met een logo wat jij gemaakt hebt.”
Naast het grafische werk heeft Kevin ook een foodblog met zijn zus. Het account op Instagram tikt al bijna de tweeduizend volgers aan en heeft daarmee mooie fanbase opgebouwd. “Vroeger sprak ik ook vaak met een vriend af en dan gingen we gewoon koken. Toen ik het daar begin coronatijd met mijn zus over sprak, bleek dat wij diezelfde interesse deelden en besloten we een website op te zetten.” Ons blog heette eerst ‘koken zonder pakjes en zakjes’, maar al snel liepen de twee tegen het probleem aan dat ze dan daadwerkelijk geen pakjes en zakjes mogen gebruiken, om on-brand te blijven. “En dat terwijl tomaten in blik echt gewoon best goed zijn.” Zijn zoontje van acht jaar kwam met de perfecte oplossing; “Noem het dan ‘koken met familie!’”
“Koken is eigenlijk een soort vormgeven en ontwerpen. In een advertentie zijn de tekst en foto’s de ingrediënten. In het koken heb je ook de basisingrediënten, de kruiden en de smaakmakers die de kleur geven.”
Wat geef je jongeren mee die op het punt staan om een keuze voor hun toekomst te maken?
“Gewoon doen waar je zelf gelukkig van wordt. Dat is écht, écht, écht het allerbelangrijkst. Laat je niet beïnvloeden door mensen om je heen, doe gewoon wat je hart ingeeft en ga daar volledig voor.” Als één van zijn twee zoontjes over een aantal jaar geen flauw idee heeft wat hij moet doen en zijn vader om hulp vraagt, zal Kevin hem aanraden zichzelf te ontdekken en daar de tijd voor te nemen. “Doe altijd wat goed voelt.”
Benieuwd naar zijn Foodblog? Bekijk de website via deze link: www.kokenmetfamilie.nl of op Instagram: @kokenmetfamilie.
Check ook even de website van B-Ambitious.
En dat maakt haar werk als fotograaf elke dag een uitdaging
Sinds haar veertiende wist ze het zeker: fotografie. Die droom liet Marjolijn Tenge (22) niet links liggen. Ze greep het met beide handen vast, wat vooral in het begin nog wat overtuiging nodig had van haar vader. Nu heeft de twintiger een goedlopende onderneming en staat zij geregeld met haar Nikon te flitsen op een verse klus.
Als klein meisje voelde Marjolijn Tenge (22) zich een beetje een ‘outcast’. “Ik was altijd vrij rustig en was nooit een van de populaire kinderen.” In plaats van meestromen met de kudde, kon zij eindeloos meevaren op haar eigen gedachtegolven. In haar hoofd bedacht ze verhalen, steeds opnieuw probeerde ze er een ander eind aan te breien. “Als ik niet kon slapen, verloor ik mijzelf altijd in die verhalen waar ik ook in het klaslokaal uren op door ging”. Dat creatieve heeft er altijd ingezeten. “Ik wilde altijd gewoon écht iets maken, waar ik dan fysiek trots op kan zijn.”
“Elke dag dat ik iets mag doen met fotografie, vind ik het écht leuk”
“Toen ik naar de middelbare school ging begon ik mijn eigen creativiteit wat meer in de praktijk te brengen.” Ze ontdekte de wondere wereld van de fotografie. “Ik zag bushokjes waar altijd van die hele mooie posters inhingen, toen dacht ik al van ‘hoe leuk is het mensen dan langsrijden en zien dat die poster van jou is’.”
Op haar 14e maakte ze écht kennis met het werk van de fotograaf. “We gingen naar een banenbeurs, waar ook de fotovakschool aanwezig was. Daar kon je dan op de foto gaan met je vriendinnen, Eén van de aanwezige docenten die de stand begeleidde, betrapte haar": “ik heb nooit die foto laten maken, want ik vond het achter de camera veel interessanter. Het was de eerste keer dat ik iemand zijn geld zag verdienen met het maken van foto’s.” Toen ze meer te horen kreeg over de opleiding, was het meteen raak. Marjolijn was verliefd.
Hoe verliep de eerste stap richting die droom?
“Het had veel overtuiging nodig. Mijn vader vond het bijvoorbeeld helemaal niks. Ten eerste kost de opleiding jaarlijks € 7000, maar hij had voornamelijk niet het idee dat fotografie iets is waarvan je kunt leven. Volgens hem was het iets wat je doet voor de lol, dat niet serieus is. Het zou niet werk zijn waar hij trots op zou kunnen zijn als zijn dochter dat zou doen.” Voor Marjolijn was het belangrijk dat ze wat ging doen waar ze passie voor heeft en geluk uithaalt. “Ik wil elke dag met zin naar mijn werk gaan. En met mijn passie goed geld verdienen.” Vanuit haar gezin kreeg Marjolijn al het gevoel voor ondernemerschap mee. Haar vader runt een goedlopende onderneming, maar heeft zijn werk nooit met plezier gedaan. “Ik zie hoeveel geld je daarmee kan verdienen en hoe chill het leven is dat wij nu lijden. Maar mijn vader vond zijn werk nooit leuk. Als hij thuiskwam was hij chagrijnig en had nergens meer zin in." Dit is voor Marjolijn geen optie.
“Zolang ik mijn werk nog steeds zou willen doen als het gratis zou moeten, weet ik dat het goed zit”
Na de middelbare school heeft Marjolijn zich in de eerste instantie ingeschreven bij andere opleidingen, al wist ze dondersgoed wat ze écht wilde. “Het grafisch lyceum heeft mij afgewezen, maar gaven mij het advies om naar de fotovakschool te gaan.” Met dat papiertje ging ze naar haar vader. “Toen kon hij niet anders.”
Hoe was de eerste stap in de vakwereld?
Yes! Ze mocht beginnen aan de opleiding van haar dromen. Maar het was pas in 2020, toen Marjolijn de opleiding allang had afgerond en al lange tijd up and running was, dat haar vader voor het eerst écht trots was op het werk van zijn dochter. “Ik had foto’s gemaakt van de nieuwe baby van een werknemer van hem. Toen hij de foto’s zag moest hij huilen. Nu vertelt hij altijd trots over het werk wat ik doe.”
Naast haar eigen onderneming werkt Marjolijn samen met Fotostudio Zandvoort, voor wie ze veel bruiloften voor mag fotograferen. Ze werkt enorm graag voor en met mensen. Ook maakt en geeft zij cursussen aan bedrijven om hen te leren hoe ze kleine fotoklusjes, voor bijvoorbeeld hun social media, aan kunnen pakken. “Ik leer hen dan de basics van de fotografie en geef aan wat klanten willen zien.” Een steek in haar eigen rug? “Dat denken heel veel mensen”, lacht ze, “ze hoeven dan niet voor elk wissewasje een fotograaf in te huren. En stel, ze hebben voor een groter project wel iemand nodig, dan ben ik de eerste aan wie ze denken. Daarnaast is fotografie een vrij beroep waar iedereen iets mee mag doen.”
“Naar feestjes neem ik de camera niet meer mee, ik raak er helemaal in verloren”
Haar droom? Een eigen fotostudio. “Dan kan ik studio’s verhuren en ook voor eigen klussen gebruiken. Het zou geweldig zijn als ik daardoor een dusdanig stabiel inkomen heb dat ik alleen de klussen hoef aan te nemen waar 100% mijn hart ligt en ik écht creatieve voldoening uithaal.”
“Het mooiste aan mijn werk is dat ik een heel concept kan bedenken en dat helemaal in mijn eigen stijltje kan uitvoeren. Van het hele proces eromheen iets moois maken, waar ik volledig controle over heb”
Welk advies geef je de jongeren van nu mee?
“Denk vooral niet te zwaar over de keuzes die je nu maakt. Keuzes zijn niet bindend en je zit nergens aan vast. Je bent nog zo jong, vaak weet je totaal nog niet wat je wil, en dat is oké. Toen ik mijn studie begon geloofde niemand in de ideeën die ik had, ik begon er gewoon aan omdat ik het zo leuk vond." Af en toe zit Marjolijn er nog wel eens doorheen. Logisch vindt ze. “Dan ga ik gewoon kijken van ‘oké, wat ga ik dan doen?’, en dan kom ik uiteindelijk toch weer uit bij fotografie, het blijft mijn passie en ik vind het het leukste om te doen.”
“Mijn beste foto is de foto die ik morgen maak”
Acteur Amin koos tóch voor zijn eigen droom, in plaats van die van zijn vader
Hij verliet het pad dat zijn vader hem wees, om zijn droom na te jagen in de entertainmentbranche. Nu beoefent Amin Ait Bihi (33) het beroep dat niet alleen voor hemzelf veel betekent, maar ook voor de maatschappij enorm waardevol is. Hij drukt het iedereen op het hart om niet iets te doen waar je zelf niet gelukkig van wordt. “Ook al is je hele omgeving nog wel zo trots en blij met wat je doet, het gaat over jezelf.”
Hoe was je als kind?
Op 9-jarige leeftijd vertrok Amin uit Marokko naar Leeuwarden, waar hij tussen alle kleuters begon met het leren van de Nederlandse taal. “Ik was natuurlijk een stuk ouder, er kwamen wel eens ouders van klasgenoten naar mij toe om te zeggen dat ze hun kind kwamen ophalen. Ze zagen mij aan voor een stagiaire.” Als 9-jarige tussen de kleuters in groep 1, je moet ergens beginnen. Elk nieuw woord schreef hij op en leerde hij uit zijn hoofd, waardoor hij na 1,5 jaar al vloeiend Nederlands kon en meerdere klassen heeft kunnen overslaan.
“Ik heb het altijd leuk gevonden om de randjes op te zoeken, een beetje stil zitten en luisteren vond ik veel te saai.” In Nederland stellen de consequenties van het breken van de regels bijna niks voor. Waar je in Marokko al snel een tik krijgt met een houten liniaal, krijg je in Nederland slecht een simpele preek. “In de brugklas heb ik een keer diareepillen in de koffie van mijn Nederlanddocente gedaan, na één slok moest ze ‘opeens’ nodig printen, ik heb daar echt helemaal stuk om gelegen.”
Een hart voor entertainen heeft Amin altijd al gehad. Vanaf kleins af aan vond hij het geweldig wanneer iemand moest lachen om iets wat hij zei of deed, en eigenlijk is dat nooit weggegaan. Maar destijds lag zijn droom ergens anders: hij wilde politieagent worden, althans dat dacht hij. “Ik zeg altijd dat dat mijn droom was, maar eigenlijk was dat de droom van mijn vader.” Zijn vader was namelijk zelf agent en hoopte dat Amin in zijn voetsporen zou gaan treden. “Hij zei dan altijd tegen iedereen dat ik ook agent zou gaan worden en dan deed hij zijn petje bij mij op.”
Hoe verliep jouw schoolloopbaan?
Na de middelbare school begon Amin met de opleiding ‘Brugjaar Politie’, de vooropleiding voor de politieacademie. “Als agent moet je heel vaak mensen teleurstellen, met een boete bijvoorbeeld. Het negatieve aan het werk, dat past totaal niet bij mij.” Ook wanneer hij beveiliger was bij een voetbalstadion en hij sommige mensen niet binnen kon laten, dat was iets wat hem totaal niet aanstond. “Dan had je net een superleuk gesprek met een groep, maar dan denk je ook weer van ‘ja shit, nu moet ik ze straks wegsturen’. ”Het werk verdiende super goed, maar dat is niks waard als je er niet gelukkig van wordt.
Amin was 23 toen het besef steeds harder tot hem doordrong; hij wilde iets doen wat hem gelukkig maakt. Hij begon de opleiding ‘Theater’. “Mijn vader snapte daar helemaal niks van, die had zo in zijn hoofd dat ik hem ging opvolgen.” Drie jaar geleden scheidden de ouders van Amin en is zijn vader weer teruggegaan naar Marokko, sindsdien loopt het contact tussen vader en zoon minder soepel.
De nieuwe opleiding beviel gelijk heel goed. “In het eerste jaar mochten we een cabaretvoorstelling maken, het gaf zo’n kick om zoveel mensen om jouzelf te horen lachen.” Dat was dan ook het moment dat Amin wist dat dit is wat hij écht wil.
Hoe kwam je waar je nu bent?
“De bedoeling was eigenlijk dat ik na de opleiding naar de toneelacademie in Amsterdam zou gaan, maar in het laatste jaar liep ik stage bij ‘Traxx’ en daar werd mij een baan aangeboden.” En die pakte hij met beide handen aan. Traxx is een theatergroep die voorstellingen maakt voor middelbare scholen. Die voorstellingen zijn bedoeld om moeilijk bespreekbare onderwerpen bespreekbaar te maken. Denk aan rouw, depressie of drank- en drugsgebruik. “We spelen nu regelmatig een voorstelling over een waargebeurd verhaal over een jongen die kampt met een zware depressie en niet meer wil leven. Daarna gaan we altijd in gesprek met de scholieren.” Vragen als ‘wie herkent dit’ of ‘wie voelt zich ook wel eens zo’, worden dan aan de groep gesteld. “Je schrikt je echt rot over de hoeveelheid vingers die dan de lucht in gaan.” Omdat de voorstellingen zo krachtig zijn, komen de leerlingen los en durven ze zich open te stellen, dan is het makkelijker om je hand op te steken. Jongeren gaan hun medescholieren plots op een hele andere manier zien. Ontzettend waardevol, zeker voor jongeren die denken dat ze er alleen voor staan. “Als je zonder voorstelling de klas binnenloopt en je zegt ‘wie is hier depressief’, dan steekt niemand zijn vinger op.”
“Een keer werd er gevraagd wie wel eens iemand verloren heeft. Er gingen een aantal vingers omhoog. Toen vroegen we wie kortgeleden nog iemand is verloren. Eén jongen stak toen zijn hand op en vertelde dat zijn vader 8 jaar geleden is overleden. Hij vertelde toen dat het misschien wel al 8 jaar geleden is gebeurd, maar dat het voor hem elke dag zo vers voelt.” De theatergroep geeft een mogelijkheid voor jongeren om zichzelf open durven te stellen, iets wat in de middelbare schoolcultuur nog niet altijd even makkelijk is.
Wat heb jij geleerd en zou je jongeren mee willen geven?
“Je moet echt niet kijken naar of het goed verdient, of dat je ouders er trots van worden of je vrienden het cool vinden. Je moet altijd iets doen waar je écht oprecht gelukkig van wordt. Word jij er blij van? Ja? Doen!” En Amin kan het weten. “Al zegt je hele omgeving dat het helemaal geweldig is en zó goed bij je past, maar jij voelt dat niet 100% zo, niet doen. Dat hou je nooit vol. Uiteindelijk wil je doen waar je hart ligt.”
Susan van Agten groeide uit van ‘tomboy’ tot ritueelbegeleider bij uitvaarten. Een levensweg die zij aflegde door interesse, geloof en vertrouwen te hebben. Het vertrouwen hebben in hoe je weg ook loopt gunt zij ook kinderen en jongeren in deze tijd. Ze pleit voor minder prestatiedruk en meer ontspannenheid in tijd en ruimte om te ontdekken.
“Op de basisschool was ik een echte tomboy.” Susan blikt met plezier terug op haar jeugd. Ik klom samen met mijn buurjongen in bomen, stookte vuurtjes en speelde met autootjes. Omdat ik kort haar had dacht ook iedereen dat ik een jongetje was.” Susan vond dat prima totdat ze een jaar of 14 was en bij de meiden wilde horen.
Welke schoolkeuzes maakte jij?
“Ik kwam in Arnhem op het lyceum terecht, een katholieke school, mooi gelegen. Daar volgde ik het gymnasium met alle talen. Ik kon goed leren en beleefde er veel plezier aan. Naast school zat ik op tennis en paardrijden.”
Na het afronden van het gymnasium, koos Susan voor de studie rechten. “Ik was geïnteresseerd in politiek. Het was de tijd van Van Agt, Den Uyl en Wiegel. Die wereld sprak mij aan. De school en mijn ouders vonden mijn keuze prima.”
Wat volgde er na de studie rechten?
Susan ging in Nijmegen studeren maar bleef bij haar ouders wonen. “Mijn vader vond het niet nodig dat ik op kamers ging en ik vond dat prima. Hierdoor heb ik toen geen echte studententijd gehad.”
Tijdens haar studie kreeg Susan interesse in het internationale werk als bedrijfsjurist. Het leek haar leuk om in het buitenland te gaan studeren. “Ik las met belangstelling over het Europacollege in Brugge, vroeg een beurs aan, deed mee aan de selectie in Den Haag in Frans en Engels en ging met een gedeelde beurs weg. Het was geen volledige beurs omdat mijn Frans een update nodig had. Fanatiek en ambitieus als ik was, voldeed ik netjes aan de opdracht en volgde een talencursus. In Brugge haalde ik de ‘verloren’ studentenjaren in!”
Voor welke keuzes stond jij na jouw studies?
“Na de afronding van mijn studie in 1984, dacht ik dat iedereen op mij zat te wachten. Niets was minder waar. Ik kon geen baan vinden, bouwde geen werkervaring op en woonde weer thuis bij mijn ouders.” Toch ging Susan niet bij de pakken neerzitten. Ze stuurde een open sollicitatie naar de NCM (Nederlandse Credietverzekering Maatschappij) in Amsterdam, die op zoek was naar academici om intern op te leiden. Een gelukstreffer, ze werd aangenomen. “Ik ging in Amsterdam op kamers en werkte drie jaar op de afdeling exportkredieten. Daar leerde ik mijn man kennen. We trouwden en toen ik in verwachting raakte van onze oudste, ben ik gestopt om fulltime moeder te worden. Uiteindelijk hebben we vier kinderen gekregen.”
Hoe verliep jouw levensweg?
“Inmiddels waren we naar Abcoude verhuisd en gingen we daar als jong gezin naar de kerk. Dat was ik van huis uit gewend.” Susan sloot zich als vrijwilliger aan bij de liturgiegroep van de kerk. Ze haalde veel voldoening uit haar inzet en kon er haar spreekwoordelijke ‘ei’ kwijt. Het vrijwilligerswerk droeg bij aan Susans persoonlijke ontwikkeling: “In de loop der jaren is mijn geloof verlichter geworden. Ik neem de Bijbelteksten minder letterlijk en beleef daardoor het geloof dieper en rijker.”
In haar ‘Kerkwerk’ verzorgt Susan de liturgie, de overweging, nam zij deel in de pastoraatgroep en wordt zij ook gevraagd uitvaarten te regelen. Het laatste raakt haar. “Omdat ik het goed wil doen volgde ik een cursus uitvaart en ontdekte hoe goed dit werk bij mij past. Ik weet de juiste woorden te vinden, liefdevol en met veel empathie, de emoties zitten mij niet in de weg. Toen de kinderen uit huis gingen, wilde ik verder met het mooiste werk dat er is: Het begeleiden van de afscheidsceremonie bij uitvaarten. Ik vond een opleiding ritueel begeleiding en schreef mij in januari 2016 in bij de Kamer voor Koophandel.”
Wat drijft jou in jouw werk?
“Om opdrachten te krijgen moest ik ook commercieel aan de slag, niet mijn favoriete bezigheid." Susan’s eerste opdracht was geen uitvaart maar een huwelijk van een zoon van een vriendin. Toen de bruid haar uitnodigde voor een netwerkbijeenkomst van BNI, besloot Susan zich aan te sluiten. Ze leerde actief pitchen waardoor haar business een positieve push kreeg.
“Ik doe prachtig werk. 95% van mijn werk gaat over het geloof. In de huidige tijd niet voor iedereen bekend terrein, maar vaak was de overledene nog gelovig en willen nabestaanden dit geloof een plekje in het afscheid geven. Ik kan met oprechte aandacht en symboliek van toegevoegde waarde zijn.”
Wat is jouw advies voor het maken van keuzes aan jongeren?
“Ik voel mij voldaan, met mijn gezin, mijn vrijwilligerswerk in de kerk en mijn werk als ritueelbegeleider. Hierdoor leef ik ontspannen, wat ik ook aan de kinderen heb kunnen doorgeven. In tegenstelling tot veel hoogopgeleide ouders om mij heen die ik druk op hun kinderen zie leggen. Ik vind het belangrijk om zonder stress kinderen het vertrouwen te geven dat je keuze nu, niet per se voor de rest van je leven is. Mijn boodschap is dan ook: Kies een opleiding die je nu interessant vindt, want het leven kan later altijd anders lopen. Heb vertrouwen dat het goed komt. Neem tijd en ruimte om te ontdekken.”
Vanuit ‘niet echt weten’ een textielopleiding gaan volgen en jaren later met een duidelijk doel voor ogen twee fysiotherapiepraktijken runnen. Een wereld van verschil, maar voor Carmen Bartman realiteit. Lees welke keuzes zij maakte, wat zij hiervan leerde en waarom ze nu doet wat zij doet. Aan jongeren geeft zij het advies altijd een eigen keuze te maken, want waar een wil is, is een weg!
Carmen Bartman was naar eigen zeggen vroeger ‘gewoon’ kind. “Ik was er één uit duizenden. Ik speelde en deed mijn ding. Wat ik mij nog herinner is dat ik op de basisschool de langste was en bij ‘het populaire groepje’ hoorde, ondanks dat ik nooit echt een mening had en geen kartrekker was. Sporten vond ik leuk.” Na de basisschool volgde Carmen twee vriendinnetjes naar de middelbare school. Daar leerde zij zichzelf beter kennen. “Vanaf de tweede klas mavo gebeurde er iets. Ik deed mijn bril af, die ik sinds mijn zesde jaar droeg, en begon jongens leuk te vinden.” Ze stopte met de tennislessen en balletlessen die ze volgde voor haar houding, en startte met basketbal. “Dat had ik veel eerder moeten doen, ik vond spelen met een bal leuk en mijn lengte kwam goed van pas. Ik bleek een echte teamplayer te zijn.”
Welke opleiding volgde er na de middelbare school?
Sport en vooral basketbal was Carmen op het lijf geschreven. Een sportopleiding zoals CIOS zou een logische vervolgstap zijn, maar thuis dacht men daar anders over: ‘daar valt geen droog brood mee te verdienen’. Dus keek ze verder. De beroepskeuzetest op school zei dat de zorg een goede keuze was. Carmen trekt een ‘vies’ gezicht. “Alles jeukte als ik dacht aan werken in de zorg, ik wilde toch geen verpleegster worden”. Carmen ging verder met de HAVO. Daarna kwam weer de vraag ‘welke opleiding wil je gaan volgen?’. “Ik wist het nog steeds niet. Omdat ik dacht creatief te zijn, ging ik voor twee jaar naar de MBO Textielschool in Enschede. De opleiding deed ik met twee vingers in mijn neus. Het was een fantastische tijd! Net uit huis, zelf koken, bij een jaarclub, voor mijzelf leren opkomen. En natuurlijk basketballen.”
Hoe verliep jouw leven na de textielopleiding?
“Klasgenoot Beatrice vertelde over haar deelname aan een kinderkamp in Amerika”, blikt Carmen terug. “Gaaf, dat wilde ik ook meemaken. Mijn ouders zeiden ‘ja doe maar’.” En daar ging Carmen, op 20-jarige leeftijd alleen naar Amerika. Voor het eerst vliegen, Engels praten en in 2,5 maand nog zelfstandiger worden. “Het was heel heavy, maar ik leerde mijzelf nog beter kennen.” Het leidde echter niet tot een uitgesproken mening over een vervolgstudie. Het organiseren van evenementen zoals ze in Amerika veel had gedaan, sprak haar wel aan. Dit vond ze terug in de opleiding Heao-Communicatie in Eindhoven. “Ook dit was een supertijd, wel werd een vorm van dyslexie ontdekt wat mij een flinke tik op mijn neus gaf. Maar waar een wil is, is een weg, dus ik haalde mijn diploma.” Omdat ze op taal minder goed presteerde, had ze zich bekwaamd in presenteren. “Ondanks dat mijn cijferlijst waarschijnlijk de slechtste van de klas was, werd ik gevraagd namens alle leerlingen te speechen tijdens de diploma-uitreiking. Mijn vader en moeder waren trots. Op de één of andere manier was mijn vader altijd voorzichtig over mijn kunnen. Het behalen van dit HEAO-diploma vond hij daarom erg knap.”
Welke kant ging jouw leven op?
“Met veel plezier werkte ik 13 jaar in de reclamewereld, bij drie verschillende bureaus. Een leuke maar ook harde wereld. Ik had het naar mijn zin, maar zag mijzelf in deze wereld niet oud worden.” De uitdrukking op het gezicht van Carmen verandert. De serieuze blik verdwijnt, een stralende lach verschijnt. “Naast mijn studie en werken ben ik altijd blijven basketballen, beleefde veel plezier aan het sporten. Ik was inmiddels 35 jaar, getrouwd met Hans, moeder van een driejarige tweeling en bedacht ‘ik ga fysiotherapie studeren’. Hans zei: ‘doe eerst een cursus massage, om te kijken of je het echt leuk vindt’. Ik was meteen verkocht, de anatomie van de mens is zo leuk. De studie kon beginnen. Van maandag t/m donderdag werkte ik als waarnemer bij Achmea. Als de kinderen naar bed waren, stortte ik mij van 19.30 tot 21.30 in de leerboeken. Vrijdag en zaterdag waren de schooldagen. Dit alles deed ik met een big smile op mijn gezicht. Ik heb er geen dag spijt van gehad. Om mij heen zei iedereen: ‘dit hoort bij jou, het is zo’n logische stap’.”
Hoe verloopt jouw carrière tot nu toe?
Na drie jaar was de studie klaar, Carmen kon als fysiotherapeut aan de slag. Helaas zat niemand te wachten op een ‘oudere’ in het vak. “Praktijken hebben liever iemand die nog te kneden is”, licht Carmen toe. “Ik had een duidelijke mening, wist hoe een praktijk te runnen. Er was geen behoefte aan een derde kapitein aan boord.” Daarom startte ze negen jaar geleden een eigen praktijk. En runt ze nu meerdere fysiopraktijken: www.actiefengezondfysio.nl en fysiocs.nl.
Het is prima zoals mijn weg is gelopen. Ik ben nu als fysiotherapeut rijker dan als ik rechtstreeks uit de schoolbanken zou zijn begonnen. Ik ben toch in de zorg beland, maar door mijn kennis en ervaring kijk ik wel anders tegen de zorg aan dan een gemiddelde fysiotherapeut. Dat is mijn kracht.”
Wat is jouw advies aan jongeren die een studie- of carrièrekeuze gaan maken?
“Als ik 88 jaar ben en terugkijk op mijn leven, dan kan ik zeggen dat ik alles heb gedaan wat ik wilde. Dat wens ik ook anderen toe. Carmen sluit af met haar eigen ‘slogan’: "Waar een wil is, is een weg. Volg je hart en wees niet bang een keuze te maken. Doe een beroepentest of neem een tussenjaar. Er zijn zoveel wegen en vakken die je nog niet kent. Al is het soms moeilijk, kies en zeg JA!”
“Vroeger was ik net Pietje Bel, altijd op avontuur met mijn twee oudere broers en vrienden. Nu ben ik een vakidioot in grafimedia”. Wim de Hoop ging direct na de middelbare school met zijn handen aan het werk, als dieselmonteur. Later kwamen daar de grafische brainskills bij. Wim vertelt waarom hij doet wat hij doet. En waarom jongeren kansen moeten pakken die bij hun passie past, vroeg of later.
“Samen met mijn drie broers en zus groeide ik op, op de landerij met boomgaarden van mijn ouders in Langerak. Mijn oudste broer was mijn ondernemende voorbeeld. Samen met hem, mijn andere broer en vrienden gingen we altijd op avontuur. We verzamelden bij ons thuis en trokken vandaaruit het achterland in, of gingen naar de Lek.” Wim de Hoop kijkt terug op een fijne jeugd in een beschermende omgeving. Hij mocht kind zijn maar werd al vroeg gestimuleerd om de handen uit de mouwen te steken, dienstbaar te zijn. Net zoals zijn ouders, die in het transportbedrijf en een boerderij aan het werk waren. “Als jochie van 10-11 jaar hielp ik op het land en mochten wij de vrachtwagens aftanken en een stukje rijden naar onze eigen pomp.”
Na de basisschool werden de grenzen van Wims omgeving verlegd. Hij ging naar de LTS in Gouda en moest iedere dag zo’n 23 kilometer heen en 23 km terugfietsen. Dat leverde hem een goede conditie op. En eer. Wim en zijn broers wonnen diverse sportwedstrijden die er in Langerak of op school georganiseerd werden. Naast het sporten werd er veel aan brommers en trekkers gesleuteld.
Welke keuze maakte jij na de middelbare school?
Na de LTS kwam de keuze wel of niet verder leren. Wim schetst zijn weg: “Vanuit school was er nauwelijks begeleiding. Het ging zoals het ging. Ik weet nog goed dat een vriend koos voor de IVA in Driebergen. Dat trok mij ook. Ik was immers altijd met trekkers, brommers en vrachtauto’s bezig. Maar dan moest ik wel naar de kostschool en dat wilde ik niet. Dus ging ik iets nuttigs doen met de kennis die ik thuis al had meegekregen. Ik werd dieselmonteur. Mijn ouders vonden het prima, het was destijds nog niet echt de tijd van studeren. Zij hebben ook altijd met de handen gewerkt. Dit heeft mij gevormd. Voor mijn vrienden was mijn keuze om dieselmonteur te worden ook ‘gewoon’.
Hoe verliep jouw carrière?
Wim werkte als dieselmonteur totdat hij in militaire dienst ging. Daarna stond hij voor een nieuwe keuze: weer als dieselmonteur aan de slag of van het aanbod van een vriend gebruik maken om de grafische industrie in te gaan. Hij koos voor het laatste. Een switch die hem veel verandering, uitdaging en uiteindelijk het eigen ondernemerschap opleverde.
Wim somt zijn carrièrewegen op: “Ik kwam terecht bij familiebedrijf uitgeverij/drukkerij Rivierenpers/Veerman in Heusden Noord Brabant. Ik had geen gerichte opleiding gevolgd maar was wel gemotiveerd. Daarbij ging ik weer leren, één dag in de week naar school voor grafische vakken. Toen de voorman van de afwerkingsafdeling ziek werd, nam ik zijn taak over. Na drie jaar wilde ik meer. Ik mocht de functies van voorman en bedrijfsbureau combineren. Ik dokterde drukorders en calculaties met veel plezier uit. Wim vervolgde zijn leerproces door vier jaar lang op zaterdag de grafische vakschool voor staf en kader te volgen in Eindhoven. “Een gedegen opleiding, je leert alles over papier, hoe dit gemaakt wordt, wat de structuur is, het calculeren, kostprijs berekenen, kleurenleer en alles over de diverse druktechnieken. Toen begon ik het leren pas echt leuk te vinden, ik zag meteen de voordelen in het werk. Ik slaagde met zes negens op mijn eindlijst. Mijn scriptie werd als voorbeeld in de groep gebruikt.” Een overstap naar de sales volgde. Met voor het eerst klantcontacten. Dat was best even spannend.
Daarna volgde een tijd van veel wisselingen in werkplek én ontwikkeling. Wim werkte bij diverse drukkerijen/uitgeverijen van naam, zoals de Rivierenpers, Louis Vermijs in Breda (onderdeel Drukkerij Broese Breda), Biga Groep Zeist, Thieme Nijmegen (onderdeel Thieme-groep) en Plantijn Casparie IJsselstein/Nieuwegein. Hij leerde alle kneepjes van het vak, van precisie drukwerk, accountmanagement, hoofd bedrijfskantoor tot sales.
Hoe werd jij ondernemer?
In 2011 kwam Wim in contact met grafisch ontwerper en ondernemer Bert Koning. Bert zocht een compagnon. Dat werd Wim. “Ik besloot al mijn ervaring en kennis in te zetten in ons eigen bedrijf. En zelf voor ontwikkeling te blijven zorgen. Print is de laatste jaren minder geworden, we zien veel andere kansen. Als echte vakidioten denken we mee met onze klanten en helpen we hen op een open en eerlijke manier. Ik blijf dienstbaar, zoals ik vroeger al leerde. Wij ontwikkelen communicatiemiddelen die echt werken, voor online- en printmedia. Wij hebben de mediaketen ingericht met vaste ketenpartners zoals marketeers, contentmakers fotografen, filmers, drukkerijen, webbureau, sign professionals etc. Onze relaties vinden het prettig dat wij alle zaken voor ze regelen. Dat bespaart tijd en kosten en het maakt het werk voor ons leuker en interessanter.
Naast ons commerciële studiowerk vind ik dat wij ook iets moeten bijdragen aan onze maatschappij door op non-profit basis een eigen Kunst- en cultuurkrant (Arte e Cultura) uit te geven in Midden-Nederland. Een mooi vormgegeven uitgave met interessante verhalen over kunstenaars, landgoederen en cultuur in deze regio.”
Welke boodschap geef jij jongeren mee die nu een studie of werkkeuze maken?
“Onderzoek goed wat jouw passie is en zorg voor een goede basis. In de huidige maatschappij zijn zoveel meer mogelijkheden dan ik vroeger had. Als je voor een studie kiest, maak deze dan wel af. Mijn kinderen hebben bijvoorbeeld alledrie een universitaire studie en master volbracht wat hen een goede en stevige basis heeft gegeven.” Tot slot voegt Wim nadrukkelijk toe: “ook als je pas later ontdekt wat je leuk vindt, en het ‘gaat zoals het gaat’, dan is dat goed. Pak jouw kansen. Je komt er uiteindelijk wel.”