Moet ik nu ook een marathon gaan rennen?

De marathon. Je kunt er tegenwoordig bijna niet meer omheen. Alleen al tijdens de marathon van Amsterdam deden in 2025 ruim 23.000 mensen mee aan de marathonafstand. 42,2 kilometer hardlopen door de stad. Daar gaat natuurlijk heel wat aan vooraf: maanden trainen, lange duurlopen in het weekend en misschien toch dat biertje op zaterdagavond overslaan omdat er zondagochtend weer een heleboel kilometers op de planning staan.
En dan is er niet alleen de uitdaging om die 42,2 kilometer uit te lopen, maar stellen sommige lopers ook nog een tijdsdoel. ‘Ik wil wel sub 4 rennen.’ Toen ik dat voor het eerst hoorde, dacht ik dat het over een bepaald tempo ging. Inmiddels weet ik dat het betekent dat je de marathon binnen vier uur wilt lopen. Alsof ruim 42 kilometer rennen op zichzelf nog niet indrukwekkend genoeg is.
Begrijp me niet verkeerd: ik vind het oprecht heel knap. Het lijkt me fantastisch om na al die maanden van toewijding over die finish te lopen. Wetende dat je gedurende die hele periode bewust keuzes hebt gemaakt, offers hebt gebracht en gefocust bent gebleven op één doel. Maar soms vraag ik me ook af: hoe normaal is het eigenlijk geworden om zulke grote sportdoelen na te streven?
Is vijf kilometer rennen nog wel genoeg?
Om me heen hoor ik steeds vaker vriendinnen over een 75 Hard-challenge, een HYROX, een halve of hele marathon, een ultramarathon of een Ironman. Het lijkt soms alsof iedereen ergens voor aan het trainen is. En als je zelf niet zo’n doel hebt, voelt het bijna alsof je iets mist.
En niet alleen in mijn eigen kringen zie ik het voorbij komen. Ook op Instagram en TikTok vliegen de inspirerende filmpjes me om de oren. Nieuwe doelen stellen, jezelf uitdagen en hard werken: het wordt allemaal perfect in beeld gebracht. Soms lijkt sporten ongemerkt te zijn veranderd van iets wat je doet omdat je er blij van wordt, in iets waarin je jezelf steeds moet verbeteren. Want je moet natuurlijk wel je ‘beste ik’ worden.
Maar sporten is toch ook gewoon lekker bewegen? Genieten van alle gelukshormonen die vrijkomen of lekker yappend samen een rondje rennen om daarna een welverdiende koffie te halen?
Misschien helpt het ook niet dat we steeds meer van elkaars prestaties zien. Op Strava zie ik dat een vriendin vóór het ontbijt 18 kilometer heeft gelopen, met een snelheid die voor mij onmogelijk voelt. Natuurlijk geef ik haar een kudo (een like op strava), want knap is het zeker. Maar als beginnende hardloper voelt mijn eigen, veel
langzamere rondje van vijf kilometer ineens een stuk minder indrukwekkend. Dat plaats ik dan toch maar niet.
Toen een vriendin een paar jaar geleden haar eerste halve marathon liep, stond ik versteld. Later liep ze een hele marathon en volgden meer mensen in mijn omgeving haar voorbeeld. Een halve marathon leek ineens een haalbaar doel. ‘Iedereen kan toch wel een halve marathon rennen als je rustig aan doet?’ hoor ik dan. En zo wordt die vijf kilometer in mijn hoofd steeds minder waard. Wat eerst indrukwekkend leek, wordt langzaam normaal. En wat normaal wordt, voelt soms niet indrukkewekkend genoeg meer.
Alles of niet
Misschien raakt dit ook wel aan onze alles-of-nietsmentaliteit. Als we iets doen, willen we het graag goed doen. En het liefst gelijk in een keer.
Zo heb ik me al meerdere keren ingeschreven bij een sportschool, om er vervolgens minder vaak te komen dan ik had bedacht. En ook ik heb me ooit ingeschreven voor een halve marathon, om het startbewijs vol schaamte snel te verstoppen toen het op mijn deurmat viel. Ik had namelijk bij lange na niet genoeg getraind zoals ik me had voorgenomen.
Misschien verwachten we soms te veel van onszelf, en willen we ook nog eens binnen twee dagen resultaat zien. Terwijl nieuwe gewoontes stapje voor stapje ontstaan, niet van de ene op de andere dag. En als dat dan een dag even niet lukt, betekent dat niet dat alles meteen verpest is. Toch voelt dat soms wel zo. Als ik het niet in een keer goed doe, voelt het net alsof ik net zo goed niks kan doen. Maar voor je het weet, leg je de lat steeds hoger en wordt de berg die je moet beklimmen steeds maar groter.
Want er bestaat natuurlijk ook nog iets tussen alles geven en helemaal niets doen. Juist die kleine beetjes tellen mee. Elk moment waarop je oefent, elke keer dat je toch even gaat, brengt je dichter bij dat doel dat misschien soms onbereikbaar lijkt. Die vijf kilometer is niet ineens minder waard omdat je er niet voluit voor bent gegaan. Het is juist weer een stapje dichter bij waar je uiteindelijk wilt komen.
En moet ik dan nu ook een marathon rennen?
Natuurlijk kan een groot sportdoel juist heel goed bij je passen. Misschien geeft een marathon je bijvoorbeeld precies de motivatie die je nodig hebt. En als jij daar blij van wordt, moet je dat vooral doen.
Maar betekent dat dat ik zelf nu ook een marathon moet gaan rennen?
Nou nee. Al staat de marathon in dit verhaal misschien ook wel meer als symbool voor alles wat anderen doen en wat daardoor ineens de norm lijkt te worden. Andermans prestaties zijn ontzettend knap en mogen absoluut gevierd worden, of dat nou in werk, sport of andere sociale componenten is. Maar ze maken mijn eigen prestaties niet minder waard. Ook als dat betekent dat mijn prestatie op dit moment is dat ik vijf kilometer aan één stuk kan rennen, zonder tussendoor te wandelen. Dat mag toch ook gevierd worden?
Betekent dit dat het idee van een marathon nooit meer door mijn hoofd speelt? Eerlijk is eerlijk, dat doet het soms wel. Want ‘even’ 42,2 kilometer rennen klinkt best lekker.
Tegelijkertijd denk ik dat ik het idee misschien een beetje romantiseer. Ik ben helemaal geen fanatieke hardloper en word veel blijer van de sporten die ik nu doe. Zo ben ik ook in de pilateshype getrapt, maar daar heb ik veel meer mijn passie in gevonden. Waarom zou ik dat inruilen voor iets wat misschien indrukwekkender klinkt?
Misschien is dat wel iets om af en toe bij jezelf na te gaan: wil ik dit eigenlijk zelf, of vind ik vooral dat ik dit ook zou moeten willen?
Je hoeft namelijk niet van iedere hobby, baan of gewoonte een uitdaging te maken of bij iedere uitdaging het uiterste van jezelf te vragen. Je mag ook iets doen waar je ontzettend slecht in bent, zolang je er maar plezier in hebt.
Dus voorlopig houd ik het lekker bij mijn vijf kilometer en pilates, daar waar ik het meest blij van word. En wie weet sta ik ooit alsnog aan de start van een marathon. Zeg nooit nooit. Zolang ik het maar doe omdat ik er zelf zin in heb, en niet omdat ik het gevoel heb dat ik iets moet bewijzen aan anderen.
Meer lezen? Klik hier.
Spreekt dit verhaal jou aan? Wil je contact of werk?
Neem contact met ons op via dit contactformulier.

