De maatschappij raast maar door. We moeten presteren, plannen, consumeren — en raken intussen collectief overprikkeld. Volgens de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving leven we in een ‘hypernerveuze samenleving’. Maar hoe kan het anders? Drie denkers – econoom Hans Stegeman, filosoof Lieke Knijnenburg en antropoloog Danielle Braun – deelden in een artikel van Trouw hun ideeën voor meer rust, ruimte en menselijkheid. We zetten de vier belangrijkste lessen voor je op een rij:

1. Beloon tijd, niet alleen werk

Econoom Hans Stegeman van Triodos Bank stelt dat we niet gelukkiger worden van méér werken of méér bezit. Hij pleit voor een economie die tijd waardeert. Minder uren, minder werkdruk en meer ademruimte om iets te doen dat niet in cijfers is uit te drukken. Denk aan vrijwilligerswerk, een buurtproject of gewoon even 'niets'. Bedrijven die vier dagen werk belonen met vijf dagen loon laten zien dat het anders kan. Volgens Stegeman is productiviteit te lang de heilige graal geweest. “We zijn teveel uit mensen aan het persen. Wie in deeltijd werkt, doet vaak dezelfde taken in minder dagen. [...] Werkgevers en politici zouden grenzen moeten stellen aan wat we vragen van werknemers.”

2. Herdefinieer succes

Wat als succes niet langer draait om groei en winst, maar om schoonheid, rust en zorg voor elkaar? Filosoof Lieke Knijnenburg stelt in haar boek Een Schitterende Leegte dat we een ander meetlint nodig hebben. In haar ideale samenleving produceren we minder spullen, verspillen we minder en creëren we meer tijd voor aandacht. Ze pleit voor plekken waar je gewoon kunt zijn: stadsparken, bibliotheken en buurthuizen waar niets hoeft. “Een dag is geslaagd als ik me aan het einde van de dag niet met een meetlint in de hand afvraag of die geslaagd is. Soms ís een dag gewoon.”

3. Leer van andere culturen

Antropoloog dr. Danielle Braun laat zien dat rust geen luxe is, maar een levenshouding. In Japan bestaat het begrip Ma: de stilte tussen twee afspraken, het intermezzo waarin niets hoeft. In Noorwegen draait Friluftsliv om buitenleven, ook in weer en wind. En in vele niet-westerse culturen worden seizoenen en levensfases nog bewust gevierd, wat verbinding en ritme geeft. Braun vindt dat wij dat zijn kwijtgeraakt. “We plannen alles vol en laten geen ruimte meer voor spontaniteit. Soms is het beter om gewoon aan te waaien, in plaats van een datumprikker te sturen.”

4. Maak rust een gezamenlijke verantwoordelijkheid

Rust is niet alleen een individuele keuze, maar ook een maatschappelijke opgave. Volgens Braun moeten overheden en organisaties helpen om de druk te verlagen: door prestatiedruk in onderwijs te verminderen, mantelzorgers beter te ondersteunen en minder nadruk te leggen op online vergaderen. Echte ontspanning vraagt om beleid en om moed om dingen anders te doen. Een samenleving die rust waardeert, creëert ruimte voor menselijkheid.

Kortom: minder moeten, meer mogen. Een samenleving waarin tijd, aandacht en verbinding de nieuwe luxe zijn.

Lees het volledige artikel hier!

Cum laude is het chique, Latijnse woord voor 'met lof'. Het wordt door (hoge)scholen en universiteiten gebruikt om te duiden dat een student met uitzonderlijk hoge cijfers van gemiddeld een 8 of hoger afstudeert. De Universiteit Twente (UT) besloot onlangs echter om als eerste in Nederland het predicaat cum laude bij promoties af te schaffen. Promoveren is de hoogste graad die je na je master diploma kunt halen, waarmee je de titel doctor draagt.

Slechts vijf procent van alle promovendi bij UT krijgt het predicaat cum laude. Uit onderzoek blijkt echter dat mannen die eer twee keer zo vaak ontvangen als vrouwen. De universiteit noemt de beoordeling te subjectief en wil met de afschaffing toe naar een eerlijker en transparanter systeem.

Waarom afschaffen?
Volgens de UT hangt de toekenning van cum laude te veel af van persoonlijke interpretaties. Bij het promoveren wordt de promovendus namelijk beoordeeld door een beoordelingscommissie, waarvoor het proefschrift wordt verdedigd. Wat de ene beoordelingscommissie ‘uitzonderlijk goed’ vindt, kan een andere als ‘gewoon goed’ beschouwen. Buiten gender, spelen ook andere factoren mee: achtergrond, karakter, communicatiestijl of taalvaardigheid beïnvloeden de beoordeling. Dat maakt het moeilijk om kwaliteit echt objectief te meten. De universiteit wil dat het gesprek over de kwaliteit van onderzoek en begeleiding belangrijker wordt dan het streven naar een label.

Voordelen en nadelen
Er zijn duidelijke voordelen aan het schrappen van het cum laude-label. Zo kan het allereerst de prestatiedruk verlagen: onderzoekers hoeven niet langer te mikken op een zeldzame onderscheiding, maar kunnen zich richten op inhoud en impact. Het vergroot bovendien de kans op gelijke behandeling, omdat er minder ruimte is voor subjectieve voorkeuren. Zo kan het wetenschappelijk systeem eerlijker worden, met meer aandacht voor samenwerking en kwaliteit in plaats van competitie.

Tegelijkertijd roept het besluit ook vragen op. Voor sommige studenten is cum laude juist een motivatie om het beste uit zichzelf te halen. Het is een vorm van erkenning na jaren hard werken, een manier om te laten zien: ik heb iets bijzonders gepresteerd. Zonder dat label kan het voelen alsof die waardering verdwijnt. En hoewel werkgevers meestal niet op een diploma met lof selecteren, geeft het voor velen toch een gevoel van trots en onderscheid.

Bredere beweging
Hoewel UT de eerste Nederlandse universiteit is die cum laude promoveren afschaft, zijn er wel al diverse geneeskunde-opleidingen die cum laude slagen van masterprogramma's hebben afgeschaft. Deze opleidingen doen het voornamelijk om de prestatiedruk te verminderen. Het besluit van UT sluit dus aan bij een bredere beweging: minder nadruk op labels, meer focus op inhoud, samenwerking en eerlijke kansen.

Wat vind jij?
Moet een uitzonderlijk resultaat altijd een extra stempel krijgen, of moeten we juist af van dat onderscheid? Is het eerlijker als iedereen beoordeeld wordt op de inhoud en niet op een cijfergemiddelde? Of haal je juist motivatie uit het streven naar ‘met lof’?

Laat jouw mening horen met een reactie hieronder!

Frans van Leeuwen weet hoe het voelt om vast te lopen in je eigen prestatiedrang. De oprichter van Ik ben de baas had ooit een druk, succesvol leven - tot hij letterlijk stilviel. Een zware burn-out dwong hem om alles opnieuw te bekijken. Zijn conclusie? We nemen onszelf veel te serieus.

Frans groeide op in Culemborg, haalde kattenkwaad uit, belandde in het speciaal onderwijs en bouwde uiteindelijk een bloeiend bedrijf op. Maar ergens onderweg raakte hij het contact met zijn speelse kant kwijt. “Ik wilde het perfecte leven leiden,” vertelde hij in een interview met het AD. “Tot ik mezelf volledig voorbijliep.”

Wat hem er weer bovenop hielp, was iets verrassends simpels: aankloten. “Even niks nuttigs doen. Een grap uithalen. Gewoon wat rommelen in de tuin. Dat soort momenten gaven me lucht.”

Volgens Frans presteren we allemaal te veel. “We trainen, we plannen, we willen beter zijn, maar vergeten dat ontspanning óók productief is. Juist als je even niets moet, ontstaan de beste ideeën.”

Zijn motto?
"Laat het los om in alles te presteren en neem jezelf niet zo serieus."

Met humor en zelfspot vertelt hij in zijn boek Aankloten: kloot jezelf succesvol over zijn lessen, blunders en inzichten. Het is een pleidooi om meer te spelen, meer te lachen – en te accepteren dat het leven niet perfect hoeft te zijn.

Lees hier de #BOEKENTIP over zijn boek Aankloten en ontdek hoe aankloten jouw nieuwe superkracht kan worden.

Altijd bezig met beter worden, harder werken en doelen halen? Dan is Aankloten precies het boek dat je nodig hebt! Business coach Frans van Leeuwen laat zien waarom ontspanning, humor en falen minstens zo belangrijk zijn als succes.

Na zijn eigen zware burn-out ontdekte hij dat juist ‘aanrommelen’ hem weer energie gaf. In zijn boek Aankloten: kloot jezelf succesvol deelt hij zijn ervaringen, interviews met andere succesvolle 'aankloters' en verhalen van historische figuren die ook vooral níét alles onder controle hadden.

Frans leert je:

Een nuchter, geestig en verfrissend boek dat afrekent met prestatiedwang. Want soms bereik je meer door even helemaal niks te moeten.

Lees ook dit artikel over Frans van Leeuwen waarin we zijn lessen op een rijtje zetten: wat leerde hij zelf van 'aankloten' en hoe veranderde dat zijn leven?

📌 Wil je meer boekentips? Klik hier!

Twintig jaar geleden besloot een groep journalisten, waaronder Teun van de Keuken, van het tv-programma Keuringsdienst van Waarde niet langer vanaf de zijlijn te kijken. Ze ontdekten dat in de cacaoketen nog steeds sprake was van kinderarbeid en moderne slavernij, en stelden zichzelf de vraag: wat als we laten zien dat het anders kan? Zo ontstond Tony’s Chocolonely, een merk dat van meet af aan meer was dan een chocoladereep.

De missie was scherp: 100 procent slaafvrije chocolade de norm maken. Niet alleen voor Tony’s zelf, maar voor de hele industrie. En die ambitie pakten ze opvallend lichtvoetig aan. Geen activistische toon, maar humor, kleur en design. De ongelijk verdeelde blokjes, de felle wikkels, de slogan Crazy about chocolate, serious about people – alles vertelde hetzelfde verhaal: dit is eerlijke handel met een glimlach.

Tony’s durfde te breken met conventies. Waar de chocoladewereld draaide om perfecte repen en glanzende verpakkingen, koos Tony’s voor speelsheid, transparantie en impact. Daarmee maakte het merk een zwaar maatschappelijk probleem bespreekbaar en bereikbaar voor miljoenen consumenten.

Succesvolle groei
Onder leiding van ondernemer Henk Jan Beltman groeide het initiatief uit tot een professioneel bedrijf dat internationale successen boekte en tegelijk zijn missie trouw bleef. Want Tony’s is niet gebouwd op winst, maar op verandering. Die mentaliteit inspireerde een hele generatie impact-ondernemers, van Seepje tot Holie’s en De Koffiejongens: allemaal merken die met lef de gevestigde orde uitdagen.

De grootste stap zette Tony’s in 2019 met de oprichting van Tony’s Open Chain (TOC), een open source inkoopmodel waarmee andere bedrijven eerlijke cacao kunnen afnemen. Inmiddels doen ook Albert Heijn, Jumbo en Aldi mee. De oude concurrenten werden partners in crime, precies wat Tony’s voor ogen had.

Idealisme en ondernemerschap
Wat begon als een rebelse actie tegen onrecht, is uitgegroeid tot een wereldwijde beweging. Tony’s Chocolonely bewijst dat idealisme en ondernemerschap elkaar niet uitsluiten, maar versterken.

Benieuwd naar het volledige verhaal over het jubileum van Tony’s Chocolonely? Je leest het hier op MT/Sprout.

Zin om even écht offline te gaan? Laat je telefoon thuis en dompel je onder in een avond vol creativiteit en rust. Op dinsdagavond 25 november organiseren The Offline Club x Flow de XL Craft Club in de prachtige Posthoornkerk in Amsterdam.

📵 Geen schermen, geen pings, geen afleiding
Gewoon jij, papier, verf, lijm – en het heerlijke gevoel van iets maken met je handen.

Tijdens deze avond wordt de kerk omgetoverd tot een sfeervolle offline hangout, met diverse rondes creatieve activiteiten waarin je jouw flow vindt, nieuwe mensen ontmoet en vooral offline plezier hebt. Alle materialen voor kunstwerkjes, DIY en creativiteit worden verzorgd. Jij hoeft alleen maar op te dagen en je telefoon uit te laten. Koffie en thee zijn gratis, en je creaties mag je mee naar huis nemen.

Geniet van een avond waarin je je creatieve flow ontdekt, nieuwe mensen ontmoet en helemaal tot rust kunt komen.

🕒 Programma
19:00 – 19:30 | Walk-in
19:30 – 20:15 | Connect with yourself
20:15 – 21:00 | Connect & Create with others #1
21:00 – 21:45 | Connect & Create with others #2

Iedereen is welkom, je hoeft niets te kunnen. Papier is het nieuwe yoga, vindt Flow Magazine, dus ze gunnen iedereen wat meer tijd met papier.

🎟️ Tickets kun je hier bestellen.

Wat doe je als je werkt in een omgeving waar uniformiteit de norm is, maar jij nét een andere weg ziet? Als je erbij wilt horen, maar soms ook bewust op afstand gaat staan, om te kijken, te voelen, te begrijpen?

In haar boek Gewapend met gevoel vertelt luitenant-generaal Elanor Boekholt-O’Sullivan (1976) openhartig over haar loopbaan bij Defensie. Over missies in Afghanistan, leidinggeven in een mannenwereld en de moed om dingen te benoemen die anderen liever laten liggen. Ze schrijft met humor, scherpte en kwetsbaarheid over haar zoektocht naar echtheid in een systeem vol regels en verwachtingen.

Elanor was vaak ‘de eerste vrouw’ bij Defensie: de eerste vrouwelijke commandant van een vliegbasis, de eerste driesterrengeneraal. Maar ze noemt zichzelf geen rolmodel. Ze is mens. Met haar boek wil ze laten zien dat verandering begint met blijven staan, juist als het schuurt.

Elanor begon haar loopbaan bij Defensie op haar achttiende, zonder middelbareschooldiploma, maar met vastberadenheid. In 31 jaar tijd groeide ze uit tot de eerste vrouwelijke commandant van een vliegbasis en werd Topvrouw van het Jaar 2023. Ze zit inmiddels 'aan de juiste tafel' bij Defensie om het gesprek over gelijkheid en cultuurverandering te voeren. Ze maakt het tot haar missie om de organisatie beter te maken voor de vrouwen – en mannen – die na haar komen.

Met rake observaties en persoonlijke verhalen laat Elanor zien wat er nodig is om te veranderen van binnenuit. Gewapend met gevoel is geen handleiding voor leiderschap, maar een pleidooi voor menselijkheid, nieuwsgierigheid en lef. Het is een inspirerend boek voor iedereen die weleens botst met wat hoort, maar voelt dat het anders kan.

Wil je meer lezen over de loopbaan van Elanor? Lees hier het interview door Ria Cats van het Financieel Dagblad (FD).

📚 Meer inspirerende boekentips? Kijk hier!

Een sterk cv en veel ervaring zijn geen garantie op een baan. Soms knap je onbewust af bij een werkgever. Twee loopbaanexperts, Aaltje Vincent en Wendy Goudzwaard, delen in een artikel van MT/Sprout vijf rode vlaggen die werkgevers laten afknappen en vertellen met tips hoe je ze voorkomt.

1. Bereid je goed voor

Solliciteren is een vorm van ‘zakelijke verkering’: je zoekt een goede match. Bereid je daarom goed voor, op diverse vlakken: weet daarom wat het bedrijf doet, waar ze voor staan en wie er werken. Hoe beter je voorbereid bent, hoe sterker je overkomt. Wendy Goudzwaard noemt dat de plakfactor – dat je blijft hangen bij de werkgever.

2. Vertel je verhaal goed

Oefen vooraf hoe je je prestaties en drijfveren uitlegt. Gebruik bijvoorbeeld de STARR-methode (Situatie, Taak, Actie, Resultaat, Reflectie). Laat zien hoe je iets hebt bereikt, niet alleen wat. Vermijd opscheppen of namedropping: dat creëert afstand in plaats van contact.

3. Neem het proces serieus

Kom op tijd, kleed je passend en toon respect voor iedereen die je spreekt. Een sollicitatie is een voorproefje van hoe je in je werk zult zijn. Kleine dingen, zoals aandachtig luisteren of vriendelijk zijn tegen de receptionist, tellen zwaar mee.

4. Denk verder dan je eigen belang

Een gesprek draait niet alleen om wat jij uit een baan haalt, maar vooral om wat jij brengt. Wees o-e-n-e: open, eerlijk, nieuwsgierig en enthousiast. Laat zien waar je energie van krijgt en wat je toevoegt aan het team of de organisatie.

5. Solliciteer vanuit kracht, niet vanuit pijn

Praat met respect over vorige werkgevers. Vluchten uit een vervelende baan straalt door. Benoem liever wat je hebt geleerd en wat je zoekt in een volgende stap. Zo laat je zien dat je bewust kiest – en dat geeft vertrouwen.

Wil je het volledige artikel met tips lezen? Klik dan hier.

Het zakenplatform MT/Sprout schreef onlangs over 7 topbestuurders die hun pensioen inruilden voor een comeback. In plaats van stil te zitten, kozen zij opnieuw voor de spanning, verantwoordelijkheid en zingeving van hun werk. In dit artikel trekken we daaruit de belangrijkste lessen, over drijfveren, identiteit en werkgeluk.

Na jaren op topniveau werken, is het voor veel CEO's geen vanzelfsprekendheid om achter de geraniums te verdwijnen. Hun comebacks laat iets zien wat voor iedereen herkenbaar is: werk gaat niet alleen over geld, maar over betekenis, uitdaging en identiteit. Wat kunnen jongeren leren van deze "pensionado’s met een missie"?

1. Werk geeft structuur & identiteit

Een topbaan vraagt volledige toewijding. Wanneer dat ineens stopt, valt een deel van je identiteit weg. Dat merken mensen als Dan Schulman (ex-PayPal), die het boerenleven verruilde voor een comeback als ceo bij Verizon. Niet omdat hij geld nodig had, maar omdat hij uitdaging miste.
> Vraag jezelf niet alleen af wat je doet, maar ook waarom je doet wat je doet. Werk is vaak een uitdrukking van wie je bent.

2. Je mist pas wat je waardevol vindt als het er niet meer is

Elliott Hill van Nike en Mary Dillon van Ulta Beauty genoten kort van hun vrije tijd, maar ontdekten al snel dat ze energie halen uit verantwoordelijkheid, groei en samenwerking.
> Vrijheid is fijn, maar betekenis komt vaak uit iets bijdragen — aan een team, een idee of een groter doel.

3. Ervaring is geen rem, maar brandstof

Kelly Ortberg werd na zijn pensioen gevraagd om Boeing uit de crisis te trekken. Bob Iger keerde terug naar Disney om het bedrijf weer te laten groeien. Hun leeftijd bleek geen beperking, maar juist een bron van rust en inzicht.
> Ervaring is waardevol, zeker als je die inzet om iets te verbeteren of te herstellen. Groei stopt niet bij een leeftijdsgrens.

4. Je passie laat zich niet uitzetten

Carol Tomé (UPS) en Howard Schultz (Starbucks) dachten hun werkleven achter zich te laten, maar werden opnieuw gegrepen door hun drijfveer om te bouwen, te leiden en te creëren.
> Passie is hardnekkig. Wie doet wat hij of zij écht leuk vindt, blijft nieuwsgierig — ongeacht leeftijd of fase.

5. Een comeback is niet falen, maar trouw blijven aan jezelf

Veel van deze CEO's hadden ‘het gemaakt’, maar kozen toch voor een nieuw hoofdstuk. Niet omdat ze moesten, maar omdat ze het zelf wilden.
> Je carrièrepad hoeft niet recht te zijn. Soms betekent doorgaan of terugkomen juist dat je trouw blijft aan je eigen energie.

Wil je de verhalen van de 7 ex-topbestuurders lezen? Klik dan hier.

“Ik ben er voor de jongeren. Voor álle jongeren. Maar mijn hart ligt bij hen die zijn afgegleden of dreigen af te glijden. Jongeren die verstrikt raken in criminaliteit, drugs, of de straatcultuur. Waarom? Omdat ik daar zelf vandaan kom.” Dit vertelt Jaouad Bierbooms in een openhartig bericht voor SMD (Stichting Maatschappelijke Dienstverlening).

Tot zijn 27ste jaar leefde Jaouad in die wereld. Een wereld waarin snelle auto's, dure kleding, geld en status belangrijker leken dan toekomst, veiligheid of rust. Zijn rolmodellen waren Tony Montana en Pablo Escobar, niet iemand in een pak, met een 9 tot 5 mentaliteit. Hij herkende zich in zijn rolmodellen en geloofde dat dat de weg was naar rijkdom en geluk. Zijn financiële thuissituatie was daarbij een versterkende factor. De jongens uit de buurt deelden deze rolmodellen en 95% van hen kampte met dezelfde financiële struggles. Het was de cultuur waarin hij opgroeide en waarin hij al snel aan veel te veel geld kwam. En diezelfde cultuur ziet hij vandaag terug in de jongeren waarmee Jaouad werkt.

"Ik weet hoe ze denken, ik weet wat ze voelen en ik weet waar ze naartoe gaan als niemand ingrijpt."
Zijn keerpunt kwam op zijn 27ste, toen hij besefte: dit gaat mij niets anders brengen dan angst, verdriet, eenzaamheid en een uitzichtloze toekomst. Hij verliet letterlijk zijn omgeving en begon te werken in een fabriek, want hij had geen diploma’s. Hij was verre van trots op zijn baan. Zijn status van belangrijke man op straat was weg en hij verdiende nog geen €400,- per week. Maar hij zette door; opgeven was geen optie. Binnen één jaar had hij zich al opgewerkt tot operationeel manager en kreeg hij de leiding over vijf afdelingen. Na vijf jaar had hij verschillende diploma’s Middle Management op mbo-, hbo- en wo-niveau behaald, was hij getrouwd en was hij vader van twee prachtige kinderen geworden. Zijn leven was 180 graden gedraaid.

Toch voelde Jaouad dat zijn roeping ergens anders lag. Dat zijn levenservaring een kracht was, misschien zelfs een noodzaak, om in te zetten in de wereld van nu. En uiteindelijk vond hij zijn roeping: jongerenwerk.

“Vandaag werk ik met jongeren die het moeilijk hebben thuis, die erbij willen horen, of die er gewoon ingerold zijn. Ik praat met ze. Niet als hulpverlener, maar als iemand die het écht begrijpt. Ze noemen me 'oom'. En dat is het mooiste compliment dat ik kan krijgen.”

In het team van jongerenwerkers bij de SMD heeft ieder lid een eigen verhaal. Ze zijn herkenbaar voor de jongeren omdat ze zelf in hun schoenen hebben gestaan. Drugs, criminaliteit, oorlog, armoede, emotionele verwaarlozing zijn een aantal ervaringen die binnen het team gedeeld worden. Samen maken ze het verschil.

"Soms betekent een stapje terugnemen niets meer dan een aanloop," aldus Jaouar.