Mode zat altijd al in het Italiaanse bloed van Angela Messinella-Addis, maar dat ze daar haar werk van kon maken realiseerde zij pas toen een vriendin haar wees op haar oog voor stijl. Nu is zij oprichtster van hét imagebureau van Nederland; Piazza di Moda, Styling & Business. Zij matcht iemands uitstraling op hoe iemand écht van binnen is. “Je uitstraling is alles”. Dat geldt voor iedereen, ook jongeren mogen vooral zichzelf zijn.

Hoe was je als kind?


Allebei de ouders van Angela zijn geboren en getogen in Italië. “Het lukte mijn ouders niet om in Italië geld te verdienen, dus die twee gingen op zoek en kwamen in Nederland terecht met het doel om op den duur weer terug te gaan naar Italië. Ze raakten hier zo geïntegreerd dat dat er uiteindelijk niet van is gekomen!” Haar moeder diende als sterk voorbeeld voor de kleine Angela. “Op een gegeven moment hadden wij communie, wat in Italië altijd gevierd wordt met prachtige kleding. Hier in Nederland was dat niet.” Het Italiaanse bloed kwam in haar moeder omhoog en zij besloot het zelf maar te maken. En niet onopgemerkt. “Op een gegeven moment begon opeens iedereen bij haar aan te kloppen met de vraag of ze ook zo’n mooi pak voor hen zou willen maken.” En dat deed ze. “Op die manier was ze gewoon bezig met een eigen bedrijfje, zonder dat ze dat doorhad…al deed ze het gratis trouwens.” Niet alleen de hele buurt stond te kijken van de mooie kleding die werd gemaakt. Ook Angela was altijd in de buurt wanneer de naaimachine erbij werd gepakt. “Ik stond er altijd bij te kijken, ik vond het enorm fascinerend.”

“Als je iets doet, doe het dan 100%. Alleen dan weet je of je er goed in bent of niet.”

Niet alleen haar moeder was ondernemend, ook haar vader en de rest van haar familie in Italië genoten van het ondernemersleven. “Ik keek altijd met ze mee. Mijn vader werkte in een fabriek, maar had daarnaast een eigen bedrijfje waarmee hij mensen bijvoorbeeld hielp met tegels leggen.” Omdat iedereen thuis zo druk was, was Angela als kind al enorm verantwoordelijk. “Maar eigenlijk is dat wel heel belangrijk geweest, want je moet discipline te hebben om iets op te bouwen.” Van huis uit heeft ze dan ook geleerd dat succes niet komt aanwaaien, je moet er hard voor werken. “Als je iets doet, doe het dan 100%. Alleen dan weet je of je er goed in bent of niet.”

Hoe was jouw schooltijd?


Elke zomer ging Angela met haar familie op bezoek bij haar oom en tante, die aan de Italiaanse kust woonden. “Daar had je altijd mode-events. Het was geweldig, ik kon daar uren blijven zitten.” In de zomer waren de ramen van de Italiaanse kledingwinkels beplakt met posters waarop het heerlijke woord ‘saldi’ te lezen was. Van die koopjes werd goed gebruik gemaakt. “Ik kocht mijn kleding altijd daar. In Italië liepen de modetrends twee jaar voor op Nederland, waardoor ik altijd unieke dingen aanhad die in Nederland nog niet te vinden waren.”

Tijdens haar jeugd heeft Angela veel te maken gehad met vooroordelen vanwege haar afkomst. Ze werd onderschat, waardoor ze naar de mavo moest ookal was ze perfect geschikt voor de havo. “Daardoor heb ik wel met heel veel mensen leren omgaan. Culturen, segmenten, arme of rijke mensen; dat maakt helemaal niks uit. Zet jezelf nooit boven iemand, maar altijd naast de persoon met wie je praat.” Haar werd vaak verteld dat ze ergens geen talent voor had, puur vanwege het land waar haar wortels liggen. “Ik heb dus harder gevochten om er te komen, ook dat heeft mij sterker gemaakt.” Na de mavo volgde de havo om vervolgens naar het Saxion in Enschede te gaan. “Daar ben ik Commerciële Economie Internationaal Management gaan doen, omdat ik wilde leren over het ondernemerschap.” Angela vond het enorm interessant. Na vier jaar, had ze haar diploma op zak.

Sporten was voor Angela een enorme uitlaatklep, nu nog steeds. Ze heeft geturnd, gevolleybald en gezwommen. Met zwemmen stopte ze echter al vrij snel. “Ik was bang dat mijn schouders te breed weren hahaha.”

Het familieleven


Angela woont met haar man en vier kinderen. Eén van Angela’s vier kinderen heeft een mentale beperking. “Helaas is het zo dat hij elk moment kan komen te overlijden, door zijn epilepsie. Maar als ik oversteek en er komt een auto aan, dan ben ik er ook niet meer. Zo kan het leven zijn. Als ik elke ochtend wakker word met de gedachte ‘hij is er morgen niet meer’, dan is hij er echt niet meer want zo kan je gewoon niet leven.” Haar kind is op een gegeven moment opgenomen geweest in het ziekenhuis in Groningen. Daar kreeg Angela meerdere keren te horen dat het kind het niet zou gaan halen, en dat het tijd was om afscheid te nemen. “Zolang hij er nog is, is hij er nog en blijf ik hier staan, heb ik ze verteld.”

Angela heeft het ziekenhuis vaak van binnen en buiten gezien. “Op een gegeven moment raakte ik in een burn-out. Het was altijd ziekenhuis, werken, ziekenhuis, werken.” Toen de ziekte van Pfeiffer haar trof, raakte ook al haar reserves op. “Ik werd angstig en durfde ook niet meer de straat op. Maar het was belangrijk om door te gaan."

Omdat haar zoon wegens de mentale beperking niet kan praten, is het soms lastig voor anderen om te weten hoe hij zich écht voelt. “Toen hij naar het kinderdagverblijf ging vond ik het moeilijk dat ik niet wist of die mensen mijn kind wel begrepen. Toen ben ik gaan spelen met kleur er vorm in zijn kleding.” De ene dag deed ze hem een kleur aan waardoor hij heel bleek en ziek leek, de andere keer kreeg hij een floddertrui aan die hem heel slordig en onverzorgd deed ogen. “Er waren maar drie begeleiders die écht keken naar het kind. Bij hen kreeg ik het juiste antwoord toen ik vroeg hoe hij die dag was geweest, zij prikte erdoorheen.” Om die reden gaat Angela binnenkort beginnen met het geven van cursussen op kinderdagverblijven.

Hoe kwam je aan werk als imageconsultant?


Het is niet zo dat Angela altijd al geweten heeft dat zij zich later imageconsultant mocht gaan noemen, sterker nog; ze wist niet eens dat het bestond. “Iemand zij tegen mij: “Weet jij dat jij altijd advies geeft? Op kleur en stijl. Jij bent gewoon een imageconsultant!” Ik zei toen “huh, wat is dat?” Dus Angela racete naar Google en stuitte op een opleiding. “Ik herkende mezelf direct, ‘dit ben ik ’ dacht ik.” Vijf jaar geleden is Angela de opleiding gaan volgen een heeft zij zich gespecialiseerd.

"Waar je ook gaat en staat, je moet je fijn voelen in de kleding die je hebt; in je verpakking.”

Wat houdt het eigenlijk in?


Neeeeee, een imageconsultant is niet hetzelfde als een styliste zoals wij die kennen van de BN’ers.
“Ik kijk vooral naar je uitstraling, zowel op persoonlijk vlak als op zakelijk vlak. Wat mensen zich soms niet realiseren, is dat je met alles een non-verbale taal spreekt. Het kan natuurlijk ook voorkomen dat mensen iets willen uitstralen wat ze niet zijn. Ook daar kan Angela te hulp schieten. “Als iemand er bijvoorbeeld heel somber of saai uitziet, dan zit daar altijd iets achter.”

Ook doet Angela aan Feng Shui. “Dat houdt in het harmoniseren van je omgeving. Bijvoorbeeld ervoor zorgen dat jij je thuis voelt in je huis, dat het jezelf weerspiegelt. Ik doe dat met kleding.” Zo zorgt zij ervoor dat iemands kledingkast écht die van hen is. Angela vindt het enorm belangrijk dat de kleding in iemand kast diegene weerspiegelt. “Het is het intiemste wat je meeneemt, elke dag. Waar je ook gaat en staat, je moet je fijn voelen in de kleding die je hebt; in je verpakking.”

"Wees jezelf, want dat maakt je uniek"

Wat geef je mee aan jongeren die op het punt staan om belangrijke keuzes te maken?


“Als je een keuze maakt, zorg er dan voor dat je al het andere al hebt gedaan. En als je ergens voor gaat, denk dat niet dat je er al direct bent maar zet door. Je valt echt wel een paar keer, maar geef niet op want dan geeft je je droom op. Door andere wegen te bewandelen, weet je wat je écht wil! Wees jezelf, want dat maakt je uniek."

“Eén ding is zeker; ik zong al-tijd.” Dromen zijn er om nagejaagd te worden. Melanie Reindertsen (23) is het levende bewijs daarvan. Van stralen op de schoolmusical naar zingen met Davina Michelle in de finale van het programma ‘We Want More’. Zij is namelijk hard op weg om het te maken in de country scene, iets wat in Nederland nog een flinke opgave is. Maar het komt steeds dichterbij. Ze mag namelijk haar nieuwe EP opnemen in de country-hemel: Nashville. Voor de serie 'Waarom doe je wat je doet' vragen we Melanie naar haar beweegredenen, haar passie en haar boodschap aan  jongeren die 'het willen maken'.

 Wat voor kind was je?
“Eén ding is in ieder geval makkelijk; ik zong altijd. Ik heb ook echt een hele fijne jeugd gehad waarin ik écht kind kon zijn.” Melanie, artiestennaam Melanie Ryan, groeide op in het Utrechtse IJsselstein, waar ze tot nu toe nooit meer weg is gegaan. “Ik sprak veel af met vrienden om lekker buiten te spelen, maar aan de andere kant ben ik ook heel veel in de weer geweest.” Als kind stond ze namelijk al in de spotlights van diverse musicals. “Ik hield van optreden dus dat was geweldig voor mij.” En dat viel niet alleen haarzelf op, maar ook haar ouders hadden het al vroeg door. “Toen ik nog heel klein was zat ik op dansen en het jaar werd altijd afgesloten met een grote opvoering in het Fulco Theater.” Allemaal peuters op een rij die de sterren van de hemel dansen en natuurlijk gevolgd door een daverend applaus vanuit de zaal waar opeens de lichten aangingen. “Mijn vader zegt nog altijd dat hij dan zag dat al die andere kindjes geschokt dachten ‘o god, er zitten allemaal mensen in de zaal’, maar dat Melanie dacht ‘Hé, maar dat is leuk’ en vrolijk terugzwaaide.” Een showpaardje vanaf jongs af aan. “Daar is het begonnen. Ik hou er gewoon van om voor mensen op te treden, te zingen, een lach op hun gezicht te toveren.”

"In mijn examenjaar deed ik mee met 'Giels Talentenjacht'"

Hoe was jouw schooltijd?
Na de basisschool ging Melanie naar een middelbare school die iets anders was dan anders. “Samen met mijn ouders keek ik of er scholen waren die extra aandacht gaven aan de kunstdisciplines”. Denk aan drama, kunst, tekenen; alles erop en eraan. “Ik hou en hield altijd al van het überhaupt creatief bezig zijn. Tekenen, zingen, toneelspelen.” Na een zoektocht kwamen ze uit bij ‘Het Oosterlicht’, een school in Nieuwegein. “Zij hadden een speciale expressieklas, waardoor je meer uren creativiteit in de week had.” Niet alleen dat, de school had ook een eigen theater waar leerlingen musicals konden opvoeren en samen liedjes konden opvoeren tijdens de open dagen. “Maar ook buiten school ben ik altijd bezig geweest met muziek. In mijn examenjaar was ik bijvoorbeeld óók bezig met ‘Giels Talentenjacht’, een online programma dat vergelijkbaar is met ‘De Beste Singer-Songwriter van Nederland’.” Het was natuurlijk een enorm extraatje dat ze óók op school zoveel bezig kon zijn met haar passie. “Het was heel vrij. Ik had heel veel verschillende groepen vrienden. Mensen van het VWO, uit de dramaklas of kids waarmee ik optrad. Op die manier had ik altijd heel veel verschillende soorten vrienden waardoor ik het snel met iedereen kon vinden.”

Hoe verliep jouw weg daarna?
Na de middelbare school besloot ze communication and multimedia design te gaan studeren. Niet omdat haar passie voor muziek verzwakte, maar omdat haar passies nog veel verder reiken. “Tekenen was, net als het schrijven van liedjes, altijd ook een uitlaatklep. Als ik bij mijn opa en oma was, tekende ik een stripverhaal van wat ik die dag had meegemaakt.” Ze heeft het dan ook met het ouders over gehad dat het tekenen ook iets zou kunnen zijn waar ze mee verder zou kunnen en willen gaan. “Muziek staat nog steeds op nummer 1, don’t get me wrong, het zou geweldig zijn als ik daar ooit mijn brood mee kan verdienen. Maar die wereld biedt geen garantie dat je er geld mee gaat verdienen, daarom is het heel fijn dat ik een diploma heb waar ik altijd op terug kan vallen.” Tijdens haar opleiding leerde Melanie alle ins and outs van het grafische werk. Ontzettend handig, óók voor haar eigen artiestenbestaan natuurlijk. “Ik kan mijn eigen logo’s, posters of banners maken. Én ik vind het gewoon ontzettend leuk om te doen. Plus Plus”

Eén grote droom wordt verwezenlijkt: een EP opnemen in Nashville.

Wat doe je nu?
Voor nu werkt ze drie dagen in de week als grafisch vormgeven, maar Melanie ’s grootste droom is natuurlijk om volledig te kunnen leven van haar passie en talent voor muziek. Eén grote droom wordt in ieder geval dit jaar al verwezenlijkt; opnemen in Nashville. The place to be voor country artiesten. “Ik ben gaan werken bij Bagels & Beans en via de CEO werd ik in contact gebracht met Femke Weidema. Zij is Nederlands maar woont en werkt in Nashville. Heeft ook haar eigen platenlabel. Toen heb ik een paar keer met haar geschreven en het over een eigen EP gehad en toen ontstond het idee om mijn EP bij haar in Nashville op te nemen.”

"Ik weet het ook nog niet allemaal. Trust the process"

Wat zou je jongeren willen meegeven?
“Ik denk dat het ook niet erg is als je het allemaal nog niet weet, ik weet het ook nog niet allemaal. Als je jong bent hoef je nog niet alles op een rij te hebben, je loopt vanzelf ergens tegenaan waarvan je denkt ‘dít vind ik tof’. Als je een kans hebt om het om te gooien, doe dat alsjeblieft. Ze zeggen wel eens ‘het leven is te kort’, en hoewel dat cliché is, is het wel waar. Trust the process, het zou ook saai zijn als je al weet wat je morgen gaat doen. Ik weet nog niet wat dit jaar in petto heeft, dat maakt het spannend.” Juist dát, dát maakt het leuk.

En dat maakt haar werk als fotograaf elke dag een uitdaging

Sinds haar veertiende wist ze het zeker: fotografie. Die droom liet Marjolijn Tenge (22) niet links liggen. Ze greep het met beide handen vast, wat vooral in het begin nog wat overtuiging nodig had van haar vader. Nu heeft de twintiger een goedlopende onderneming en staat zij geregeld met haar Nikon te flitsen op een verse klus.

Als klein meisje voelde Marjolijn Tenge (22) zich een beetje een ‘outcast’. “Ik was altijd vrij rustig en was nooit een van de populaire kinderen.” In plaats van meestromen met de kudde, kon zij eindeloos meevaren op haar eigen gedachtegolven. In haar hoofd bedacht ze verhalen, steeds opnieuw probeerde ze er een ander eind aan te breien. “Als ik niet kon slapen, verloor ik mijzelf altijd in die verhalen waar ik ook in het klaslokaal uren op door ging”. Dat creatieve heeft er altijd ingezeten. “Ik wilde altijd gewoon écht iets maken, waar ik dan fysiek trots op kan zijn.”

“Elke dag dat ik iets mag doen met fotografie, vind ik het écht leuk”

“Toen ik naar de middelbare school ging begon ik mijn eigen creativiteit wat meer in de praktijk te brengen.” Ze ontdekte de wondere wereld van de fotografie. “Ik zag bushokjes waar altijd van die hele mooie posters inhingen, toen dacht ik al van ‘hoe leuk is het mensen dan langsrijden en zien dat die poster van jou is’.”
Op haar 14e maakte ze écht kennis met het werk van de fotograaf. “We gingen naar een banenbeurs, waar ook de fotovakschool aanwezig was. Daar kon je dan op de foto gaan met je vriendinnen, Eén van de aanwezige docenten die de stand begeleidde, betrapte haar": “ik heb nooit die foto laten maken, want ik vond het achter de camera veel interessanter. Het was de eerste keer dat ik iemand zijn geld zag verdienen met het maken van foto’s.” Toen ze meer te horen kreeg over de opleiding, was het meteen raak. Marjolijn was verliefd.

Hoe verliep de eerste stap richting die droom?
“Het had veel overtuiging nodig. Mijn vader vond het bijvoorbeeld helemaal niks. Ten eerste kost de opleiding jaarlijks € 7000, maar hij had voornamelijk niet het idee dat fotografie iets is waarvan je kunt leven. Volgens hem was het iets wat je doet voor de lol, dat niet serieus is. Het zou niet werk zijn waar hij trots op zou kunnen zijn als zijn dochter dat zou doen.” Voor Marjolijn was het belangrijk dat ze wat ging doen waar ze passie voor heeft en geluk uithaalt. “Ik wil elke dag met zin naar mijn werk gaan. En met mijn passie goed geld verdienen.” Vanuit haar gezin kreeg Marjolijn al het gevoel voor ondernemerschap mee. Haar vader runt een goedlopende onderneming, maar heeft zijn werk nooit met plezier gedaan. “Ik zie hoeveel geld je daarmee kan verdienen en hoe chill het leven is dat wij nu lijden. Maar mijn vader vond zijn werk nooit leuk. Als hij thuiskwam was hij chagrijnig en had nergens meer zin in." Dit is voor Marjolijn geen optie.

“Zolang ik mijn werk nog steeds zou willen doen als het gratis zou moeten, weet ik dat het goed zit”

Na de middelbare school heeft Marjolijn zich in de eerste instantie ingeschreven bij andere opleidingen, al wist ze dondersgoed wat ze écht wilde. “Het grafisch lyceum heeft mij afgewezen, maar gaven mij het advies om naar de fotovakschool te gaan.” Met dat papiertje ging ze naar haar vader. “Toen kon hij niet anders.”

Hoe was de eerste stap in de vakwereld?
Yes! Ze mocht beginnen aan de opleiding van haar dromen. Maar het was pas in 2020, toen Marjolijn de opleiding allang had afgerond en al lange tijd up and running was, dat haar vader voor het eerst écht trots was op het werk van zijn dochter. “Ik had foto’s gemaakt van de nieuwe baby van een werknemer van hem. Toen hij de foto’s zag moest hij huilen. Nu vertelt hij altijd trots over het werk wat ik doe.”

Naast haar eigen onderneming werkt Marjolijn samen met Fotostudio Zandvoort, voor wie ze veel bruiloften voor mag fotograferen. Ze werkt enorm graag voor en met mensen. Ook maakt en geeft zij cursussen aan bedrijven om hen te leren hoe ze kleine fotoklusjes, voor bijvoorbeeld hun social media, aan kunnen pakken. “Ik leer hen dan de basics van de fotografie en geef aan wat klanten willen zien.” Een steek in haar eigen rug? “Dat denken heel veel mensen”, lacht ze, “ze hoeven dan niet voor elk wissewasje een fotograaf in te huren. En stel, ze hebben voor een groter project wel iemand nodig, dan ben ik de eerste aan wie ze denken. Daarnaast is fotografie een vrij beroep waar iedereen iets mee mag doen.”

“Naar feestjes neem ik de camera niet meer mee, ik raak er helemaal in verloren”

Haar droom? Een eigen fotostudio. “Dan kan ik studio’s verhuren en ook voor eigen klussen gebruiken. Het zou geweldig zijn als ik daardoor een dusdanig stabiel inkomen heb dat ik alleen de klussen hoef aan te nemen waar 100% mijn hart ligt en ik écht creatieve voldoening uithaal.”
“Het mooiste aan mijn werk is dat ik een heel concept kan bedenken en dat helemaal in mijn eigen stijltje kan uitvoeren. Van het hele proces eromheen iets moois maken, waar ik volledig controle over heb”

Welk advies geef je de jongeren van nu mee?
“Denk vooral niet te zwaar over de keuzes die je nu maakt. Keuzes zijn niet bindend en je zit nergens aan vast. Je bent nog zo jong, vaak weet je totaal nog niet wat je wil, en dat is oké. Toen ik mijn studie begon geloofde niemand in de ideeën die ik had, ik begon er gewoon aan omdat ik het zo leuk vond." Af en toe zit Marjolijn er nog wel eens doorheen. Logisch vindt ze. “Dan ga ik gewoon kijken van ‘oké, wat ga ik dan doen?’, en dan kom ik uiteindelijk toch weer uit bij fotografie, het blijft mijn passie en ik vind het het leukste om te doen.”

“Mijn beste foto is de foto die ik morgen maak”

Acteur Amin koos tóch voor zijn eigen droom, in plaats van die van zijn vader

Hij verliet het pad dat zijn vader hem wees, om zijn droom na te jagen in de entertainmentbranche. Nu beoefent Amin Ait Bihi (33) het beroep dat niet alleen voor hemzelf veel betekent, maar ook voor de maatschappij enorm waardevol is. Hij drukt het iedereen op het hart om niet iets te doen waar je zelf niet gelukkig van wordt. “Ook al is je hele omgeving nog wel zo trots en blij met wat je doet, het gaat over jezelf.”

Hoe was je als kind?

Op 9-jarige leeftijd vertrok Amin uit Marokko naar Leeuwarden, waar hij tussen alle kleuters begon met het leren van de Nederlandse taal. “Ik was natuurlijk een stuk ouder, er kwamen wel eens ouders van klasgenoten naar mij toe om te zeggen dat ze hun kind kwamen ophalen. Ze zagen mij aan voor een stagiaire.” Als 9-jarige tussen de kleuters in groep 1, je moet ergens beginnen. Elk nieuw woord schreef hij op en leerde hij uit zijn hoofd, waardoor hij na 1,5 jaar al vloeiend Nederlands kon en meerdere klassen heeft kunnen overslaan.

“Ik heb het altijd leuk gevonden om de randjes op te zoeken, een beetje stil zitten en luisteren vond ik veel te saai.” In Nederland stellen de consequenties van het breken van de regels bijna niks voor. Waar je in Marokko al snel een tik krijgt met een houten liniaal, krijg je in Nederland slecht een simpele preek. “In de brugklas heb ik een keer diareepillen in de koffie van mijn Nederlanddocente gedaan, na één slok moest ze ‘opeens’ nodig printen, ik heb daar echt helemaal stuk om gelegen.”

Een hart voor entertainen heeft Amin altijd al gehad. Vanaf kleins af aan vond hij het geweldig wanneer iemand moest lachen om iets wat hij zei of deed, en eigenlijk is dat nooit weggegaan. Maar destijds lag zijn droom ergens anders: hij wilde politieagent worden, althans dat dacht hij. “Ik zeg altijd dat dat mijn droom was, maar eigenlijk was dat de droom van mijn vader.” Zijn vader was namelijk zelf agent en hoopte dat Amin in zijn voetsporen zou gaan treden. “Hij zei dan altijd tegen iedereen dat ik ook agent zou gaan worden en dan deed hij zijn petje bij mij op.”

Hoe verliep jouw schoolloopbaan?

Na de middelbare school begon Amin met de opleiding ‘Brugjaar Politie’, de vooropleiding voor de politieacademie. “Als agent moet je heel vaak mensen teleurstellen, met een boete bijvoorbeeld. Het negatieve aan het werk, dat past totaal niet bij mij.” Ook wanneer hij beveiliger was bij een voetbalstadion en hij sommige mensen niet binnen kon laten, dat was iets wat hem totaal niet aanstond. “Dan had je net een superleuk gesprek met een groep, maar dan denk je ook weer van ‘ja shit, nu moet ik ze straks wegsturen’. ”Het werk verdiende super goed, maar dat is niks waard als je er niet gelukkig van wordt.

 Amin was 23 toen het besef steeds harder tot hem doordrong; hij wilde iets doen wat hem gelukkig maakt. Hij begon de opleiding ‘Theater’. “Mijn vader snapte daar helemaal niks van, die had zo in zijn hoofd dat ik hem ging opvolgen.” Drie jaar geleden scheidden de ouders van Amin en is zijn vader weer teruggegaan naar Marokko, sindsdien loopt het contact tussen vader en zoon minder soepel.

De nieuwe opleiding beviel gelijk heel goed. “In het eerste jaar mochten we een cabaretvoorstelling maken, het gaf zo’n kick om zoveel mensen om jouzelf te horen lachen.” Dat was dan ook het moment dat Amin wist dat dit is wat hij écht wil.

Hoe kwam je waar je nu bent?

“De bedoeling was eigenlijk dat ik na de opleiding naar de toneelacademie in Amsterdam zou gaan, maar in het laatste jaar liep ik stage bij ‘Traxx’ en daar werd mij een baan aangeboden.” En die pakte hij met beide handen aan. Traxx is een theatergroep die voorstellingen maakt voor middelbare scholen. Die voorstellingen zijn bedoeld om moeilijk bespreekbare onderwerpen bespreekbaar te maken. Denk aan rouw, depressie of drank- en drugsgebruik. “We spelen nu regelmatig een voorstelling over een waargebeurd verhaal over een jongen die kampt met een zware depressie en niet meer wil leven. Daarna gaan we altijd in gesprek met de scholieren.” Vragen als ‘wie herkent dit’ of ‘wie voelt zich ook wel eens zo’, worden dan aan de groep gesteld. “Je schrikt je echt rot over de hoeveelheid vingers die dan de lucht in gaan.” Omdat de voorstellingen zo krachtig zijn, komen de leerlingen los en durven ze zich open te stellen, dan is het makkelijker om je hand op te steken. Jongeren gaan hun medescholieren plots op een hele andere manier zien. Ontzettend waardevol, zeker voor jongeren die denken dat ze er alleen voor staan. “Als je zonder voorstelling de klas binnenloopt en je zegt ‘wie is hier depressief’, dan steekt niemand zijn vinger op.”

“Een keer werd er gevraagd wie wel eens iemand verloren heeft. Er gingen een aantal vingers omhoog. Toen vroegen we wie kortgeleden nog iemand is verloren. Eén jongen stak toen zijn hand op en vertelde dat zijn vader 8 jaar geleden is overleden. Hij vertelde toen dat het misschien wel al 8 jaar geleden is gebeurd, maar dat het voor hem elke dag zo vers voelt.” De theatergroep geeft een mogelijkheid voor jongeren om zichzelf open durven te stellen, iets wat in de middelbare schoolcultuur nog niet altijd even makkelijk is.

Wat heb jij geleerd en zou je jongeren mee willen geven?

“Je moet echt niet kijken naar of het goed verdient, of dat je ouders er trots van worden of je vrienden het cool vinden. Je moet altijd iets doen waar je écht oprecht gelukkig van wordt. Word jij er blij van? Ja? Doen!” En Amin kan het weten. “Al zegt je hele omgeving dat het helemaal geweldig is en zó goed bij je past, maar jij voelt dat niet 100% zo, niet doen. Dat hou je nooit vol. Uiteindelijk wil je doen waar je hart ligt.”

Vanuit ‘niet echt weten’ een textielopleiding gaan volgen en jaren later met een duidelijk doel voor ogen twee fysiotherapiepraktijken runnen. Een wereld van verschil, maar voor Carmen Bartman realiteit. Lees welke keuzes zij maakte, wat zij hiervan leerde en waarom ze nu doet wat zij doet. Aan jongeren geeft zij het advies altijd een eigen keuze te maken, want waar een wil is, is een weg!

Carmen Bartman was naar eigen zeggen vroeger ‘gewoon’ kind. “Ik was er één uit duizenden. Ik speelde en deed mijn ding. Wat ik mij nog herinner is dat ik op de basisschool de langste was en bij ‘het populaire groepje’ hoorde, ondanks dat ik nooit echt een mening had en geen kartrekker was. Sporten vond ik leuk.” Na de basisschool volgde Carmen twee vriendinnetjes naar de middelbare school. Daar leerde zij zichzelf beter kennen. “Vanaf de tweede klas mavo gebeurde er iets. Ik deed mijn bril af, die ik sinds mijn zesde jaar droeg, en begon jongens leuk te vinden.” Ze stopte met de tennislessen en balletlessen die ze volgde voor haar houding, en startte met basketbal. “Dat had ik veel eerder moeten doen, ik vond spelen met een bal leuk en mijn lengte kwam goed van pas. Ik bleek een echte teamplayer te zijn.”

Welke opleiding volgde er na de middelbare school?
Sport en vooral basketbal was Carmen op het lijf geschreven. Een sportopleiding zoals CIOS zou een logische vervolgstap zijn, maar thuis dacht men daar anders over: ‘daar valt geen droog brood mee te verdienen’. Dus keek ze verder. De beroepskeuzetest op school zei dat de zorg een goede keuze was. Carmen trekt een ‘vies’ gezicht. “Alles jeukte als ik dacht aan werken in de zorg, ik wilde toch geen verpleegster worden”. Carmen ging verder met de HAVO. Daarna kwam weer de vraag ‘welke opleiding wil je gaan volgen?’. “Ik wist het nog steeds niet. Omdat ik dacht creatief te zijn, ging ik voor twee jaar naar de MBO Textielschool in Enschede. De opleiding deed ik met twee vingers in mijn neus. Het was een fantastische tijd! Net uit huis, zelf koken, bij een jaarclub, voor mijzelf leren opkomen. En natuurlijk basketballen.”

Hoe verliep jouw leven na de textielopleiding?
“Klasgenoot Beatrice vertelde over haar deelname aan een kinderkamp in Amerika”, blikt Carmen terug. “Gaaf, dat wilde ik ook meemaken. Mijn ouders zeiden ‘ja doe maar’.” En daar ging Carmen, op 20-jarige leeftijd alleen naar Amerika. Voor het eerst vliegen, Engels praten en in 2,5 maand nog zelfstandiger worden. “Het was heel heavy, maar ik leerde mijzelf nog beter kennen.” Het leidde echter niet tot een uitgesproken mening over een vervolgstudie. Het organiseren van evenementen zoals ze in Amerika veel had gedaan, sprak haar wel aan. Dit vond ze terug in de opleiding Heao-Communicatie in Eindhoven. “Ook dit was een supertijd, wel werd een vorm van dyslexie ontdekt wat mij een flinke tik op mijn neus gaf. Maar waar een wil is, is een weg, dus ik haalde mijn diploma.” Omdat ze op taal minder goed presteerde, had ze zich bekwaamd in presenteren. “Ondanks dat mijn cijferlijst waarschijnlijk de slechtste van de klas was, werd ik gevraagd namens alle leerlingen te speechen tijdens de diploma-uitreiking. Mijn vader en moeder waren trots. Op de één of andere manier was mijn vader altijd voorzichtig over mijn kunnen. Het behalen van dit HEAO-diploma vond hij daarom erg knap.”

Welke kant ging jouw leven op?
“Met veel plezier werkte ik 13 jaar in de reclamewereld, bij drie verschillende bureaus. Een leuke maar ook harde wereld. Ik had het naar mijn zin, maar zag mijzelf in deze wereld niet oud worden.” De uitdrukking op het gezicht van Carmen verandert. De serieuze blik verdwijnt, een stralende lach verschijnt. “Naast mijn studie en werken ben ik altijd blijven basketballen, beleefde veel plezier aan het sporten. Ik was inmiddels 35 jaar, getrouwd met Hans, moeder van een driejarige tweeling en bedacht ‘ik ga fysiotherapie studeren’. Hans zei: ‘doe eerst een cursus massage, om te kijken of je het echt leuk vindt’. Ik was meteen verkocht, de anatomie van de mens is zo leuk. De studie kon beginnen. Van maandag t/m donderdag werkte ik als waarnemer bij Achmea. Als de kinderen naar bed waren, stortte ik mij van 19.30 tot 21.30 in de leerboeken. Vrijdag en zaterdag waren de schooldagen. Dit alles deed ik met een big smile op mijn gezicht. Ik heb er geen dag spijt van gehad. Om mij heen zei iedereen: ‘dit hoort bij jou, het is zo’n logische stap’.”

Hoe verloopt jouw carrière tot nu toe?
Na drie jaar was de studie klaar, Carmen kon als fysiotherapeut aan de slag. Helaas zat niemand te wachten op een ‘oudere’ in het vak. “Praktijken hebben liever iemand die nog te kneden is”, licht Carmen toe. “Ik had een duidelijke mening, wist hoe een praktijk te runnen. Er was geen behoefte aan een derde kapitein aan boord.” Daarom startte ze negen jaar geleden een eigen praktijk. En runt ze nu meerdere fysiopraktijken: www.actiefengezondfysio.nl en fysiocs.nl.
Het is prima zoals mijn weg is gelopen. Ik ben nu als fysiotherapeut rijker dan als ik rechtstreeks uit de schoolbanken zou zijn begonnen. Ik ben toch in de zorg beland, maar door mijn kennis en ervaring kijk ik wel anders tegen de zorg aan dan een gemiddelde fysiotherapeut. Dat is mijn kracht.”

Wat is jouw advies aan jongeren die een studie- of carrièrekeuze gaan maken?
“Als ik 88 jaar ben en terugkijk op mijn leven, dan kan ik zeggen dat ik alles heb gedaan wat ik wilde. Dat wens ik ook anderen toe. Carmen sluit af met haar eigen ‘slogan’: "Waar een wil is, is een weg. Volg je hart en wees niet bang een keuze te maken. Doe een beroepentest of neem een tussenjaar. Er zijn zoveel wegen en vakken die je nog niet kent. Al is het soms moeilijk, kies en zeg JA!”