Wat doe je als je werkt in een omgeving waar bevelen en discipline de toon zetten, maar jij voelt dat het ook anders kan? Elanor Boekholt-O’Sullivan brak door in een mannenwereld, niet door harder te schreeuwen, maar door aandacht, rust en kwetsbaarheid te laten zien.
Op haar achttiende stapte ze zonder middelbareschooldiploma het leger in. Meer dan 30 jaar later is ze de hoogste vrouw bij Defensie: luitenant-generaal, plaatsvervangend directeur-generaal beleid, en Topvrouw van het Jaar 2023. In haar boek Gewapend met gevoel deelt ze openhartig haar belangrijkste lessen over leiderschap.
Verandering begint voor Elanor niet met strategie, maar met aanwezigheid. Door te blijven staan waar het schuurt, zichtbaar en benaderbaar. Ze gelooft dat kwetsbaarheid geen teken van zwakte is, maar een uitnodiging om samen te leren. En dat onzichtbaar leiderschap – het werk dat niemand ziet maar alles draaiende houdt – vaak de grootste kracht is.
Nieuwsgierigheid in plaats van controle
Wat haar onderscheidt, is haar vermogen om te leiden vanuit nieuwsgierigheid in plaats van controle. Ze stelt vragen, luistert echt en geeft ruimte aan anderen om mee te denken. Ze ontdekte dat echte loyaliteit niet betekent dat je zwijgt, maar dat je verantwoordelijkheid neemt – ook als dat ongemakkelijk is. Zo bouwt ze stap voor stap aan een organisatie waarin verschillen niet worden weggepoetst, maar juist gewaardeerd.
Boekholt-O’Sullivan ziet introversie als een kwaliteit, niet als een beperking. Rust, reflectie en het vermogen om patronen te zien maken een team sterker dan volume of bravoure. ‘Echt leiderschap herken je niet aan het volume van de stem,’ zegt ze, ‘maar aan de manier waarop resultaat wordt bereikt – en blijft bestaan.’
Wie haar hoort spreken, voelt het meteen: dit is iemand die niet past in het systeem, maar het systeem langzaam verandert. Van binnenuit.
Wil je het gehele interview met Elanor lezen op MT/Sprout? Klik hier!
📖 Lees hier onze eerdere #BOEKENTIP over Gewapend met gevoel.
De maatschappij raast maar door. We moeten presteren, plannen, consumeren — en raken intussen collectief overprikkeld. Volgens de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving leven we in een ‘hypernerveuze samenleving’. Maar hoe kan het anders? Drie denkers – econoom Hans Stegeman, filosoof Lieke Knijnenburg en antropoloog Danielle Braun – deelden in een artikel van Trouw hun ideeën voor meer rust, ruimte en menselijkheid. We zetten de vier belangrijkste lessen voor je op een rij:
1. Beloon tijd, niet alleen werk
Econoom Hans Stegeman van Triodos Bank stelt dat we niet gelukkiger worden van méér werken of méér bezit. Hij pleit voor een economie die tijd waardeert. Minder uren, minder werkdruk en meer ademruimte om iets te doen dat niet in cijfers is uit te drukken. Denk aan vrijwilligerswerk, een buurtproject of gewoon even 'niets'. Bedrijven die vier dagen werk belonen met vijf dagen loon laten zien dat het anders kan. Volgens Stegeman is productiviteit te lang de heilige graal geweest. “We zijn teveel uit mensen aan het persen. Wie in deeltijd werkt, doet vaak dezelfde taken in minder dagen. [...] Werkgevers en politici zouden grenzen moeten stellen aan wat we vragen van werknemers.”
2. Herdefinieer succes
Wat als succes niet langer draait om groei en winst, maar om schoonheid, rust en zorg voor elkaar? Filosoof Lieke Knijnenburg stelt in haar boek Een Schitterende Leegte dat we een ander meetlint nodig hebben. In haar ideale samenleving produceren we minder spullen, verspillen we minder en creëren we meer tijd voor aandacht. Ze pleit voor plekken waar je gewoon kunt zijn: stadsparken, bibliotheken en buurthuizen waar niets hoeft. “Een dag is geslaagd als ik me aan het einde van de dag niet met een meetlint in de hand afvraag of die geslaagd is. Soms ís een dag gewoon.”
3. Leer van andere culturen
Antropoloog dr. Danielle Braun laat zien dat rust geen luxe is, maar een levenshouding. In Japan bestaat het begrip Ma: de stilte tussen twee afspraken, het intermezzo waarin niets hoeft. In Noorwegen draait Friluftsliv om buitenleven, ook in weer en wind. En in vele niet-westerse culturen worden seizoenen en levensfases nog bewust gevierd, wat verbinding en ritme geeft. Braun vindt dat wij dat zijn kwijtgeraakt. “We plannen alles vol en laten geen ruimte meer voor spontaniteit. Soms is het beter om gewoon aan te waaien, in plaats van een datumprikker te sturen.”
4. Maak rust een gezamenlijke verantwoordelijkheid
Rust is niet alleen een individuele keuze, maar ook een maatschappelijke opgave. Volgens Braun moeten overheden en organisaties helpen om de druk te verlagen: door prestatiedruk in onderwijs te verminderen, mantelzorgers beter te ondersteunen en minder nadruk te leggen op online vergaderen. Echte ontspanning vraagt om beleid en om moed om dingen anders te doen. Een samenleving die rust waardeert, creëert ruimte voor menselijkheid.
Kortom: minder moeten, meer mogen. Een samenleving waarin tijd, aandacht en verbinding de nieuwe luxe zijn.
Lees het volledige artikel hier!
Frans van Leeuwen weet hoe het voelt om vast te lopen in je eigen prestatiedrang. De oprichter van Ik ben de baas had ooit een druk, succesvol leven - tot hij letterlijk stilviel. Een zware burn-out dwong hem om alles opnieuw te bekijken. Zijn conclusie? We nemen onszelf veel te serieus.
Frans groeide op in Culemborg, haalde kattenkwaad uit, belandde in het speciaal onderwijs en bouwde uiteindelijk een bloeiend bedrijf op. Maar ergens onderweg raakte hij het contact met zijn speelse kant kwijt. “Ik wilde het perfecte leven leiden,” vertelde hij in een interview met het AD. “Tot ik mezelf volledig voorbijliep.”
Wat hem er weer bovenop hielp, was iets verrassends simpels: aankloten. “Even niks nuttigs doen. Een grap uithalen. Gewoon wat rommelen in de tuin. Dat soort momenten gaven me lucht.”
Volgens Frans presteren we allemaal te veel. “We trainen, we plannen, we willen beter zijn, maar vergeten dat ontspanning óók productief is. Juist als je even niets moet, ontstaan de beste ideeën.”
Zijn motto?
"Laat het los om in alles te presteren en neem jezelf niet zo serieus."
Met humor en zelfspot vertelt hij in zijn boek Aankloten: kloot jezelf succesvol over zijn lessen, blunders en inzichten. Het is een pleidooi om meer te spelen, meer te lachen – en te accepteren dat het leven niet perfect hoeft te zijn.
Lees hier de #BOEKENTIP over zijn boek Aankloten en ontdek hoe aankloten jouw nieuwe superkracht kan worden.
Twintig jaar geleden besloot een groep journalisten, waaronder Teun van de Keuken, van het tv-programma Keuringsdienst van Waarde niet langer vanaf de zijlijn te kijken. Ze ontdekten dat in de cacaoketen nog steeds sprake was van kinderarbeid en moderne slavernij, en stelden zichzelf de vraag: wat als we laten zien dat het anders kan? Zo ontstond Tony’s Chocolonely, een merk dat van meet af aan meer was dan een chocoladereep.
De missie was scherp: 100 procent slaafvrije chocolade de norm maken. Niet alleen voor Tony’s zelf, maar voor de hele industrie. En die ambitie pakten ze opvallend lichtvoetig aan. Geen activistische toon, maar humor, kleur en design. De ongelijk verdeelde blokjes, de felle wikkels, de slogan Crazy about chocolate, serious about people – alles vertelde hetzelfde verhaal: dit is eerlijke handel met een glimlach.
Tony’s durfde te breken met conventies. Waar de chocoladewereld draaide om perfecte repen en glanzende verpakkingen, koos Tony’s voor speelsheid, transparantie en impact. Daarmee maakte het merk een zwaar maatschappelijk probleem bespreekbaar en bereikbaar voor miljoenen consumenten.
Succesvolle groei
Onder leiding van ondernemer Henk Jan Beltman groeide het initiatief uit tot een professioneel bedrijf dat internationale successen boekte en tegelijk zijn missie trouw bleef. Want Tony’s is niet gebouwd op winst, maar op verandering. Die mentaliteit inspireerde een hele generatie impact-ondernemers, van Seepje tot Holie’s en De Koffiejongens: allemaal merken die met lef de gevestigde orde uitdagen.
De grootste stap zette Tony’s in 2019 met de oprichting van Tony’s Open Chain (TOC), een open source inkoopmodel waarmee andere bedrijven eerlijke cacao kunnen afnemen. Inmiddels doen ook Albert Heijn, Jumbo en Aldi mee. De oude concurrenten werden partners in crime, precies wat Tony’s voor ogen had.
Idealisme en ondernemerschap
Wat begon als een rebelse actie tegen onrecht, is uitgegroeid tot een wereldwijde beweging. Tony’s Chocolonely bewijst dat idealisme en ondernemerschap elkaar niet uitsluiten, maar versterken.
Benieuwd naar het volledige verhaal over het jubileum van Tony’s Chocolonely? Je leest het hier op MT/Sprout.
Het zakenplatform MT/Sprout schreef onlangs over 7 topbestuurders die hun pensioen inruilden voor een comeback. In plaats van stil te zitten, kozen zij opnieuw voor de spanning, verantwoordelijkheid en zingeving van hun werk. In dit artikel trekken we daaruit de belangrijkste lessen, over drijfveren, identiteit en werkgeluk.
Na jaren op topniveau werken, is het voor veel CEO's geen vanzelfsprekendheid om achter de geraniums te verdwijnen. Hun comebacks laat iets zien wat voor iedereen herkenbaar is: werk gaat niet alleen over geld, maar over betekenis, uitdaging en identiteit. Wat kunnen jongeren leren van deze "pensionado’s met een missie"?
1. Werk geeft structuur & identiteit
Een topbaan vraagt volledige toewijding. Wanneer dat ineens stopt, valt een deel van je identiteit weg. Dat merken mensen als Dan Schulman (ex-PayPal), die het boerenleven verruilde voor een comeback als ceo bij Verizon. Niet omdat hij geld nodig had, maar omdat hij uitdaging miste.
> Vraag jezelf niet alleen af wat je doet, maar ook waarom je doet wat je doet. Werk is vaak een uitdrukking van wie je bent.
2. Je mist pas wat je waardevol vindt als het er niet meer is
Elliott Hill van Nike en Mary Dillon van Ulta Beauty genoten kort van hun vrije tijd, maar ontdekten al snel dat ze energie halen uit verantwoordelijkheid, groei en samenwerking.
> Vrijheid is fijn, maar betekenis komt vaak uit iets bijdragen — aan een team, een idee of een groter doel.
3. Ervaring is geen rem, maar brandstof
Kelly Ortberg werd na zijn pensioen gevraagd om Boeing uit de crisis te trekken. Bob Iger keerde terug naar Disney om het bedrijf weer te laten groeien. Hun leeftijd bleek geen beperking, maar juist een bron van rust en inzicht.
> Ervaring is waardevol, zeker als je die inzet om iets te verbeteren of te herstellen. Groei stopt niet bij een leeftijdsgrens.
4. Je passie laat zich niet uitzetten
Carol Tomé (UPS) en Howard Schultz (Starbucks) dachten hun werkleven achter zich te laten, maar werden opnieuw gegrepen door hun drijfveer om te bouwen, te leiden en te creëren.
> Passie is hardnekkig. Wie doet wat hij of zij écht leuk vindt, blijft nieuwsgierig — ongeacht leeftijd of fase.
5. Een comeback is niet falen, maar trouw blijven aan jezelf
Veel van deze CEO's hadden ‘het gemaakt’, maar kozen toch voor een nieuw hoofdstuk. Niet omdat ze moesten, maar omdat ze het zelf wilden.
> Je carrièrepad hoeft niet recht te zijn. Soms betekent doorgaan of terugkomen juist dat je trouw blijft aan je eigen energie.
Wil je de verhalen van de 7 ex-topbestuurders lezen? Klik dan hier.
“Ik ben er voor de jongeren. Voor álle jongeren. Maar mijn hart ligt bij hen die zijn afgegleden of dreigen af te glijden. Jongeren die verstrikt raken in criminaliteit, drugs, of de straatcultuur. Waarom? Omdat ik daar zelf vandaan kom.” Dit vertelt Jaouad Bierbooms in een openhartig bericht voor SMD (Stichting Maatschappelijke Dienstverlening).
Tot zijn 27ste jaar leefde Jaouad in die wereld. Een wereld waarin snelle auto's, dure kleding, geld en status belangrijker leken dan toekomst, veiligheid of rust. Zijn rolmodellen waren Tony Montana en Pablo Escobar, niet iemand in een pak, met een 9 tot 5 mentaliteit. Hij herkende zich in zijn rolmodellen en geloofde dat dat de weg was naar rijkdom en geluk. Zijn financiële thuissituatie was daarbij een versterkende factor. De jongens uit de buurt deelden deze rolmodellen en 95% van hen kampte met dezelfde financiële struggles. Het was de cultuur waarin hij opgroeide en waarin hij al snel aan veel te veel geld kwam. En diezelfde cultuur ziet hij vandaag terug in de jongeren waarmee Jaouad werkt.
"Ik weet hoe ze denken, ik weet wat ze voelen en ik weet waar ze naartoe gaan als niemand ingrijpt."
Zijn keerpunt kwam op zijn 27ste, toen hij besefte: dit gaat mij niets anders brengen dan angst, verdriet, eenzaamheid en een uitzichtloze toekomst. Hij verliet letterlijk zijn omgeving en begon te werken in een fabriek, want hij had geen diploma’s. Hij was verre van trots op zijn baan. Zijn status van belangrijke man op straat was weg en hij verdiende nog geen €400,- per week. Maar hij zette door; opgeven was geen optie. Binnen één jaar had hij zich al opgewerkt tot operationeel manager en kreeg hij de leiding over vijf afdelingen. Na vijf jaar had hij verschillende diploma’s Middle Management op mbo-, hbo- en wo-niveau behaald, was hij getrouwd en was hij vader van twee prachtige kinderen geworden. Zijn leven was 180 graden gedraaid.
Toch voelde Jaouad dat zijn roeping ergens anders lag. Dat zijn levenservaring een kracht was, misschien zelfs een noodzaak, om in te zetten in de wereld van nu. En uiteindelijk vond hij zijn roeping: jongerenwerk.
“Vandaag werk ik met jongeren die het moeilijk hebben thuis, die erbij willen horen, of die er gewoon ingerold zijn. Ik praat met ze. Niet als hulpverlener, maar als iemand die het écht begrijpt. Ze noemen me 'oom'. En dat is het mooiste compliment dat ik kan krijgen.”
In het team van jongerenwerkers bij de SMD heeft ieder lid een eigen verhaal. Ze zijn herkenbaar voor de jongeren omdat ze zelf in hun schoenen hebben gestaan. Drugs, criminaliteit, oorlog, armoede, emotionele verwaarlozing zijn een aantal ervaringen die binnen het team gedeeld worden. Samen maken ze het verschil.
"Soms betekent een stapje terugnemen niets meer dan een aanloop," aldus Jaouar.
Hoe zorg je dat iedereen gezond en veilig kan werken? Voor Nathalie de Geus, algemeen directeur van ArboNed en uitgeroepen tot Topvrouw van het Jaar 2025, is dat een missie. Tijdens de uitreiking maakte ze een krachtig statement: de medische standaard is nog steeds te veel gericht op het mannenlichaam. En dat moet veranderen. ‘Adam is geen Eva.' Haar doel: zorgen dat iedereen gezond en veilig aan het werk kan zijn.
Waarom Nathalie doet wat ze doet
Veel klachten bij vrouwen worden nog niet goed genoeg herkend. Denk aan hevige menstruatiepijn, de overgang of herstel na een bevalling. Vaak leidt dit tot verkeerde diagnoses en onnodig uitval op werk of studie. De Geus vindt dat dit beter kan én moet. Binnen ArboNed zette ze al stappen: er is een aparte paragraaf in de cao opgenomen over vrouwspecifieke klachten en medewerkers kunnen bijvoorbeeld workshops volgen of een overgangsconsulent raadplegen.
Haar boodschap: als we deze klachten serieus nemen, heeft iedereen daar baat bij. De vrouw zelf, de werkgever én de samenleving.
Werken aan duurzame inzetbaarheid
Als directeur van ArboNed zet Nathalie zich samen met bijna 900 professionals in voor 65.000 mkb-ondernemers. Hun gezamenlijke doel is daarbij om verzuim te voorkomen, gezondheid te versterken en mensen duurzaam inzetbaar te maken. Want werk is de motor van onze economie, maar die motor draait alleen als mensen gezond, inzetbaar en met plezier kunnen blijven werken.
Daarbij gelooft Nathalie sterk in preventie. Niet wachten tot iemand uitvalt, maar van tevoren investeren in gezondheid en bewustzijn. Ze roept werkgevers, werknemers en beleidsmakers op om samen te werken aan duurzame oplossingen.
Van rechtenstudent tot leider in de zorg
De carrière van Nathalie laat daarnaast zien dat je niet één pad hoeft te volgen. Ze begon ooit als rechtenstudent en advocaat, stapte over naar de verzekeringswereld, werkte in Londen en bij grote bedrijven als Delta Lloyd. Na 25 jaar koos ze opnieuw voor een nieuwe richting: de gezondheidszorg. Sinds 2021 leidt ze ArboNed, waar haar passie voor gezondheid en mensgericht leiderschap samenkomt.
Leiderschap volgens Nathalie
Buiten haar visie op de gezondheidszorg, is het ook interessant om naar Nathalie's leiderschapsvisie te kijken. Voor haar draait goed leiderschap om koers houden en ruimte geven. Richting en resultaten zijn daarbij belangrijk, maar echte impact ontstaat pas als mensen zich gezien en gehoord voelen. Haar stijl wordt gekenmerkt door verbinden, vernieuwen en inclusie.
Door open te spreken over haar eigen loopbaankeuzes en de balans tussen werk en gezin, inspireert ze jonge collega’s om ambitie te combineren met authenticiteit en persoonlijke waarden.
Met energie, passie en een lach en een traan
De jury van Topvrouw van het Jaar 2025 noemde haar een ‘vaandeldrager met energie, passie en commitment voor de vrouwenzaak’. Tijdens de uitreiking sprak Nathalie openhartig over haar inspiratiebron: haar moeder, die kort geleden overleed. 'Zij was een enorme inspiratiebron en een vriendin. Zij heeft me geleerd dat je als leider naast mensen moet staan, en niet erboven.'
Bron: Nathalie de Geus (Topvrouw van 2025) pleit voor betere vrouwenzorg: ‘Adam is geen Eva’ via MT/Sprout
Foto: Paul Tolenaar
Op 16 september 2025 overleed Joke Bruijs op 73-jarige leeftijd. Ze was zangeres, actrice en presentatrice, maar bovenal een vrouw die zich met hart en ziel inzette voor haar vak en voor haar stad. In Rotterdam begon haar carrière, en daar bleef ook altijd haar hart liggen.
Van The Spitfires tot de VARA
Joke stond al op jonge leeftijd op het podium. Ze was dertien toen ze zich aansloot bij The Spitfires, een Rotterdamse popgroep waarmee ze voor het eerst landelijke aandacht kreeg. Niet veel later werd ze zangeres bij verschillende radio-orkesten van de VARA. Haar warme stem en muzikale talent maakten haar geliefd bij een breed publiek.
Theater, televisie en de magie van samenwerking
In de jaren ’70 en ’80 stond Bruijs vaak samen op het podium met komiek Jan Blaaser. Later volgden De Mounties, Ome Willem, en een indrukwekkende reeks televisieoptredens. Haar samenwerking met Gerard Cox, haar ex-man, bleek bijzonder krachtig. In de tv-serie Toen was geluk heel gewoon vertolken ze jarenlang het echtpaar Kooiman. De herkenbare chemie tussen hen werd een vaste waarde op de Nederlandse televisie en vond zelfs zijn weg naar het witte doek in de filmversie van 2014.
Meer dan een actrice
Wat Joke bijzonder maakte, was haar vermogen om dichtbij te komen, of dat nu was via een grap, een lied of een dramatische scène. Ze speelde met hart, gaf ruimte aan humor én kwetsbaarheid. Ook achter de schermen stond ze bekend als warm, loyaal en betrokken.
Een laatste rol, een waardig afscheid
In 2022 kondigde Joke haar pensioen aan. In datzelfde jaar verscheen haar laatste film Casa Coco, waarin ze opnieuw tegenover Gerard Cox te zien was. Het was een liefdevolle afsluiting van een carrière die zes decennia overspande.
Waarom deed zij wat zij deed?
Omdat ze geloofde in verbinding. In de kracht van samen lachen. In het belang van blijven spelen en blijven zingen. Joke Bruijs liet zien dat je je leven lang relevant kunt zijn, zolang je trouw blijft aan wie je bent.
‘Als er iets onverwachts gebeurt, leren we het meest. Leren ontstaat door verrassing. Als iets anders uitpakt dan je dacht, maakt je brein nieuwe verbindingen. Dat is de kern van leren.’ Met die woorden liet Harold Bekkering, hoogleraar aan de Radboud Universiteit, tijdens de landelijke bijeenkomst van Programma School & Omgeving zien hoe leren werkt. Hij benadrukte hoe nieuwsgierigheid en een veilige omgeving de basis vormen voor motivatie én gelijke kansen. Naar aanleiding van deze bijeenkomst, werd onderstaand artikel gepubliceerd op Gelijke Kansen, een initiatief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Harold Bekkering is hoogleraar aan de Radboud Universiteit. Hij doet onderzoek naar hoe mensen leren, van jonge kinderen tot volwassenen. Hij schreef meerdere boeken, waaronder Breinvraag.
Harold: 'Ik wil mijn kennis niet alleen in wetenschappelijke artikelen delen, maar ook met de praktijk. Daarom kom ik graag op bijeenkomsten en ben ik vaak te horen in podcasts. Ik vind dat we de kennis over leren en gelijke kansen serieuzer moeten nemen.’
Wat is het verschil tussen leren op school en leren buiten school?
‘Vaak hoor ik dat buiten school leren vrijwillig is, en dus leuker en meer vanuit jezelf. Op school gaat het vaak om moeten, cijfers halen. Maar mijn boodschap is: in de kern is leren altijd hetzelfde. Je hersenen maken verbindingen. Of je dat nu op school doet of bij een activiteit buiten school, het proces is hetzelfde. Het verschil zit vaak in motivatie: buiten school doe je iets omdat je dat zelf wilt, binnen school omdat het moet. Ik pleit ervoor om ook in school meer ruimte te geven aan nieuwsgierigheid en intrinsieke motivatie.’
Hoe werken onze hersenen bij het leren?
‘We hebben zo’n 80 tot 100 miljard zenuwcellen, neuronen. Die communiceren met elkaar door verbindingen te maken. Leren is: een ervaring opslaan zodat je die later weer kunt gebruiken. Bijvoorbeeld: ik herken iemand die ik eerder heb ontmoet, omdat mijn hersenen daar een modelletje van hebben gemaakt. Zo gaat het ook met woorden leren of rekenen. Hoe meer verbindingen er zijn, hoe meer je leert.’
Welke rol spelen stoffen in de hersenen?
‘Neuronen zijn niet vanzelf met elkaar verbonden. Daarvoor hebben we neurotransmitters nodig, boodschapperstoffen. Zonder die stoffen leer je niet. Een belangrijke neurotransmitter is dopamine. Die geeft aan dat iets belangrijk of belonend is. Als je iets interessant vindt, komt dopamine vrij. Daardoor onthoud je het beter. Dat is ook waarom nieuwsgierigheid zo krachtig is voor leren.’
Dus nieuwsgierigheid is cruciaal?
‘Absoluut. Nieuwsgierigheid zorgt ervoor dat je je geheugen als het ware ‘voorverwarmt’. Alles wat je dan leert, sla je beter op. Bij kinderen zie je nieuwsgierigheid vanzelf: ze stoppen alles in hun mond, willen de wereld ontdekken. Bij volwassenen lijkt dat minder, maar ze zijn nog steeds nieuwsgierig, alleen veel specifieker. Het gaat erom dat je die nieuwsgierigheid voedt, ook bij ouderen en bij jongeren die soms al denken dat ze “klaar” zijn.’
"Leren is een ervaring opslaan zodat je die later weer kunt gebruiken"
Hoe onderzoek je nieuwsgierigheid?
‘Wij gebruiken vragen die soms triviaal lijken, zoals: “Welk dier slaapt met één oog open?” (antwoord: de dolfijn). We kijken dan of mensen niet alleen het antwoord willen weten, maar ook het ‘waarom’. En we meten hoeveel ze onthouden. Het blijkt dat mensen veel beter onthouden als ze nieuwsgierig zijn. Vinden ze een vraag interessant? Dan onthouden ze tot wel 65% van de antwoorden. Vinden ze het saai? Slechts 35%. Nieuwsgierigheid verdubbelt dus bijna je leeropbrengst.’
Waar komt nieuwsgierigheid vandaan?
‘Dat is ingewikkeld. Het hangt samen met vroege ervaringen en de modellen die we in ons hoofd bouwen. Taken moeten passen bij je niveau. Als iets te moeilijk is, raak je bang; als iets te makkelijk is, word je verveeld. Zit je precies goed, dan kom je in een ‘flow’. Dat gevoel dat je helemaal opgaat in wat je doet. Nieuwsgierigheid ontstaat vaak in dat spanningsveld.’
Hoe belangrijk is veiligheid bij leren? En hoe zit het met fouten maken?
‘Heel belangrijk. Erikson, een bekende ontwikkelingspsycholoog, beschreef dat jonge kinderen eerst veiligheid nodig hebben. Pas dan durven ze te exploreren. Als een kind zich veilig voelt bij vaste gezichten, durft het nieuwe dingen te proberen. Zonder veiligheid geen nieuwsgierigheid.’
"Kinderen leren pas echt als ze fouten durven maken. Helaas voelen veel jongeren zich snel minderwaardig als ze falen. Dat houdt hun ontwikkeling tegen"
Kinderen leren pas echt als ze fouten durven maken. Helaas voelen veel jongeren zich snel minderwaardig als ze falen. Dat houdt hun ontwikkeling tegen. Daarom moeten we af van een systeem waarin je steeds met anderen vergeleken wordt. Niet iedereen hoeft hetzelfde tempo te hebben. Elk kind moet groeien op zijn eigen niveau. Dat is wat gelijke kansen echt betekent.
Toen ik voetbaltraining gaf vroeg ik de kinderen altijd waar ze beter in wilden worden. Dan zei één van de kids: “Ik wil sneller rennen.” Dan gingen we dat oefenen, niet om de snelste van het team te worden, maar om zelf vooruitgang te boeken. Aan het eind was die jongen trots dat hij echt sneller was geworden. Dat gevoel van groeien is belangrijker dan de vergelijking met anderen.’
Welke rol spelen verwachtingen van leraren en begeleiders?
‘Hoge verwachtingen zijn cruciaal. Niet: “Iedereen moet naar de universiteit”, maar wel: “Jij kunt groeien.” Zeg tegen een kind: “Je kunt het nog niet, maar je gaat het leren.” Dat geeft vertrouwen en motivatie. Als je kinderen te vaak vergelijkt, roep je juist angst en stress op. En stress blokkeert leren. Ons angstcentrum in de hersenen, de amygdala, neemt het dan over en je kunt niet meer goed nadenken.’
Heeft de jeugd van nu meer last van stress en angst?
‘We zien veel faalangst bij studenten. Ze vinden het moeilijk om fouten te erkennen en verantwoordelijkheid te nemen. Soms denk ik zelfs dat het angstcentrum te weinig actief is: ze zeggen niet “sorry, ik heb een fout gemaakt”, maar schuiven het af. Toch zien we wel dat stress en prestatiedruk een groot probleem zijn. En dat belemmert leren.’
"Laat kinderen exploreren, fouten maken en plezier hebben in leren. Leren doe je niet alleen in de schoolbank, maar overal waar nieuwsgierigheid is"
Wat betekent dit voor gelijke kansen in het onderwijs?
‘Gelijke kansen betekent dat ieder kind de ruimte krijgt om op zijn eigen niveau te groeien. Niet iedereen hoeft hetzelfde te kunnen. Koester talenten en verschillen. Laat kinderen ervaren dat ze beter kunnen worden door oefening en doorzettingsvermogen. Dat geeft zelfvertrouwen én plezier in leren.’
Hoe belangrijk zijn persoonlijkheid en zelfkennis hierbij?
‘Heel belangrijk. We verschillen allemaal in openheid, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit. Ikzelf ben bijvoorbeeld niet zo zorgvuldig; daarom werk ik altijd in een team met mensen die dat beter kunnen. Jongeren moeten leren hun sterke én zwakke kanten te kennen, en weten dat ze kunnen groeien. Je hoeft niet de beste te worden, maar je kunt altijd beter worden.’
Wat wil je docenten en andere onderwijsprofessionals meegeven?
- Koester nieuwsgierigheid. Dat is de motor van leren.
- Zorg voor veiligheid. Kinderen moeten zich veilig voelen om te durven leren.
- Geef hoge verwachtingen. Laat zien dat ieder kind kan groeien, op zijn eigen manier en tempo.
‘En vooral: laat kinderen exploreren, fouten maken en plezier hebben in leren. Want leren gebeurt niet alleen in de schoolbanken, maar overal waar nieuwsgierigheid en motivatie samenkomen. Leren is niet simpelweg het opnemen van informatie is. Het gaat om verbindingen in de hersenen, gevoed door nieuwsgierigheid, motivatie en veiligheid. Als we gelijke kansen in het onderwijs willen, moeten we kinderen ruimte geven om zichzelf te ontwikkelen, ieder op zijn eigen manier.’
Bron: Gelijke Kansen Alliantie (GKA).
Toen Yara zich aanmeldde voor het maatjesproject van het Oranje Fonds, wist ze één ding zeker: ze wilde iets betekenen voor iemand anders. Maar dat ze zoveel zou terugkrijgen? Dat had ze niet verwacht. “Ik heb er niet alleen een maatje bij, maar ook een vriend.”
Verbinding tussen generaties
Yara werd gekoppeld aan Joop, een 83-jarige man die zich soms wat eenzaam voelde. Zijn vrouw was overleden, zijn sociale kring werd kleiner, en zijn dagen vielen steeds vaker stil. De eerste keer dat Yara bij hem op de stoep stond, was het even aftasten. Maar toen ze eenmaal samen aan de koffie zaten, begon het gesprek vanzelf.
“Hij begon over zijn jeugd, zijn werk, zijn vrouw. Zoveel verhalen die je nergens anders hoort. En ik merkte hoe waardevol het voor hem was dat er iemand écht luisterde.”
Twee levens, één klik
Inmiddels spreken ze elkaar wekelijks. Ze wandelen samen, drinken koffie, praten over politiek, voetbal, het leven en soms zijn ze gewoon samen stil. “Joop is nieuwsgierig, scherp, grappig. Ik kijk echt uit naar onze afspraken. Soms voelt het bijna alsof ik bij m’n opa op bezoek ga, al is hij eigenlijk gewoon Joop.”
Voor Joop betekent het maatjescontact meer dan afleiding. “Je brengt weer leven in huis,” zei hij onlangs tegen haar. “Maar dat doet hij ook voor mij,” zegt Yara. “Hij leert me om te vertragen. Om écht te luisteren. En hij herinnert me eraan dat mensen altijd meer zijn dan je op het eerste gezicht ziet.”
Steeds meer jongeren kiezen voor ‘maatje zijn’
Yara is niet de enige. Duizenden jongeren in Nederland zetten zich in als maatje voor een oudere, iemand met een beperking of iemand die zich eenzaam voelt.
“Ik dacht dat ik iemand ging helpen,” zegt Yara. “Maar uiteindelijk krijg je er zelf misschien wel het meeste voor terug.”
Ook iets doen?
Wil jij ook maatje worden, of ontdekken wat er bij jou in de buurt mogelijk is? Check dan het Oranje Fonds of informeer bij vrijwilligersorganisaties in jouw gemeente. Eén uurtje per week kan al een verschil maken!
Gebaseerd op een verhaal van LINDA.nl