Het zoeken van werk kan soms voelen als een eindeloos traject. Toch duik je er iedere keer weer volledig in. Want of je nu op zoek bent naar een superleuke stageplek, een traineeship bij een grote corporate of een bijbaantje in de zorg: uiteindelijk wil je vooral op een plek terechtkomen die bij jou past. 

Maar hoe bereid je je nou goed voor op zo’n gesprek? 

Er zijn ontzettend veel verschillende branches, functies en soorten sollicitatiegesprekken. Toch is het fijn om met een goede voorbereiding aan tafel te zitten. Je weet beter wat je kunt verwachten, voelt je wat zekerder en hebt misschien nét iets minder last van die zenuwen. 

Maar een goede voorbereiding gaat niet alleen over de juiste antwoorden bedenken. Het gaat er ook om dat je jezelf niet vergeet in het gesprek. 

Wat bereid je van tevoren voor? 

Iedereen vraagt altijd: “Heb je je goed voorbereid?” Maar wat is een goede voorbereiding nou eigenlijk? 

In veel sollicitatiegesprekken komen drie onderdelen terug: je introductie, je motivatie en je competenties

Bij de introductie probeer je jezelf kort en helder voor te stellen. Wat heb je gestudeerd? Welke relevante ervaring heb je al opgedaan? En hoe ben je eigenlijk bij dit bedrijf terechtgekomen? Je kunt natuurlijk ook iets persoonlijks vertellen, maar vooral: deel waar jij je prettig bij voelt. 

Daarna gaat het vaak over je motivatie. Waarom heb je voor dit bedrijf gekozen? Waarom spreekt deze branche je aan? En wat vind je interessant aan de functie? 

Lees je hiervoor goed in. Bekijk de website, leer de kernwaarden kennen en probeer te begrijpen waar het bedrijf mee bezig is. Niet alleen zodat je tijdens het gesprek het ‘juiste’ antwoord kunt geven, maar ook zodat je zelf kunt ontdekken of dit een plek is waar je graag zou willen werken. 

Vervolgens komen vaak competentievragen aan bod. Probeer hierbij zo concreet mogelijke voorbeelden te geven. De STAR-methode kan helpen om je antwoord overzichtelijk te maken: Situatie, Taak, Actie en Resultaat

En vergeet vooral niet om zelf een paar vragen voor te bereiden. Eén of twee vragen paraat hebben laat niet alleen zien dat je geïnteresseerd bent, maar helpt jou ook om te ontdekken of de functie bij je past. 

Want vergeet niet: zij kijken of jij bij het bedrijf past, maar jij kijkt net zo goed of het bedrijf bij jou past. 

Wat doe je aan? 

Een eerste indruk is belangrijk. Je wilt er natuurlijk verzorgd en netjes uitzien. Maar wat dat precies betekent, hangt behoorlijk af van waar je solliciteert. 

Bij een advocatenkantoor kan een pak heel normaal zijn, terwijl je bij een creatief marketingbureau misschien veel informeler binnenstapt. 

Hoe weet je dan wat je aan moet? 

Kijk eens op Instagram of de website van het bedrijf. Misschien zie je medewerkers voorbij komen en krijg je al een beetje een beeld van de sfeer. Ben je er al eens geweest? Dan kun je natuurlijk ook kijken hoe mensen daar gekleed zijn. 

Het belangrijkste is uiteindelijk dat jij je prettig voelt in wat je draagt. Je wilt niet de hele tijd bezig zijn met je kleding omdat je bang bent dat je under- of overdressed bent. 

Kies dus iets nets waarin je jezelf nog steeds herkent. Een pantalon met een leuke top of een net overhemd kan bijvoorbeeld altijd, en kun je helemaal aanpassen aan je eigen stijl. 

En heb je niks in je kast? Kijk eens bij een vriendin of vriend die al werkt. Misschien ligt daar nog wel een perfecte sollicitatie-outfit te wachten.

Past dit bij mij? 

Om je zenuwen wat de baas te blijven, kan het helpen om jezelf eraan te herinneren dat jij niet alleen wordt beoordeeld. Jij bent ook aan het kijken. 

Tijdens het gesprek zijn mensen vaak niet alleen bezig met het beantwoorden van de vragen, maar ook met hoe ze zelf overkomen. Was dit wel het juiste antwoord? Hoe komt dit over? Wat betekent die gezichtsuitdrukking van de ander? Voor je het weet, ben je meer bezig met het lezen van de ander dan met het gesprek zelf. 

Probeer daarom ook af en toe bij jezelf in te checken. Hoe voel ik me hier? Voelt dit als een plek waar ik mezelf kan zijn? En wat vind ik eigenlijk van het bedrijf en de mensen tegenover me? 

Een sollicitatiegesprek gaat tenslotte niet alleen over de vraag of zij jou zien zitten. Jij mag net zo goed onderzoeken of jij jezelf hier ziet werken.

Heel veel succes!

Nog meer sollicitatietips lezen? Kik hier.

Voor een goede voorbereiding is het fijn om van tevoren al even na te denken over het gesprek. Hieronder staan een aantal voorbeelden van vragen die je mogelijk kunt krijgen. Je hoeft echt niet op iedere vraag een perfect antwoord klaar te hebben. Het gaat er vooral om dat je alvast even hebt nagedacht over wat jij zou willen vertellen.

Over jou en je motivatie 

· Kun je iets over jezelf vertellen? 

· Waarom heb je voor deze branche gekozen? 

· Waarom wil je juist bij dit bedrijf werken? 

· Waarom spreekt deze functie je aan? 

· Waarom wil je weg bij je huidige functie? 

· Wat verwacht je van de functie en de werkzaamheden? 

· Wat zou je hier graag willen leren? 

· Waarin zou je jezelf nog willen ontwikkelen? 

· Wat lijkt je het leukste aan deze functie? 

· En wat lijkt je misschien minder leuk? 

· Wat zijn jouw kwaliteiten? 

· Waar ben jij goed in? 

Competentievragen 

Bij competentievragen is het handig om vooraf een aantal concrete voorbeelden te bedenken. De STAR-methode kan hierbij helpen: beschrijf de Situatie, jouw Taak, welke Actie je hebt ondernomen en wat het Resultaat was. 

Denk bijvoorbeeld na over situaties waarin je: 

· Feedback hebt gekregen of zelf feedback hebt gegeven. 

· Met verschillende stakeholders hebt samengewerkt. 

· Een conflict hebt meegemaakt en opgelost. 

· Onder tijdsdruk moest werken. 

· Met meerdere mensen of managers tegelijk moest schakelen. 

· Met verandering te maken kreeg. 

· Iemand hebt moeten overtuigen van jouw idee. 

· Proactief hebt gehandeld. 

· In een team hebt gewerkt. 

· Creatief of innovatief hebt gedacht. 

· Een bepaalde rol binnen een team hebt aangenomen. 

· Iets niet begreep of een fout hebt gemaakt. Wat deed je toen? 

· Verwachtingen had van een team waarin je werkt. 

· Verwachtingen hebt van een manager. 

Probeer voor sommige vragen zowel een voorbeeld uit je werk of studie als uit je privéleven te bedenken. Zo heb je altijd meerdere situaties die je kan benoemen. 

En dan zijn er nog de vragen die je niet helemaal verwacht... 

Sommige recruiters vragen soms wat ander soort vragen, zoals: 

· Waar krijg jij energie van? 

· Als we jouw manager of collega zouden bellen, wat zou diegene over jou vertellen? 

· Wat maakt jou anders dan andere kandidaten? 

· Waarom zouden we jou moeten aannemen? 

Vergeet niet dat jij óók vragen mag stellen 

Een sollicitatiegesprek gaat niet alleen over de vraag of zij jou geschikt vinden. Jij wilt natuurlijk ook weten of dit bedrijf, het team en de functie bij jou passen. 

Neem daarom altijd een paar eigen vragen mee, bijvoorbeeld: 

· Welke ontwikkelmogelijkheden zijn er binnen het bedrijf? 

· Hoe zou je de cultuur binnen het team omschrijven? 

· Hoe werken jullie samen? 

· Aan welke opdrachten zou ik mogen werken? 

· Wat zijn de belangrijkste doelen waar jullie nu aan werken? 

· Hoe ziet de rest van de sollicitatieprocedure eruit? 

· Wat vinden jullie zelf leuk aan het werken bij dit bedrijf? 

· Wat hebben jullie zelf geleerd in deze functie?

Heel veel succes!

Meer tips? Klik hier.

De zomer. We kennen het allemaal. Na een druk jaar vol deadlines, afspraken en stress is het eindelijk tijd voor die heerlijke periode van rust. Met een boekje op het strand, lekker wandelen door het park of eindelijk eens tijd maken voor die grote schoonmaak. Er is weer ruimte in je hoofd voor dingen die je door het jaar heen even links hebt laten liggen. 

Maar voor je het weet, komt september steeds dichterbij. Het nieuwe studie- of werkjaar staat alweer voor de deur en langzaam vullen je agenda en inbox zich weer. Voor je het weet, zit je opnieuw midden in de deadlines, afspraken en to-do-lijstjes. 

En dat kan best even schakelen zijn. Je hebt misschien wekenlang een rustiger ritme gehad en ineens wordt er weer van alles van je gevraagd. Meer afspraken, meer prikkels en meer dingen waar je aan moet denken. Het is dan ook niet gek als je even moet zoeken naar een nieuw ritme. 

Hoe zorg je er dan voor dat je die fijne rust uit de zomer een beetje meeneemt naar het nieuwe jaar? 

Plan je eerste weken niet te vol 

De gezelligheid van de zomer, vol met leuke plannen, neem je al snel mee naar september. Want die vriend(in) die je al weken niet hebt gezien wil je natuurlijk nog even spreken. En die andere vriend(in) heeft ook alweer een leuk plan bedacht. 

Hartstikke gezellig, maar pas op dat je agenda niet meteen voller raakt dan je hoofd aankan. 

Een volle agenda vraagt namelijk niet alleen tijd, maar ook mentale ruimte. Iedere afspraak, deadline of taak vraagt op de achtergrond toch een beetje aandacht. Juist als je net uit een rustige periode komt, kan die overgang daardoor best groot voelen. 

Misschien loop je weer iedere dag stage van 09.00 tot 17.00 uur. Zit je een hele dag in het lab voor onderzoek. Of moet je drie uur lang luisteren naar een hoorcollege. Dan is het helemaal niet gek als je daarna behoefte hebt aan even helemaal niks. 

Probeer daarom bij het plannen van je week niet alleen te kijken naar wat er allemaal moet, maar ook naar wat jij nodig hebt. Plan bijvoorbeeld bewust een avondje thuis. Even op de bank, telefoon weg en niks op de planning. 

Je hoeft niet meteen weer op honderd procent te draaien omdat je vakantie voorbij is. Gun jezelf de tijd om rustig weer in je ritme te komen. 

Zoek je ritme weer op 

De zomer staat natuurlijk bekend om de Aperol op het terras, een dagje op het strand liggen of een late avond met vrienden. En daar is natuurlijk helemaal niks mis mee. Maar als je weer begint met werken of studeren, kan het fijn zijn om ook je eigen ritme weer een beetje terug te vinden. 

Ga weer eens naar je favoriete sportles. Probeer rond dezelfde tijd naar bed te gaan en sta op een tijdstip op dat voor jou werkt. En vergeet ook je maaltijden niet. Niet omdat alles ineens ‘perfect gezond’ moet zijn, maar omdat een beetje regelmaat ervoor kan zorgen dat je je energieker voelt. 

Maar regelmaat ziet er voor iedereen anders uit. Misschien krijg jij energie van sporten, misschien laad je juist op van een lange wandeling, koken of een avondje op de bank. 

Het gaat er niet om dat je ineens het perfecte ritme hebt. Het gaat erom dat je weer ontdekt: waar krijg ik energie van en waarvan laad ik op? 

Juist wanneer het druk wordt, zijn dit vaak de eerste dingen die we laten vallen. Terwijl het misschien precies de dingen zijn die ervoor zorgen dat we ons goed blijven voelen. 

Zeg niet altijd meteen ja 

Misschien wel de belangrijkste: check af en toe even bij jezelf in. 

Hoe voel ik me eigenlijk? Heb ik nog energie voor een avondje met vier vriendinnen of vrienden? Of wil ik veel liever lekker op de bank liggen en mijn favoriete serie bingen? 

We zijn vaak geneigd om meteen ‘ja’ te zeggen. Omdat iets gezellig is, omdat iemand op je rekent of omdat je agenda op dat moment nog leeg lijkt. Maar een lege agenda betekent niet automatisch dat je ook behoefte hebt aan een volle agenda. 

Soms zeggen we ‘ja’ omdat we bang zijn iemand teleur te stellen. Of omdat we het gevoel hebben dat we alles moeten kunnen combineren. Werk, studie, vrienden, familie, sporten en ook nog een tijd voor jezelf. 

Misschien is het daarom goed om jezelf af en toe af te vragen: zeg ik hier ja op omdat ik hier echt zin in heb, of omdat ik het gevoel heb dat ik ja moet zeggen? 

Je hoeft trouwens ook niet altijd meteen ‘nee’ te zeggen. Twijfel je? Zeg dan gewoon dat je het nog even moet bekijken. Zet het met potlood in je agenda en kom er later op terug. Misschien klinkt het een beetje ouderwets, maar het geeft je wel de ruimte om eerst even bij jezelf in te checken. 

Houd een beetje van die zomer vast 

Uiteindelijk moet iedereen na de zomervakantie weer even inkomen. Je komt misschien net terug van vakantie, hebt wekenlang uitgeslapen of hebt gewoon genoten van een rustiger tempo. Dan kan het best even schakelen zijn als de wekker weer vroeg gaat en je agenda zich langzaam vult. 

Je hoeft die zomer-vibe alleen niet helemaal achter je te laten. 

Maak wat ruimte voor jezelf, ga lekker naar buiten wanneer het kan en plan iets leuks waar je energie van krijgt. Zo lang je maar bij jezelf blijft inchecken waar jij behoefte aan hebt. 

Want misschien hoeft het nieuwe werk- of studiejaar helemaal niet te betekenen dat je die chill-vibe moet loslaten. Misschien betekent het vooral dat je opnieuw mag ontdekken wat jou rust geeft, waar je energie van krijgt en wat voor jou belangrijk is. 

Misschien zit de uitdaging dus niet in het vasthouden van de zomer, maar in het meenemen van de dingen die ervoor zorgden dat jij je goed voelde.

Meer lezen? Klik hier.

De zomer loopt langzaam ten einde en de laatste weken spendeer ik veel tijd met vrienden en familie onder het mom van ‘de zomer goed afsluiten’. Dit is ook een periode waarin de afgelopen jaren veel is gebeurd rond deze tijd. Verlies, veranderingen en veel om bij stil te staan.

Tijd heelt alles

Afgelopen dagen komt de gedachte over rouw dan ook veel in mij op. De emoties die vorig jaar nog vers en lastig te vermijden waren, lijken nu meer op de achtergrond te staan. Lachen staat nader dan tranen, en mooie verhalen hebben de overhand.

Een goede vriendin van mij vertelde mij laatst dat zij zich onsterfelijk voelde, nu we nog zo jong zijn. Ik reflecteerde hierop en merkte dat dit bij mij anders zit.

Het verlies dat zich de afgelopen jaren heeft voorgedaan, laat mij zien dat het leven elk moment een punt kan krijgen. Best gek, aangezien we inderdaad nog zo jong zijn. Want jong zijn betekent meestal toch ook ‘zorgeloos’ zijn?

Naast mij liggen er, terwijl ik dit schrijf, al de eerste bruine blaadjes. Misschien nog over van de winter, misschien de eerste tekenen dat het nieuwe seizoen voor de deur staat.

Het leven is gemaakt om los te laten en opnieuw te beginnen. Maar wij als mensen lijken wel te denken dat we geen onderdeel meer zijn van deze natuurlijke cyclus.

Nieuwe seizoenen

Ik betrap mezelf erop dat ik deze natuurlijke beweging ook probeer te mijden. Voor mij betekent slechter weer namelijk ook een gevoel van somberte dat zich langzaam verwelkomt in mijn hoofd. Dus zit ik hier typend nog te genieten van de laatste ‘echte’ warme dag van het jaar.

Ik herken dit perspectief in mijn omgeving. En kan mij soms frustreren dat we ons neerleggen bij de ‘winterdip’ die zal komen.

Want de afgelopen jaren zijn enorm lastig geweest. Voor mij persoonlijk stond mijn puberteit in het teken van worstelen met mezelf, en voor anderen kwam dit ter sprake tijdens covid. Waarom lijkt 'beter voor jezelf willen' zo’n lastige opgave?

Eén ding heb ik de afgelopen jaren wel geleerd. En dat is dat het leven inderdaad geen gegeven is. Dus ben ik benieuwd hoe deze seizoenen te beïnvloeden zijn. Misschien met beweging, denkwijze of omgeving. Mijn doel is om dit jaar op onderzoek uit te gaan in hoeverre wij, als mens, invloed hebben op deze aspecten van het leven.

Ik ben benieuwd en neem jullie mee!

Tot snel. Liefs,

Roos

Meer lezen? Klik hier.

bell hooks (1952-2021), geboren als Gloria Jean Watkins, was schrijver, hoogleraar en cultuurcriticus. Ze koos ervoor haar naam bewust zonder hoofdletters te schrijven. omdat ze wilde dat de aandacht uitging naar de inhoud van haar werk, en niet naar haar persoon. Toonaangevend, ook voor haar werk.

Hoewel hooks vooral bekend werd met boeken als Ain't I a Woman? Black Women and Feminism en Feminism Is for Everybody, waarin ze schreef over racisme, seksisme en ongelijkheid, liep er één thema als een rode draad door vrijwel haar hele oeuvre: liefde.

All About Love, bell hooks

Wat is liefde eigenlijk?

In All About Love stelt hooks een eenvoudige vraag: wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen dat we van iemand houden?

Volgens haar gebruiken we het woord voortdurend, terwijl we zelden stilstaan bij de betekenis ervan. Liefde is in onze cultuur vaak gekoppeld aan verliefdheid, of verlangen. Maar echte liefde gaat volgens hooks over meer dan dat.

Ze beschrijft liefde niet als iets wat je overkomt, maar als iets wat je doet. Een werkwoord. Een bewuste keuze die zichtbaar wordt in zorg, verantwoordelijkheid, respect, vertrouwen en eerlijkheid. Liefde is daarmee een dagelijkse praktijk.

Les over liefde

Hooks stelt dat veel mensen opgroeien zonder een gezond voorbeeld van liefde. We leren rekenen en schrijven, maar nauwelijks hoe we een veilige relatie opbouwen. Denk bijvoorbeeld aan hoe we grenzen aangeven of hoe we op een liefdevolle manier communiceren.

Daarom gaat All About Love ook over vriendschap, familie, opvoeding, gemeenschap en de relatie met jezelf.

Ze laat zien hoe angst, macht en zelfs controle zich soms vermommen als liefde. Terwijl echte liefde juist ruimte geeft om te groeien.

Een nieuwe blik op romantiek

hooks benadert in All About Love het onderwerp met een brede blik. Ze verbindt persoonlijke ervaringen met filosofie, psychologie, spiritualiteit en maatschappelijke vraagstukken.

Hooks schuwt moeilijke onderwerpen niet en durft de lezer voortdurend uit te dagen.

Boekentip

All About Love stelt vragen en geeft een nieuw perspectief op iets wat wij allemaal ervaren. Liefde.

Meer tips? Lees ze hier.

We kennen het allemaal wel. Een periode waarin je lichaam meer rust vraagt, je je moe voelt en minder zin hebt om dingen te doen.

Vaak gebeurt dit in de wintermaanden, wanneer de dagen korter zijn en je lichaam verlangt naar meer rust. Zelf merk ik echter dat dit gevoel ook regelmatig terugkomt in periodes waarin er veel moet gebeuren voor werk, studie of andere verplichtingen.

Rust als tussenfase

Tijdens een periode vol deadlines is er weinig ruimte voor spontane uitjes, een middag voor jezelf of dat ene koffietje met vrienden. Er moet gepresteerd worden, en dat vraagt veel van je.

Maar wat als deze exacte tussenfase, tussen rust en geluk of plezier, juist ruimte creëert voor meer zelfkennis en voor het vergroten van je vermogen om actief deel te nemen aan je eigen leven?

Grip op geluk

Je hoort het vaak op sociale media: mensen die zich de main character van hun eigen leven willen voelen. En eerlijk gezegd denk ik dat we dat allemaal wel willen. Want hoe fijn is het om grip te ervaren op je dagelijks leven en daardoor meer plezier te halen uit wat je doet?

Het interessante is dat geluk vaak juist ontstaat wanneer je stopt met streven naar meer of beter, en in plaats daarvan aandacht geeft aan wat er al is. Misschien is deze tussenfase daarom juist een uitnodiging om stil te staan bij je huidige situatie. Om te onderzoeken wat jouw geluk voedt en wat energie kost.

Kwestie van onderzoek

Geluk blijft een bijzondere kwestie. Al jarenlang doen wetenschappers en filosofen onderzoek naar de vraag wat mensen gelukkig maakt. Tegelijkertijd blijkt steeds opnieuw dat geluk voor iedereen anders werkt. Een deel ervan is genetisch bepaald, een ander deel ligt binnen je eigen invloedssfeer.

Zo legt hoogleraar psychologie aan de Radboud Universiteit Ap Dijksterhuis uit dat mensen gelukkiger worden wanneer ze iets doen voor anderen. Volgens hem ontstaat dat geluksgevoel door positieve feedback. "Als je voelt dat andere mensen dankbaar zijn, ga je jezelf ook beter voelen." Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt die gedachte.

Waardevolle periode

Misschien ligt jouw geluk ergens anders, of ben je eigenlijk best tevreden en mag je daar vaker bij stilstaan. Zit het voor jou in meer tijd buiten doorbrengen, vaker afspreken met vrienden, creatief bezig zijn of juist meer rust nemen.

Juist in de periodes waarin je in een tussenfase tussen rust en geluk zit hoef je niet te streven naar leegte overbruggen. Misschien is het juist een waardevolle periode waarin je opnieuw kunt afstemmen op jezelf. Want soms ontstaat geluk niet wanneer alles perfect loopt, maar wanneer je de tijd neemt om te zien wat er al aanwezig is.

Meer lezen? Klik hier.

Bianca Ranzijn begeleidt mensen met dyslexie en/of AD(H)D in hun zelfontwikkeling. Zelf ontdekte ze pas op volwassen leeftijd wat dyslexie echt met haar deed. Niet alleen met lezen, ook met woorden vinden, beeldend denken, contact maken en jezelf durven laten zien. “Ik weet wat het met je doet als je ontdekt dat het niet aan jou ligt.”

Waarom doe jij wat je doet?

“Ik begeleid mensen met dyslexie en/of AD(H)D in hun zelfontwikkeling,” vertelt Bianca. “Waarom ik dat doe? Omdat ik zelf heb ervaren wat dat voor je kan betekenen.” 

Lange tijd wist Bianca niet wat dyslexie precies met haar deed. Ze dacht dat het vooral met langzaam lezen te maken had. Later ontdekte ze dat het ook doorwerkte in haar manier van denken, praten en contact maken. “Ik heb ervaren dat je met aandacht en zelfontwikkeling heel veel kunt doen. Dat je meer rust in jezelf kunt vinden.” 

Hoe was jouw jeugd?

“Ik ben opgegroeid in Bergen, in Noord-Holland” vertelt Bianca. Tot haar twaalfde woonde ze daar met haar ouders en haar jongere zusje. Daarna verhuisde ze met haar moeder en zusje naar Alkmaar. 

Bergen herinnert ze zich als een fijne en beschermde plek. “Voor ons huis lag een grasveld, dat was een groot speelterrein. Daar speelden we met de andere kinderen uit de straat.” Bianca was een echt buitenkind. “Ik vond het leuk om dingen te ontdekken. Diertjes in het bos, fietsen, fietscrossen, rolschaatsen met andere kinderen.” 

Ze groeide op in een tijd waarin computers nog geen grote rol speelden. Dat vindt ze achteraf geen gemis. “Daardoor weet ik hoe het is om lekker buiten te spelen. De ruimte in je hoofd om even stil te zitten, om je heen te kijken, te ervaren of naar binnen te trekken. Hierdoor ben ik nieuwsgierig naar de wereld. Naar mensen. Naar hoe alles in elkaar zit.” 

Hoe was jouw schooltijd?

De basisschool verliep goed. “Qua lezen en alle andere dingen kwam ik gewoon mee. Waarschijnlijk omdat ik altijd bruggetjes vond of creatief genoeg was om mijn weg te vinden.” Haar dyslexie viel toen nog niet op. 

Na de basisschool ging Bianca naar de mavo op de Bergense Scholengemeenschap. “Het was een van de weinige scholen in Nederland waar je expressievakken als eindexamenvak kon doen. Ik deed examen in textiel en handelswetenschappen. Dat vond ik leuk.” 

Tijdens een beroepentest kwam naar voren dat Bianca langzamer las. Toen bleek dat ze dyslexie had, woord- en leesblind heette dat. “Ik dacht: boeiend, ik lees langzamer.” Veel uitleg kreeg ze niet. “Ik had totaal geen idee dat dyslexie met veel meer te maken had. Met woorden zoeken, praten, beeldend denken. Die informatie was er toen nog niet.” 

Wist je na school welke kant je op wilde?

“Nee, eigenlijk niet.” Na de mavo ging Bianca daarom naar de havo. Ook daarna wist ze nog niet goed wat ze wilde. Uiteindelijk koos ze voor iets creatiefs. Door haar interesse in textiel, kunstgeschiedenis 

en handelswetenschappen kwam ze terecht bij de middelbare textielhandelsschool in Enschede. “Ik ging meteen op kamers wonen. Dat was heel leuk en heel spannend.” 

De opleiding zelf vond ze interessant. “Je leerde hoe textiel gemaakt wordt tot aan het kledingstuk. Hoe stoffen worden gekleurd, behandeld en geweven. De hele industrie en handel daarin.” 

Toch liep Bianca vast. Bij textielhandel hoorde ook verkopen, contact leggen en jezelf presenteren. “Ik wist toen nog niet hoe ik mij sociaal moest uiten.” Ze voelde zich regelmatig alleen. “Ik dacht dat het aan mezelf lag. Je gaat dingen internaliseren en daar meteen een oordeel bovenop leggen. Ik dacht sociaal contactgestoord te zijn.” 

Hoe verliep jouw loopbaan?

Bianca stopte met de opleiding en ging werken en maakte rond het millennium een grote reis door Amerika. Daarna ging ze samenwonen met haar toenmalige man en rolde ze uiteindelijk het debiteurenbeheer. “Ik heb ook acht jaar bij een deurwaarder gewerkt, maar nooit echt goed naar mijn zin gehad. Je moest alles precies volgens de letter van de wet doen. Dat past helemaal niet bij mij.” 

Wanneer kwam dyslexie weer op jouw pad?

Inmiddels was Bianca moeder geworden van twee kinderen. Na de basisschool keek ze uit naar hun ontwikkelingen. Maar ging dat uiteindelijk zelf doen en keek zichzelf aan, ook de dyslexie. “Ik dacht: misschien zit daar toch meer achter.” Ze kwam terecht bij Dynamica, een organisatie in Amsterdam die dyslexietrainingen geeft. Daar leerde ze pas echt wat dyslexie inhoudt en vielen puzzelstukjes op hun plek. 

Wat veranderde er door die training? De training gaf Bianca vooral herkenning en opluchting. “Ik had mezelf jarenlang sociaal contactgestoord genoemd. Daardoor beperk je jezelf. Ik maakte mijn wereld klein en liet mezelf niet zien.” 

Tijdens de training kreeg ze een eenvoudige oefening die iets in haar losmaakte. “Die oefening liet zien dat je wel intelligent genoeg bent. Toen dacht ik meteen: ik ben helemaal niet contactgestoord. Er is een naam voor. Het ligt niet aan mij.” Dat besef veranderde veel. “Als je weet dat het niet aan jou ligt, kun je er iets mee doen. En ik besefte dat heel veel volwassenen hiermee zitten.” Daarom volgde Bianca een coachtraining en later een NLP-opleiding. 

Wat doe je nu?

Nu begeleidt Bianca neurodiverse mensen in hun zelfontwikkeling. Ze helpt hen begrijpen hoe hun brein werkt en hoe ze anders, vanuit mogelijkheden, naar zichzelf kunnen kijken. 

Dat betekent niet dat alles vanzelf gaat. “Ik vind bijvoorbeeld voor een groep staan nog steeds spannend. Maar ik doe het wel.” 

Haar werk voelt steeds meer als spelen. “Ik ben nieuwsgierig naar de wereld, naar mensen en naar wat er mogelijk is.” 

Wie inspireert jou?

“Ik heb van meerdere mensen dingen opgepakt,” zegt Bianca. Ze noemt onder anderen Oprah Winfrey, Joe Dispenza, haar NLP-trainer Henk, Els Fontein, Simone Levie en Ryan Serhant. 

Vooral mensen die hun kwaliteiten benutten, inspireren haar. Over Ryan Serhant zegt ze: “Hij staat totaal niet stil bij een label. Dat interesseert hem niet. Hij gebruikt vooral de kwaliteiten waar hij goed in is.” 

Welk advies geef je jongeren?

“Ga jezelf ontdekken. Veel mensen leven naar de omstandigheden waarin ze terechtkomen. Terwijl de zoektocht zit in wie je zelf bent. Als je weet dat je invloed hebt op wie je wilt zijn, ga je andere beslissingen nemen.” 

Ze vindt het belangrijk dat jongeren weten dat hun achtergrond niet alles bepaalt. “Waar je in opgegroeid bent, hoeft niet te zijn wie jij wil zijn. Ga zelf ontdekken wat je fijn en leuk vindt.” 

Voor neurodivergentie gebruikt Bianca graag een beeld. “Ik vergelijk het weleens met een houten been. Als je een houten been hebt, ga je ook ontdekken wat je daarmee wel kunt.” Zo kijkt zij ook naar dyslexie, ADD, ADHD of andere kenmerken. “Je hebt iets wat bij jou hoort. De vraag is: wat kun je daarmee? Wie ben jij ermee? Zonder je te laten beperken. Want dat houten been kan je evengoed olympisch kampioen maken. Op jouw gebied.”

Meer lezen over Bianca en haar bedrijf? Klik hier.

Voel jij je weleens melancholisch?
En lijkt het soms alsof het leven in het nu maar al te somber is?

Dat is een begrijpelijke reactie. Melancholie ontstaat vaak vanuit een gevoel van gemis. Het is een zwaar en intens gevoel, dat je kan overnemen en soms eindeloos lijkt te duren.

Wat als melancholie ook de basis kan zijn voor iets moois? Het gevoel laat zien dat er iets waardevols in jouw leven is geweest. Iets wat je hebt meegemaakt, gevoeld of ervaren. En juist daarin schuilt ook hoop: wat mooi was, kan in een andere vorm weer terugkeren.

Geluk, verdriet, blijdschap en eigenlijk alle emoties bestaan niet lineair. Ze komen en gaan. Je kent vast de zin “joy has a habit of returning”, die veel rondgaat op TikTok en Instagram. Geloof het: daar zit waarheid in.

Ook veel kunstenaars en creatievelingen laten zien dat melancholie een startpunt kan zijn voor indrukwekkende kunstwerken.

Melancholie is een gevoelsstaat waarin jij, of degene die dit ervaart, soms niet goed onder woorden kan brengen wat er precies aan de hand is. Juist daardoor kan er ruimte ontstaan voor verbeelding. Freud schreef bijvoorbeeld over hoe melancholie het ego laat wankelen, waardoor ruimte kan ontstaan voor transformatie en creatie.

Oskar Kokoschka, The Bride of the Wind (or The Tempest), 1914

Zo creëerde Oskar Kokoschka The Bride of the Wind (or The Tempest, 1914) vanuit zijn onrustige liefde voor de vrouw van een ander. Iets wat mooi en licht had kunnen voelen, bracht hem juist in een staat van verlangen en zwaarte.

Ook Godfried Bomans schreef in De reis van uw leven: “De eigenlijke vondst der romantiek is de vreugde der melancholie.”

Hoewel deze zwaarte je kan remmen in je dagelijkse routine of in het uiten van je emoties, kan melancholie je ook iets brengen. Susan Cain schrijft in haar pleidooi Bitterzoet: “Melancholie kan leiden naar creativiteit, verbinding met elkaar en de wereld, en zelfs ervaringen van transcendentie. (…) we zijn verenigd in onze menselijkheid.” Ze sluit deze passage af met: “Wij zijn schepsels die geboren zijn om pijn te transformeren tot schoonheid.”

Een hoopvolle manier om naar melancholie te kijken.

Meer lezen? Klik hier.

Volwassen worden is een fase waarin verwachtingen toenemen, terwijl antwoorden vaak uitblijven. Je mag steeds meer zelf bepalen, denk aan alcohol drinken, wat je doet, en vooral wanneer, etc. Tegelijk voelt het alsof niemand je echt heeft voorbereid op wat er komt kijken bij zaken als hoe je volwassen met je ouders omgaat, verliefd worden, en hoe makkelijk het is om een studieschuld op te bouwen.

"DÉ SURVIVALGIDS VOOR JONGVOLWASSENENE"

In Help, ik word volwassen! richt Kluun zich op deze tussenfase. Niet meer kind, en nog zoekend naar wat volwassen zijn eigenlijk betekent. Het boek bespreekt thema’s die voor veel jongvolwassenen herkenbaar zijn, en die zelden concreet worden uitgelegd.

Hoe ga je om met geld en schulden, terwijl je nog bezig bent je plek te vinden? Wat betekent een gezonde relatie, en hoe herken je wanneer iets niet goed voor je is? Wanneer is vermoeidheid tijdelijk, en wanneer vraagt het om meer aandacht? Het zijn vragen die vaak pas opkomen wanneer het moment daar is, en je er middenin zit.

Wat dit boek onderscheidt, is de manier waarop deze onderwerpen worden benaderd. Zonder belerend te worden, met ruimte voor nuance. Het duidt aan dat zoeken juist belangrijk is, en onderdeel is van deze fase, en dat fouten maken daar eigenlijk (sorry, not sorry) bij hoort.

Help, ik word volwassen! nodigt uit om stil te staan bij keuzes die je maakt, en bij de manier waarop je omgaat met de verwachtingen van jezelf en van anderen.

Meer lees en kijktips? Klik hier.

Wim Oudejans loopt op zijn tachtigste de marathon van Rotterdam. In 3 uur, 52 minuten en 50 seconden. En scoort daarmee een Nederlands record in zijn leeftijdscategorie.

Het is het pad ernaartoe maakt het nog mooier. Oudejans begon pas na zijn vijftigste met hardlopen. Geen klassieke sportachtergrond, hij is begonnen, en blijven gaan.

In de jaren daarna groeide hij uit tot een sterke masteratleet. Europese titels, nationale records. Toch bleef de marathon lange tijd liggen. Twintig jaar zelfs. Tot hij besloot het opnieuw te proberen.

De marathon zelf werd geen makkelijke tocht. “Ik ben elf keer doodgegaan,” zei hij na afloop.

Op de Coolsingel kwam hij bijna instortend over de finish. Daarna de bevestiging: het record is binnen. Zijn kleinzoon hing hem de medaille om. Een moment dat rond ging op sociale media. Niet alleen vanwege zijn leeftijd, maar vanwege wat het losmaakt. Het idee dat je niet vastzit aan een moment in je leven waarop je ‘op je best’ zou moeten zijn.

Dat ontwikkeling door kan gaan. Dat doelen kunnen veranderen.

Misschien is dat de echte vraag die zijn verhaal oproept:
Wanneer heb jij voor het laatst iets gedaan waarvan je dacht dat het niet meer voor jou was?

En wat zou er gebeuren als je het toch nog eens probeert?

Meer lezen? Klik hier.